Interview

Meer vrouwen zijn rechter dan mannen, wat betekent dat voor de rechtspraak?

De rechterlijke macht is de eerste voorheen door mannen gedomineerde sector waar nu meer vrouwen dan mannen werken. Hoogleraar rechtssociologie Ashley Terlouw ziet een bredere trend: ‘De hele maatschappij is veranderd doordat vrouwen meer zijn gaan meedoen. Dus mannen óók.’

Karolien Knols
Ashley Terlouw Beeld Kiki Groot
Ashley TerlouwBeeld Kiki Groot

Het was Rowin Jansen, promovendus aan de Radboud Universiteit, die haar vorig jaar iets opmerkelijks vertelde. Tijdens archiefonderzoek in Jakarta had hij ontdekt dat lang voordat in Nederland de eerste vrouwelijke rechter werd benoemd, in Nederlands-Indië al een vrouw als rechter optrad. Dat was Anna Lange, in 1921. Er kwam gedoe van, het parlement in Nederland begon een discussie over het wel of niet toelaten van vrouwen tot de rechterlijke macht, de Hoge Raad moest advies uitbrengen en zag geen juridisch beletsel, maar het duurde nog tot 1948 voor Johanna Hudig als eerste vrouw tot rechter werd benoemd.

De ogen van Ashley Terlouw (60), hoogleraar rechtssociologie aan de Radboud Universiteit, bewegen tijdens het Zoomgesprek naar een ander scherm. ‘Even kijken wat Rowin over die discussie schreef. Vrouwen zouden vanwege plotseling opgewekt medelijden niet over de voor rechters benodigde objectiviteit beschikken. De plek van de vrouw is bij het gezin. En deze: de vrouw zou tijdens zwangerschap en menstruatie onderhevig kunnen zijn aan waanvoorstellingen, en o, o, o, hoe moest dat dan met de voor de rechtspraak nodige onbevangenheid en onpartijdigheid?’

Gelukkig, zegt Terlouw, lachen we hier honderd jaar later om. Sinds 2020 werken in de rechterlijke macht meer vrouwen dan mannen. ‘Ik heb meteen tegen Rowin gezegd: laten we het juristenblad voorstellen een themanummer te maken. Wat mij het meest intrigeerde, was dat het in tegenstelling tot bijvoorbeeld de wetenschap, bij de rechterlijke macht wel is gelukt het glazen plafond te doorbreken. Daar zit meteen de vraag aan vast: als ergens meer vrouwen werken, verandert er dan iets? Misschien beledig ik mijn mannelijke collega’s ermee, maar sinds ik niet meer de enige vrouwelijke vaksectievoorzitter ben op de faculteit, vind ik de sfeer prettiger. Positiever, minder competitief, meer gericht op elkaar helpen, met meer waardering voor elkaar.’

Voor dat themanummer, dat eerder dit jaar uitkwam, interviewde u 24 rechters over die vraag of er iets is veranderd. Waar was u het meest nieuwsgierig naar?

‘Of vrouwen de rechtspraak ook inhoudelijk hebben veranderd. Die vraag is moeilijk te beantwoorden: de rechtspraak van nu is niet te vergelijken met die van dertig, veertig jaar geleden. Maar komt dat door de vrouwen, of doordat de maatschappij als geheel is veranderd? Doordat er hele nieuwe terreinen aan de rechtspraak zijn toegevoegd? Toen er nog geen internet was, waren er amper zaken die over privacy gingen. Er was ook nog geen bestuursrecht, waar geschillen tussen burger en overheid worden opgelost. Of vreemdelingenrecht. En dan heb je nog de vraag of vrouwen anders oordelen dan mannen. Om daarachter te komen moet je heel veel uitspraken naast elkaar leggen, en turven: wat hebben mannen geoordeeld, en wat vrouwen? Dat was voor dit themanummer onhaalbaar.’

Wat vindt u interessanter: de vraag of vrouwen anders oordelen dan mannen, of de vraag of ze de rechtspraak als geheel hebben veranderd?

‘Het is natuurlijk maatschappelijk relevanter om te weten of vrouwen anders oordelen. Als dat zo zou zijn, maakt het dus uit of je bij een vrouwelijke rechter of bij een mannelijke terechtkomt. Dan zou er sprake kunnen zijn van willekeur. Daar ben ik niet zo bang voor en ik vind het interessanter of ze de rechtspraak als geheel hebben veranderd.’

Laten we eerst even teruggaan in de geschiedenis. In 2008 waren er voor het eerst evenveel vrouwelijke rechters als mannelijke. Werd die gelijkheid bereikt door te sturen op vrouwelijke benoemingen?

‘Daar heb ik in mijn onderzoek uitgebreid naar gevraagd. De vrouwelijke rechters vonden de rechterlijke macht vrouwvriendelijk: met duidelijk afgebakende arbeidstijden, de mogelijkheid je werk zelf in te delen, thuis te werken, in deeltijd te werken. Met andere woorden: rechter zijn is goed te combineren met zorgtaken. Daar kunnen sectoren waar het niet lukt om het glazen plafond te doorbreken, van leren. Waar ik dan over val, is dat het vrouwvriendelijk wordt genoemd. Waarom noem je het niet manvriendelijk? Of zorgtaakvriendelijk?

Best veel respondenten zeiden ook: mannen komen moeilijker door de selectieprocedure. Betekent dit dat er vanuit de organisatie wordt gestuurd? Heb je dan bewust het type eigenschappen waar vrouwen goed op scoren, zoals luistervaardigheid, belangrijk gemaakt? Ik denk dat de grote toestroom meer te maken heeft met het aanbod: we hebben al jarenlang meer vrouwelijke rechtenstudenten, die ook nog eens gemiddeld beter presteren dan mannelijke studenten. En zij kiezen, vaker dan mannen, eerder voor een baan als rechter dan voor een baan als advocaat. Mogelijk omdat de advocatuur een competitieve omgeving is en zij minder in het grote geld zijn geïnteresseerd.’

Ashley Terlouw Beeld Kiki Groot
Ashley TerlouwBeeld Kiki Groot

Na 2008 klonk gemor over de toename van vrouwelijke rechters. Politicus Joost Eerdmans zag een verband tussen de feminisering van het beroep en lagere straffen. Strafpleiter Theo Hiddema vond vrouwen veel te evenwichtig en zei: ‘Af en toe wat mannelijke agressie van door de wol geverfde rechters werkt sfeerverhogend’. Advocaat Gerard Spong waarschuwde dat in zaken betreffende mensenhandel, huiselijk geweld en verkrachting vrouwen strenger zouden gaan straffen dan mannen.

‘Bizar’, reageert Terlouw. ‘En heel essentialistisch. Deze mensen denken dat vrouwen wezenlijk anders oordelen dan mannen.’

In het familierecht werkten in die tijd mannen en vrouwen van diverse pluimage, maar de vrouwelijke rechters die bij alimentatiezaken tegen vrouwen zeggen: stel je niet aan, werk zelf voor je geld, waren in de meerderheid.

‘Dat bewijst maar weer hoe voorzichtig je moet zijn om eigenschappen van een individu op een hele groep te projecteren. Pas daarvoor op!’

Hoe dachten de rechters in uw onderzoek over het verschil in hoe mannen en vrouwen vonnissen?

‘Er waren maar twee respondenten die vonden dat er een verschil was. De één, een man, zei dat vrouwen zwaarder straffen. Hij haalde er een onderzoek bij ter onderbouwing, maar dat was geen onderzoek onder rechters, maar onder rechtenstudenten. De ander, een vrouw, zei: er zijn zo veel verschillen tussen mannen en vrouwen, dat móét terug te zien zijn in de uitspraken.’

Waarom zijn de rechters die u sprak anoniem? Het gaat toch om iets heel onschuldigs?

‘Dat denk je. Maar alles wat neigt naar discriminatie, of het beeld dat je niet helemaal vrij bent van vooroordelen, ligt zó gevoelig. Zeker bij rechters, want die horen neutraal te zijn. De eerste vraag die ik ze stelde, of er verschil was tussen mannelijke en vrouwelijke rechters, beantwoordden ze allemaal, op één na, met nee. Ik had het idee dat ze het een heel rare vraag vonden. In de loop van het interview gingen ze hun antwoord nuanceren. Zeiden de mannelijke rechters dat vrouwen zich beter voorbereiden, meer tijd nemen op de zitting, beter luisteren, meer dossierkennis hebben. Dat ze daar zelf slordiger in zijn, maar wel beter zijn in de grote lijnen.’

Herkent u dat?

‘Ik denk dat vrouwen iets serieuzer zijn, misschien ook uit angst dat ze niet helemaal voor vol worden aangezien. Dat daar ook die enorme voorbereiding uit voortkomt. Het wordt wel het oplichterssyndroom genoemd, maar ik spreek over het door-de-mand-valcomplex. Ik had er vroeger ook last van. Toen ik net hoogleraar was geworden, dacht ik soms: misschien ben ik een excuustruus, ik mag geen steek laten vallen. Dat werd pas minder toen ik meer ervaring kreeg.’

Eén vrouwelijke rechter zei tegen u: ‘Ik kom altijd vrolijker thuis als ik met vrouwen heb gezeten.’

‘Dat heeft alles te maken met of je je veilig voelt om je standpunt naar voren te brengen. Stel, je zit in een zaak waarin is vastgesteld dat een dader schuldig is. Maar jij bedenkt: als hij wordt veroordeeld, kan hij de kosten van zijn levensonderhoud niet meer betalen. De andere rechters hebben al gezegd: lex dura sed lex – de wet is hard, maar dat is de wet. Die vrouwelijke rechter vond het misschien makkelijker om bij haar vrouwelijke collega’s te zeggen: ik denk er anders over, kijk eens naar zijn sociale situatie, is dit niet eigenlijk een dubbele bestraffing?’

Met dit voorbeeld zegt u meteen dat vrouwelijke rechters meer meewegen in hun beslissing dan alleen de jurisprudentie.

‘Dat doet elke rechter, maar sommige mannelijke rechters noemden inderdaad dat vrouwen meer aandacht hebben voor persoonlijke omstandigheden. Om vervolgens meteen erachteraan te zeggen: dat is een generalisatie.’

Is de populariteit van mediation eigenlijk toe te schrijven aan de toestroom van vrouwen in de rechterlijke macht?

‘Dat zou kunnen. De rechter wordt natuurlijk geacht te beslissen, een knoop door te hakken. Maar tegelijkertijd is er ook meer kennis over hoe weinig effect een rechterlijke uitspraak soms heeft. Veroordeelden plegen recidive. De problemen van een echtscheiding zijn helemaal niet opgelost als je tegen de ene partij zegt: jij hebt gelijk, en tegen de ander dat hij ongelijk heeft. In betalingskwesties weet je ook dat je van een kale kip niet kunt plukken. Zo veel recht is wat we noemen the law in books, maar niet the law in action. De bewustwording daarvan heeft ertoe geleid dat we zoeken naar andere manieren om conflicten op te lossen. Komt dat door vrouwen? Wat dit onderzoek mij heeft geleerd, is dat je dat niet één-op-één kunt zeggen. De hele maatschappij is veranderd doordat vrouwen meer zijn gaan meedoen. Mannen zijn dus ook veranderd.’

Er waren rechters uit uw onderzoek die zeiden: mannen of vrouwen in de rechtspraak, het zou niet moeten uitmaken, maar onderschat het effect op de rechtzoekenden niet.

‘Het verbaasde me dat ze enerzijds zeiden: het maakt helemaal niet uit, maar voor het beeld naar buiten toe is het wel belangrijk dat we gemengde raadkamers hebben, met name in gevoelige zaken als verkrachting en zedenzaken. Ik dacht: als je nou echt vindt dat het helemaal niet uitmaakt, dan moet je dat beeld ook niet naar buiten toe uitdragen. En ook geen rekening houden met mogelijke vooroordelen bij de rechtzoekenden.’

In dit soort gevallen wordt altijd het voorbeeld gegeven van een man die terechtstaat voor verkrachting, drie vrouwelijke rechters voor zich ziet en denkt: ik sta al met 1-0 achter. Hoe maak je als vrouw duidelijk dat je geslacht niet meespeelt in je oordeel?

‘Allereerst vraag ik het me af, of hij het ter discussie zou stellen. Maar stel: hij doet dat. Dan zou ik het overtuigend vinden als je beargumenteert: een mannelijke rechter kan net zo goed een vader zijn van een verkrachte vrouw. Of: een mannelijke rechter kan zelf verkracht zijn. Een vrouwelijke rechter kan de moeder zijn van een dader. Iedere rechter kan iets in zijn leven hebben meegemaakt dat hij meeneemt naar de rechtszaal. Dan kun je zeggen: dat mag helemaal geen rol spelen. Maar daar geloof ik niet in.’

Ashley Terlouw Beeld Kiki Groot
Ashley TerlouwBeeld Kiki Groot

Een dobbelsteen besliste dat Ashley Terlouw rechten ging studeren in plaats van biologie of geschiedenis. In de avonduren ging ze naar de kunstacademie, maar die opleiding maakte ze niet af omdat ze kinderen kreeg. Haar expertise ligt op het gebied van vreemdelingenrecht, discriminatie en diversiteit. Ze werkte onder andere als hoofd van de afdeling Vluchtelingen bij Amnesty International, bij de Commissie Gelijke Behandeling, tegenwoordig het College voor de Rechten van de Mens, en als rechter plaatsvervanger bij de Vreemdelingenkamer. Momenteel leidt ze, in opdracht van de Eerste Kamer, een parlementair onderzoek naar discriminatie. ‘Ik voel me thuis in het onderwerp. Niet altijd met betrekking tot gender, meer met betrekking tot ras, nationaliteit en religie.’

U bent van 2011 tot 2016 rechter plaatsvervanger geweest van de Vreemdelingenkamer. Was u ermee bezig dat u een vrouwelijke rechter was?

‘Nee. Maar ik vond het wel heel fijn om een toga te kunnen aantrekken, want die helpt om te laten zien dat je iemand bent die een ambt uitoefent en dat je niet als individu oordeelt. Natuurlijk is de rechter een persoon, maar zodra je de toga aantrekt en achter je tafel gaat zitten ben je de rechter, de neutrale, objectieve rechter. En hopelijk ziet de rechtzoekende tegenover je eerder de toga dan een vrouw met een staart of een man met een baard.

Het hielp mij zelf ook, trouwens. Vreemdelingenzaken zijn soms heel emotionele zaken. Dan zit er een gezin met zeven kindertjes voor je, en denk je: wat akelig, moet ik die nu terugsturen? Dan zit je empathie je weleens in de weg, en helpt het om te denken: ik ben nu de functionaris, degene die de wet uitlegt.’

Theo Hiddema bracht nog iets in tegen vrouwelijke rechters: mannen uit culturen waar de vrouw een tweederangs burger is, zouden vrouwelijke rechters minder serieus nemen. Hebt u dat meegemaakt?

Stellig: ‘Nee. Wel dat iedereen ongelooflijk geïntimideerd is door de rechtszaal, door het besef afhankelijk te zijn van het oordeel van de mensen achter de tafel.’

Is het niet wonderlijk dat er nog steeds wordt gepraat over het verschil tussen mannen en vrouwen in de rechtspraak, terwijl uit onderzoek blijkt dat geslacht er, voor de vonnissen althans, niet toe doet?

‘Dat is een terechte vraag. Misschien moeten we er ook maar eens over ophouden en moeten we gewoon vaststellen dat individuen verschillend oordelen. Dat je je eigen persoonlijkheid meebrengt als rechter, of je nu een man bent of een vrouw. Dat je die individuele verschillen niet kunt wegnemen, misschien ook niet wílt wegnemen, omdat we geen robotrechters willen.’

Waarom vond u het dan toch waardevol om dit onderzoek te doen?

‘Om het idee dat er een verschil is uit de wereld te helpen. Zeker nu her en der stemmen opgaan om voorkeursbeleid voor mannen in te voeren.’

Wat vindt u daarvan?

‘Ik kan me er iets bij voorstellen, om twee redenen. De eerste is de wet van Sullerot, die suggereert dat hoe meer vrouwen in een beroepsgroep werkzaam zijn die voorheen voornamelijk door mannen werd gedomineerd, des te minder aanzien het werk heeft. Ik heb het zelf nooit onderzocht, maar het klinkt aannemelijk. En je wilt niet dat het vertrouwen in de rechterlijke macht achteruitgaat.

Daarnaast vind ik: als we pleiten voor diversiteit, moeten we ook niet eenzijdig op vrouwen inzetten. Een van de vragen die ik de rechters in mijn onderzoek stelde was: hoe moet het als we straks 90 procent vrouwelijke rechters hebben? Een groot deel vond het dan gerechtvaardigd om informeel mannen de voorkeur te geven. Maar volgens de wet mag dat niet.’

Wat zou u op die vraag antwoorden?

‘Hetzelfde als wat Ruth Bader Ginsburg, de vorig jaar overleden rechter in het Amerikaanse Hooggerechtshof, antwoordde toen haar werd gevraagd wat ze ervan zou vinden als er negen vrouwen in het Supreme Court zaten: ‘Nou én, het was toch ook geen probleem toen er alleen maar mannen zaten?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden