Meerderheid in senaat voor recht op werken vanuit huis

Werknemers krijgen nog dit jaar het recht om vanuit huis en op flexibele tijden te werken. Zij mogen daartoe voortaan een verzoek indienen bij hun werkgever. Die mag dat alleen afwijzen als hij kan motiveren dat de kwaliteit van de werkzaamheden erdoor in de knel komt.

In de Eerste Kamer tekent zich een meerderheid af voor het recht op telewerken. Een werkgever kan dat alleen gemotiveerd weigeren. Beeld anp

De nieuwe Wet flexibel werken, een initiatief van CDA en GroenLinks, stevent af op de steun van een ruime meerderheid in de Eerste Kamer, zo bleek dinsdag tijdens een senaatsdebat. Ook de SP, de PvdA en D66 steunen het voorstel. Eerder, in de Tweede Kamer, waren ook de ChristenUnie, de Partij voor de Dieren en 50Plus voor; zij namen dinsdag in de Eerste Kamer niet deel aan het debat. Formeel stemt de senaat volgende week over het initiatiefwetsvoorstel, maar na het debat lijkt een meerderheid zeker. Daarna wordt de wet ergens in de komende maanden van kracht.

De Wet flexibel werken vervangt de Wet aanpassing arbeidsduur. De nieuwe wet geldt voor organisaties met meer dan tien werknemers. In cao's kunnen vakbonden en werkgevers in onderling overleg van de wet afwijken.

In 2010 kondigden de toenmalige Tweede Kamerleden Ineke van Gent (GroenLinks) en Eddy van Huijm (CDA) het voorstel aan. Zij hebben het parlement inmiddels verlaten, maar de verdediging is overgenomen door Linda Voortman (GroenLinks) en Pieter Heerma (CDA). De indieners benadrukken dat zij een cultuuromslag willen forceren: flexibel werken en thuis werken moet beter bespreekbaar worden op de werkvloer.

Werktijden en werkplek

Werknemers kunnen hun werkgever voortaan vragen de werktijden en de werkplek aan te passen. Vaste werktijden worden dan flexibel en werknemers hoeven niet op het bedrijf te werken maar kunnen telewerken, vanuit huis of elders. Nu kunnen werknemers alleen nog vragen om kortere of langere werkweken. Wijst de werkgever het verzoek af, dan moet hij dat motiveren.

Ook het recht om te vragen korter of langer te werken, wordt iets verruimd. Nu mag een verzoek daartoe officieel pas worden ingediend als werknemers een jaar in dienst zijn. Die termijn wordt verkort naar een half jaar. Na afwijzing moet een werknemer nu nog twee jaar wachten voordat een nieuw verzoek kan worden gedaan. Dat wordt een jaar.

Werkgevers zien niets in de nieuwe wet. Eerder riepen zij de indieners al op ervan af te zien, omdat het niets zou toevoegen aan de bestaande praktijk. 'We zitten er niet op te wachten om het wettelijke paard achter de praktijkwagen te spannen', aldus een woordvoerder van VNO-NCW. De vakbeweging is daarentegen blij met het wetsvoorstel en verwacht dat het een steun in de rug is om bij cao-overleg afspraken te maken. Ook kan het individuele werknemers helpen flexibel of elders werken bespreekbaar te maken, denken de bonden.

Symbolisch

Barend Barentsen, hoogleraar arbeidsverhoudingen in Leiden, verwacht geen revolutionaire gevolgen van de wet. 'Het heeft in hoge mate een symbolisch gehalte, maar dan wel met een reële werking. Werkgevers die ermee te maken krijgen hebben wel wat uit te leggen. Maar ook de eerdere Wet aanpassing arbeidsduur heeft geen dramatische effecten gehad. Dat zal nu ook niet het geval zijn. Zaken worden bespreekbaar gemaakt, dat wel.'

Ook Evert Verhulp, hoogleraar sociaal recht in Amsterdam, verwacht geen grote gevolgen. 'Werkgevers zijn pragmatische mensen. Als mensen thuis willen werken en dat kan, dan gaan ze dat niet verbieden. Ook nu al niet.'

Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt in Tilburg, nuanceert de mening van de twee juristen. 'De werkgever kan zich bij afwijzen misschien makkelijk beroepen op het bedrijfsbelang. Maar vergis je niet. Ook in Engeland is er zo'n wet, waardoor wel goed duidelijk is geworden dat werknemers ook flexibiliteit nodig hebben en dat dit een andere is dan de flexibiliteit die werkgevers vragen. Dat is ook nuttig.'

Tweedeling

Bij het debat in de Eerste Kamer toonde de PvdA zich dinsdag bezorgd over een mogelijke tweedeling: zij denkt dat vooral hogeropgeleiden van de nieuwe kansen zullen profiteren, omdat hun werk minder vaak aan locatie of vaste tijden gebonden is.

'Dan zou het kunnen zijn dat de ongelijkheid op de arbeidsmarkt wordt vergroot', aldus PvdA-senator Esther-Mirjam Sent. Pieter Heerma, die het wetsvoorstel namens het CDA verdedigt, draaide dat argument om. 'Voor de buschauffeur of piloot is verandering van werkplek lastig. Dat blijft voor meer beroepen gelden. Maar hoogopgeleiden zijn in het algemeen mondiger en nu al beter in staat voor zichzelf op te komen. Dat geldt voor lageropgeleiden minder. Vooral voor hen is deze wet een steuntje in de rug.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden