Meerdere defecten

Literair talent en mensenhater Robert Loesberg schreef slechts één roman: Enige Defecten, een cultboek. Later zou hij nog een verhalenbundel schrijven. Daar bleef het bij. Loesberg werd vergeten. Tot nu, want Enige Defecten is opnieuw uitgegeven.

Net na de dood van haar vader liep Lizzy Loesberg door zijn huis, op zoek naar aanknopingspunten; over zijn leven, misschien wel over haarzelf. Op de schouw van zijn woonkamer zag ze opeens glasscherven staan, die door het licht van buiten een prachtig mozaïek op de muur lieten schijnen.


Ze was 22 en dacht: hoe is het mogelijk? Ze had in haar huis zelf ook van die scherven die het licht weerkaatsten. Stond ze daar met tranen in haar ogen, op die decemberdag in 1990, in dat huis waar ze maar één keer eerder was geweest.


Op 27 december 1990 had een buurman Robert Antonius Loesberg gevonden in zijn Haagse bovenhuis. De 46-jarige auteur bleek daar al tien dagen te liggen. Waarschijnlijk had hij een epileptische aanval gekregen en was hij van de trap gevallen. Er werd ook gesuggereerd dat hij zelfmoord had gepleegd. Niet lang voor zijn dood had hij een briefje bij een overbuurman in de bus gedaan. Het ging heel slecht met hem, schreef hij. In de gang brandde nog licht toen hij gevonden werd.


Het was beter dat ze hem niet zag, zei de politie tegen Lizzy. Dat wilde ze ook niet. Wanneer ze hem sprak, via de telefoon, bleek telkens hoe uitzichtloos hij het leven vond. Zijn toon was iets milder geworden in hun laatste gesprekken, dat wel. De bravoure leek plaats te hebben gemaakt voor kwetsbaarheid. Alsof hij het einde voelde naderen.


Op de begrafenis huilde ze vooral omdat haar oma, zijn moeder, zo verdrietig was.


Ze was enig erfgenaam en liep zoekend door het huis. Ze zag de honderden boeken; natuurlijk veel Louis Ferdinand Céline, de geniale Franse schrijver en zwartkijker, maar ook veel Gerard van het Reve, Gerrit Komrij en W.F. Hermans. Ze zag de meterslange en uitpuilende platenkast, met eerste persingen van The Rolling Stones, zijn favoriete band. Zelf is ze overigens vernoemd naar een nummer van the Beatles, Dizzy Miss Lizzy.


Ze kon niet alles bewaren, ze wist van veel spullen ook niet wat ze ermee aan moest. Veel van de literaire nalatenschap van Robert Loesberg ligt nog steeds in verhuisdozen: mappen met krabbels, zijn administratie. En veel losse aantekeningen, poëzie, verhalen, ongepubliceerd werk, in dikke cahiers.


In zijn zorgvuldig bewaarde agenda's checkte ze vooral of hij een aantekening had achtergelaten op haar verjaardag - wat hij af en toe ook had gedaan.


Eén keer was ze in dat huis geweest, zes jaar eerder samen met haar moeder, Marijke Crucifix. Ze was 16 en had haar vader nog nooit echt ontmoet. Toen haar moeder in 1970 met haar het Rotterdamse huis ontvluchtte vanwege Loesbergs manische, weinig zorgzame gedrag, was ze anderhalf jaar oud.


Enige defecten, het nu heruitgegeven cultboek van Loesberg, had Lizzy proberen te lezen, toentertijd, als 16-jarige, net als de verhalenbundel Een eigen auto (1977). Wat is hier nu aan, dacht ze toen. Die vileine pen, al dat gif over de mensheid, die aanhoudend bittere en beledigende toon. Wat een vreemd boek. Wie schreef er nou zoiets?


Dat was dus de man die soms belde, en die zei: met pappa. En dan dacht ze: ik heb geen pappa, wat is een pappa? Ik heb een Sjoerd. Sjoerd was haar stiefvader, de tweede echtgenoot van Marijke.


Toen het uiteindelijk tot een ontmoeting kwam, zag ze een zeer zenuwachtige Loesberg. Hij kon moeilijk overweg met het kind dat hij alleen kende van de kinderfoto's en de jonge vrouw die hij nu zag. Er was geen warmte of hartelijkheid. Aanraking vermeed hij, hij liep heen en weer door de kamer, of ging op de bank liggen om herinneringen op te halen aan de reizen met Marijke.


Lizzy ging thee zetten in de keuken in een eerder drooggekookt pannetje en schonk het in kapotte mokken. Het was geen aangenaam bezoek.


Grote bek

Wat vond Marijke Crucifix het een interessante jongen, die Loesberg, in wat zij zijn goede periode noemt. Ze zag hem begin jaren zestig op de kunstacademie in Rotterdam, helemaal in existentialistisch zwart, met zwarte leren laarzen en jas, zonnebril en halflang haar. Een gozer die ging staan als iedereen ging zitten: rebels, geestig, scherp en met een grote bek.


Samen kwamen ze in de literaire cafés in de havenstad, zoals Pardoel en De Fles. Daar klonk jazzmuziek, en werd veel te veel gezopen, samen met schilders en schrijvers uit 'de sien' als Riekus Waskowsky en C.B. Vaandrager, of met zijn jeugdvriend Rien Vroegindeweij. Marijke en Robert liftten door Europa, op de vleugels van de nieuwe tijd, en zagen optredens van Pink Floyd en Jimi Hendrix.


Hij wilde schrijver worden en eigenlijk geen kunstschilder. Toen hij ophield met de kunstacademie zocht hij vooral nietszeggende baantjes om zijn hoofd vrij te houden voor het schrijven. Als hij thuiskwam in het piepkleine appartement kroop hij tot diep in de nacht achter de typemachine.


Het geluid van de als een razende tikkende Loesberg krijgt Marijke niet meer uit haar hoofd. Niemand mocht lezen wat hij aan het schrijven was, zegt ze. Maar al snel kwam je uit bij zijn door een ellendige jeugd gekleurd en zwartgallig proza, met 'dat gezeik over die oorlog', zoals Loesberg het noemde: de schaamte en de woede over het verleden van zijn vader.


Robert Loesbergs vader meldde zich in de Tweede Wereldoorlog aan bij het Duitse leger en vocht aan het Oostfront. Op een verlofdag in 1943 werd Robert verwekt. Zijn vader werd na de oorlog gearresteerd wegens collaboratie en kwam in 1949 vrij, trouwde alsnog zijn moeder en erkende Robert als zijn kind. Hij werd opgevoed door zijn moeder, grootmoeder en tantes. Het contact met zijn vader verliep zeer moeizaam. 'Pap? Dat eet ik van een bordje.' In de buurt werd hij bespuugd, beschimpt en geslagen.


Lizzy's vader was beschadigd en zou altijd beschadigd blijven. Hij ging er, zegt ze, altijd vanuit dat het leven hem nooit wat te bieden had. Dat was de 'herrie in zijn hoofd'. 'Hij had zijn eigen oorlog', vult Marijke aan. 'Door te provoceren verweerde hij zich tegen een wereld die hard voor hem was geweest.'


Henk Spaan, met wie hij deel uitmaakte van de redactie van Propria Cures, schreef na zijn dood: 'Wie, zoals Loesberg, intelligentie paart aan gevoeligheid, verwerkt een vader die vijf jaar van een god weet hoe lange gevangenisstraf wegens oorlogsmisdaden heeft uitgezeten, alleen maar met de bodem van de fles permanent in zicht.'


Treinongeluk

Op 4 mei 1976 kreeg schrijfster Mensje van Keulen een totaal verwarde Loesberg aan de lijn. Of hij haar die dag af en toe mocht bellen. Natuurlijk Loes, zei ze nog, maar waarom? Er was een ernstig treinongeluk gebeurd bij Schiedam, zei hij, en zijn vriendin Carry, met wie hij in Den Haag samenwoonde, was niet op haar werk verschenen. Rond het middaguur meldde het nieuws twintig doden.


Hoe hij ervoor stond toen, voor dit telefoongesprek? Je zou kunnen zeggen dat het voorzichtig ergens op begon te lijken met Loesberg. Van Keulen vond hem gek maar aimabel. Ze liet hem uitrazen; alleen als hij veel gedronken had, liep ze liever een straatje om.


Hij had in 1974 gedebuteerd met Enige defecten. Gerrit Komrij schreef in Vrij Nederland 'dat het een walgelijk, reactionair product' was 'met een eigenwijze etter in de hoofdrol, misantroop en destructief. Ik kan het u van harte aanbevelen.'


Bij Propria Cures viel hij op door zijn drankgebruik en zijn transformatie van hippie naar luidruchtige, bekakte rechts-rabiate provocateur in een deftig herenkostuum, waarbij alle denkbare minderheden alsmede het klootjesvolk het moesten ontgelden.


Het was de bedoeling dat hij in 1976 ging trouwen met Carry de Heer, met wie hij toen al vier jaar verkering had. Zij zorgde voor hem, met haar vaste baan bij een bedrijf in Hoek van Holland, zodat hij kon blijven schrijven.


Aan het einde van de middag belde Loesberg huilend naar Mensje van Keulen, die dat minutieus heeft beschreven in haar dagboek. 'Ze is dood! Ze is dood! Ik snijd mijn polsen door! Ik verbrand alles! Het moet er nu dan maar eens van komen!'


Dat het ongeluk uitgerekend op 4 mei gebeurde, de dag dat doden uit de Tweede Wereldoorlog worden herdacht, was niemand ontgaan, en Loesberg al helemaal niet. Op hun keukentafel lag een briefje waarin zijn vriendin schreef dat ze later zou thuiskomen omdat ze niet, zoals anders, van en naar Rotterdam zou meerijden in de auto van een collega. Liefs, Carry.


Van Keulen hield contact met hem. Loesberg belde om troost en aan een psychiater gekoppeld te worden. En om te vloeken op de wereld. Als hij kwam eten, kwam hij vooral om te drinken.


Samen met zijn uitgever Theo Sontrop regelde ze bij de Nederlandse Spoorwegen dat Loesberg een schadevergoeding kreeg van 10 duizend gulden. Ook hielp ze bij het samenstellen van de verhalenbundel Een Eigen Auto, waarover ze in haar dagboek schreef: 'Pies, poep, kots, sperma, smegma, tampons, neuken, masturberen. En weer arbeiders, negers, vrouwen, kinderen en homo's: aan het gas! Hij koketteert met Van het Reve en strooit ook nog met namen als Stendhal en Schopenhauer, maar het gaat toch vooral om de Ik die de baas is. Het is chaotisch en afstotelijk, maar fascinerend.'


Ze kon hem amper verwijten maken, zegt Van Keulen nu, over die sombere, cynische en gore teksten. 'Hij zei maar wat, als hij maar kon provoceren, als pose. Ik had misschien van iedereen wel het meeste geduld met hem. Zo'n krankzinnig tragisch bestaan, die opvoeding, dat ongeluk, het is allemaal zo onvoorstelbaar verschrikkelijk. Daar zou een normaal mens ook gek van worden.'


Nog één keer kwam ze hem tegen, op de Haagse Boekenmarkt, ergens midden jaren tachtig. Hij was mak en vadsig geworden, waarschijnlijk door de medicijnen. Dat hij al een paar keer opgenomen was geweest in een psychiatrische kliniek en in het Bronovo-ziekenhuis, wist ze niet; ze was ook niet op de hoogte van zijn epileptische aanvallen en diepe depressies.


Ze dacht vooral: wat was het toch een getalenteerde jongen, zowel schrijvend, schilderend als observerend, en wat doodzonde dat het zo gelopen is, met dat pantser van jewelste. 'Het woord gezellig deed hem huiveren, maar hij snakte er wel naar. Eigenlijk zijn hele korte leven.'


Vergetelheid

Dat de heruitgave van Enige defecten hem voor even uit de vergetelheid haalt, vindt Lizzy een mooie gedachte. Want nu ze zijn boeken, bijna dertig jaar na verschijnen, heeft herlezen, ziet ze de kracht van het kleine maar speciale oeuvre. Van haar mogen meer mensen weten dat Loesberg een bijzondere schrijver was, wiens gekte en genialiteit waren vermengd door de geschiedenis.


Ze zeggen dat ze op hem lijkt. Toen ze jong was heeft ze weleens overwogen de achternaam van haar moeder aan te nemen. Want wat had ze aan hem te danken gehad, behalve die gelaatstrekken? Maar dan dacht ze aan wat haar vader haar door de telefoon op het hart had gedrukt: 'Jij bent een echte Loesberg en daar hoor je trots op te zijn!'


Robert Loesberg, Enige Defecten. Lebowski Publishers. 19,95 euro


In navolging van het fameuze literaire Rotterdamse tijdschrift De Nieuwe Stijl, waarvan slechts twee delen in de jaren zestig het licht zagen, verschijnt nu Rotterdam. Hierin veel ruimte voor Rotterdamse poëzie en voor dichters die de Rotterdamse poëzie eren, zoals Erik Jan Harmens, en jonge afgevaardigden van het tijdschrift Strak. Te lezen zijn gedichten van Riekus Waskowsky en C.B. Vaandrager, maar ook een niet gepubliceerd verhaal van Robert Loesberg en werk van A. Moonen en Frans Vogel.


De werken worden op 9 en 10 november gepresenteerd. Lebowskipublishers.nl


Er is geen stad in Nederland die zo zijn eigen literatuur heeft als Rotterdam. Het is er rauwer dan elders, kale taal, doe maar gewoon, recht voor zijn raap, en hup snel voor de draad ermee. In een reeks Rotterdam-boeken wordt deze houding geëerd en beschreven. Behalve het debuut van Loesberg, Enige Defecten, komt ook de vermaarde eersteling van Vaandrager, Leve Joop Maasakker, uit. Vooral belangrijk om stil te staan bij het cultuurhistorisch meesterwerk van schrijvers Erik Brus en Fred de Vries, Gehavende Stad, over muziek en literatuur in Rotterdam van 1960 tot nu.


Gerrit Komrij in Vrij Nederland


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden