Meer vutters blijven na vut werken in zorg

In de zorgsector zijn 1200 zestigplussers werkzaam die ook een vut-uitkering ontvangen. Samen bezetten zij 466 volledige arbeidsplaatsen. Het aantal vutters dat in de zorg is blijven werken, is sterk gestegen doordat hun salaris niet langer wordt gekort op hun vutuitkering....

Dit blijkt uit gisteren gepubliceerde cijfers van PGGM, het pensioenfonds voor zorg en welzijn. PGGM verwacht dat het aantal vutters dat in de zorg blijft werken, zal oplopen naar 2000, die samen 750 volledige banen bezetten.

Het besluit om vanaf 1 januari 2001 het salaris niet langer te korten op de vut, heeft het personeelstekort in de zorgsector verminderd, concludeert het pensioenfonds. Tot en met 2000 mochten vutters die bleven werken, slechts 20 procent van hun salaris behouden. Het gevolg was dat werknemers die vroegtijdig waren uitgetreden, er nauwelijks voor kozen om te blijven werken. Nu dat wél mag, blijken de 60-plussers die blijven werken, te kiezen voor gemiddeld een halve baan.

Werknemers in de sectoren zorg en welzijn die vóór 1949 zijn geboren, kunnen vanaf hun 60ste tot hun pensioen een Overbrugggingsuitkering (OBU) krijgen, een soort vut. Wie jonger is, kan kiezen voor flexibele pensionering. Van de 25 duizend vutters blijkt nu 5 procent (1200) in deeltijd door te werken, sinds de kortingsbepaling is geschrapt. De komende jaren kunnen nog 100 duizend werknemers van de regeling gebruik maken, schat het PGGM.

De bepaling dat het salaris van werkende vutters grotendeels werd gekort op hun uitkering, is ruim een jaar geleden geschrapt op verzoek van werknemers en werkgevers in de zorg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden