Meer zullen we van Japan niet krijgen

De excuses die de Japanse premier Murayama heeft aangeboden voor het aangerichte oorlogsleed, achten veel voormalige slachtoffers nog steeds niet voldoende....

HANS BRINCKMANN

ZOWEL in Groot-Britannië als in Nederland is de afgelopen maand voor de 50ste maal de capitulatie van Japan herdacht. Voor veel slachtoffers had de herdenking een wrange bijsmaak. Vergeving van de voormalige vijand bleek voor velen nog altijd een moeilijke zaak.

De opgekropte verbittering van Nederlandse zowel als Britse overlevenden van de Japanse kampen - voor een groot deel veroorzaakt door het zo lang uitblijven van Japanse spijtbetuigingen - is versterkt door het onbegrip en de onverschilligheid voor hun lijden dat hen destijds thuis ten deel viel.

Het is daarom niet verbazend dat de excuses van de Japanse premier Murayama voor het door zijn land berokkende leed, door velen als onvoldoende worden beschouwd. Een aantal organisaties van overlevenden eisen niet alleen verontschuldigingen van de voltallige regering, of van het parlement zo niet van de keizer, maar ook schadeloosstelling, kortom, een Japanse knieval voor de Westerse overlevenden, voor het te laat is.

Vooropgesteld dient te worden dat het ondervonden leed door geen Japanse keizer of minister ongedaan gemaakt kàn worden, evenmin als de gruwelijke herinneringen van degenen die de nazi-gaskamers hebben overleefd, konden worden uitgewist door welgekozen woorden van berouw van Duitse politici.

Wèl kunnen excuses tegemoetkomen aan het geschonden rechtsgevoel en aan de behoefte tot erkenning van de ondergane vernedering en pijn. In die zin kunnen zij het leed helpen verwerken.

Er is vaak gewezen op de essentiële verschillen tussen Japan en het Westen. Een van de meest kernachtige samenvattingen van die verschillen is afkomstig van Ruth Benedict, die een halve eeuw geleden onze 'schuldcultuur' plaatste tegenover de Japanse 'schaamtecultuur'. Schuld kan worden ingelost door boetedoening. Schaamte blijft je achtervolgen. Een Japanner schaamt zich als hij in de ogen van andere Japanners heeft gefaald of zich heeft misdragen. Onverdragelijke schaamte kan alleen met de dood worden weggewist.

De verontschuldigingen van premier Murayama mogen niet aan aller verwachtingen beantwoorden, zij vormen niettemin een verregaande stap in 'onze' richting, zulks ten koste van de Japanse impuls om het verleden te laten rusten. Die impuls is, in de Japanse context, oprecht. Het is niet alleen een 'makkelijke' manier om de schaamte voor de verloren oorlog (en bij sommigen ongetwijfeld ook voor de begane wandaden) te ontwijken, maar een weerspiegeling van de diep in de Japanse (en Oosterse) ziel verankerde neiging om zoveel mogelijk in het heden te leven. Een geestesinstelling die ook in menige moderne 'Westerse' denkrichting gretig wordt nagestreefd.

De soms gehoorde mening dat formele, schriftelijke Japanse verontschuldigingen uitblijven omdat te veel Japanners zich helemaal niet 'schuldig' voelen, is daarom in de kern wel juist. Ook het schaamteaspect telt hier minder mee, omdat het laakbare gedrag zich buiten de Japanse grenzen heeft afgespeeld. En, zoals een populair Japans spreekwoord zegt, 'Onder de reizigershemel bestaat geen schaamte'.

Men zou Murayama's publieke boetedoening daarom kunnen afdoen - zoals sommigen inderdaad hebben gedaan - als een waarschijnlijk niet-gemeende concessie aan Westerse gevoeligheden en gedram. Mijn mening is dat we de Japanse premier het voordeel van de twijfel moeten gunnen, en wel om drie redenen.

1. Zijn woorden waren geen loze formulering, en vertolken op zijn minst zijn persoonlijke visie, zonder twijfel mede gedragen door vele gelijkgestemden. Het is alleen vanwege de oppositie van rechterzijde dat zijn verklaring niet explicieter en overtuigender was. Hij zei onder meer (mijn vertaling):

'Onze taak is om aan de jongere generatie de verschrikkingen van de oorlog over te brengen, opdat wij nooit de fouten van onze geschiedenis herhalen (. . .) In het volgen van een verkeerd beleid heeft Japan het oorlogspad gekozen (. . .). Door zijn koloniale overheersing en agressie heeft Japan aan mensen van vele landen verschrikkelijke schade en leed toegebracht, vooral in Azië (. . .) In alle nederigheid bezie ik deze onweerlegbare historische feiten, en geef ik opnieuw uitdrukking aan mijn gevoelens van diep berouw en bied ik mijn oprechte verontschuldigingen aan.'

2. In de Japanse verhoudingen is de verklaring van groot belang, vooral in de ogen van jongeren. Iedereen die na de oorlog is opgegroeid heeft een uiterst summier en sterk vertekend beeld meegekregen van de Japanse oorlogsrol, enerzijds omdat de schaamtecultuur van de oude garde een open analyse van die rol niet toeliet, anderzijds vanwege de preoccupatie met het 'nu' - de naoorlogse wederopbouw.

Deze jongeren hebben hun minister-president nu op tv horen verklaren - velen voor het eerst - dat het Japanse oorlogsbeleid 'fout' was en enorm veel leed en schade heeft veroorzaakt, waarvoor hij zijn excuses aanbiedt. Na deze verklaring zal het moeilijker blijken dit pijnlijke onderwerp uit de leerstof te blijven weren. Het heeft de al lang lopende dissidente pogingen om de oorlog uit de doeken te doen een duw in de goede richting gegeven.

3. Meer dan deze excuses zullen we niet krijgen. Japan is nu eenmaal verdeeld over deze zaak. Bovendien zou een meer 'officiële' verklaring (zo die al met grof geschut zou kunnen worden afgedwongen) niet alleen minder morele waarde hebben dan de woorden van Murayama, hij zou ook kwaad bloed zetten. De Japanners zijn allergisch voor druk van buiten, die ze als beledigend zien.

Los hiervan is de vraag gesteld of wij wel het recht hebben verontschuldigingen van Japan te eisen als we die zelf niet willen uiten tegenover Indonesië. De discussie hierover rond het staatsbezoek van koningin Beatrix aan Indonesië, geeft aan dat deze kwestie in Nederland niet minder gevoelig ligt.

Ik heb echter moeite met deze koppeling. Niet alleen is er sprake van enorme schaalverschillen - volgens China heeft de Japanse agressie 30 miljoen levens gekost - het betreft ook onvergelijkbare relaties.

De Nederlandse 'excessen' vonden plaats aan het eind van een 400 jaar lange koloniale overheersing, de Japanse tijdens een betrekkelijk korte periode van agressie tegen een groot aantal landen in de regio. Waarmee ik niet wil zeggen dat Nederlandse verontschuldigingen niet op hun plaats zouden zijn - dat laat ik hier in het midden -, meer dat het één niet uit het ander volgt.

Wat dit alles wel onderstreept is de complexiteit en betrekkelijkheid van de schuldvraag. In een oorlogsituatie worden door alle partijen excessen begaan - zie het voormalige Joegoslavië.

ER is geen verplichting Japan te 'vergeven' indien men dat niet kan. Maar om te blijven aandringen op iets dat Japan niet wil geven is tijdsverspilling. Soms is het beter de eer aan zichzelf te houden. Dat heeft Indonesië gedaan met de verklaring dat Nederlandse verontschuldigingen niet worden gevraagd, maar zouden worden aanvaard indien aangeboden.

Ik zou me willen aansluiten bij het commentaar van het Britse dagblad The Independent: 'De Japanse boodschap moet volstaan. Tijd om door te lopen.'

Hans Brinckmann is publicist en verbleef lange tijd in Japan. Momenteel woont hij in Londen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden