Beschouwing Vrouwenquotum

Meer vrouwen aan de top zou kunnen helpen tegen ‘queen bee’-gedrag

'Queen bee'-syndroom. Vrouwen in een hoge functie zouden mogelijke rivales beletten om promotie te maken. Beeld Jon Krause

Sommige topvrouwen maken vrouwelijke ­ondergeschikten het leven zuur. Meer gendergelijkheid op het werk zou weleens kunnen helpen tegen zulk ‘queen bee’-gedrag.

Toen Tara (38) voor het eerst binnenkwam op haar huidige werk en zich voorstelde aan de enige andere vrouwelijke leidinggevende, trok die meteen een vies gezicht. ‘Ze snoof een paar keer en zei: ‘Wat ruik ik? Is dat jouw parfum?’’ Vervolgens zette ze alle ramen open, wat ze de rest van de week bleef doen. ‘De sector waarin ik werk is nogal dubbel’, verklaart Tara, die opklom van stagiair tot senior designer in de ontwerpwereld. ‘Hij is vooral gericht op vrouwen maar aan de top wemelt het van de mannen. En dat merk je aan alles.’

Bij Tara’s vorige baan stond er een vrouwelijke leidinggevende tussen haar en de creative director in. ‘Zij was altijd haar territorium aan het verdedigen en probeerde mij te kleineren wanneer ze maar kon. Dan liet ze me in aanloop naar een presentatie nachten doorwerken en als ik dan uiteindelijk doodmoe was, zei ze: ‘Wat ben jij fragiel zeg.’ Of ze bleef maar herhalen dat ik niet gemotiveerd was, terwijl ik dagen tot 11 uur ’s avonds maakte en zelfs in de weekends kwam.’ Met mannelijke collega’s, merkte Tara, ging de vrouw heel anders om. Als ze al kritiek op hen had, werd het een stuk minder persoonlijk gebracht.

Door haar slechte ervaringen met dit soort venijnig ‘queen bee’-gedrag van vrouwen in topfuncties, begon Tara zich af te vragen of ze zelf weleens zo doet tegen andere vrouwen. Want ja, ook zij voelt soms de competitie of kan jaloers zijn. Ze let er daarom op dat ze bijvoorbeeld evenveel mannen als vrouwen aanneemt. ‘Het heeft gewoon geen zin om anderen naar beneden te halen. Vriendinnen die ik uit deze wereld ken, zijn dergelijke situaties ook helemaal zat. Maar nu we langzaamaan zelf hogere posities bekleden, merk je wel dat je als vrouw tussen de mannen extra sterk moet zijn. Dat je emoties uit moet bannen en hard moet zijn om de toko draaiende te houden

Bijenkoningin

Als het aan de Sociaal-Economische Raad ligt, geldt er vanaf 2020 een verplicht vrouwenquotum. Mocht het kabinet meegaan met het in september uitgebrachte advies, dan moeten beursgenoteerde bedrijven ervoor gaan zorgen dat hun raden van commissarissen voor minstens 30 procent uit vrouwen bestaan. Tot die tijd mogen er geen mannen meer worden aangenomen voor vrijgekomen functies. D66 en het CDA hebben een motie ingediend om het advies van de SER over te nemen. Deze week zou de Tweede Kamer daarover stemmen, maar dat werd uitgesteld omdat de SP, waarvan de steun nodig is voor een meerderheid, nog niet akkoord is met het plan. Mocht het er alsnog door komen zou de volgende stap zijn dat ook in de lagere bestuurslagen van het bedrijfsleven een vrouwenquotum wordt doorgevoerd, zoals dat bijvoorbeeld in België al het geval is.

Er worden allerlei argumenten aangedragen voor een dergelijke maatregel. Zo zou meer diversiteit tot een breder perspectief leiden en gezond zijn voor de bedrijfscultuur. Mannen worden door quota bovendien gedwongen om verder te kijken dan het old boys network. ‘Het is niet goed te praten’, zei oud-topman van Royal Haskoning Jan Bout onlangs nog in de Volkskrant, ‘maar het is gemakkelijker om iemand te benoemen die je kent, die misschien een beetje op je lijkt.’ Zonder zo’n extra zetje, meende Bout, is het tekort aan topvrouwen over tien jaar nog niet opgelost.

Een minder gehoord argument voor meer vrouwen aan de top, is dat het ook een einde kan maken aan het ‘queen bee’-syndroom: vrouwen die op eigen houtje succes hebben weten te vergaren in een door mannen gedomineerde werkomgeving, en het hun vrouwelijke ondergeschikten daarna extra moeilijk maken hetzelfde te doen. De drie wetenschappers die het fenomeen in de jaren zeventig op de kaart zetten, lieten zich voor de naam inspireren door het weinig zusterlijke gedrag van de bijenkoningin: een alleenheerser die haar angel exclusief gebruikt om potentiële troonopvolgsters uit de weg te ruimen.

Verreweg het meeste onderzoek naar de queen bee wordt gedaan door een aantal wetenschappers uit Nederland en België. Een van hen is Belle Derks, hoogleraar Sociale en organisatiepsychologie aan de Universiteit Utrecht. Derks verdiept zich al jaren in genderongelijkheid en de negatieve stereotypering van minderheden tijdens werk en opleiding, en publiceerde meerdere studies over het bijenkoninginnenfenomeen. Als de Volkskrant haar benadert voor een gesprek, is ze aanvankelijk een beetje terughoudend. Het zal niet de eerste keer zijn dat haar bijdrage terechtkomt in een artikel waarin de vrouw als zondebok dient, waarna zij er weer van beschuldigd wordt vrouwen te bashen.

Want ja, ‘queen bee’-gedrag bestaat wel degelijk, blijkt uit de talrijke experimenten die ze met haar onderzoeksgroep doet, ‘maar wij geven vrouwen juist níét de schuld.’ Over de term queen bee is Derks, ook al duikt hij regelmatig in haar publicaties op, dan ook niet onverdeeld enthousiast. ‘Het klinkt zo negatief. Een bijenkoningin zet zich af tegen de rest, voelt zich boven iedereen verheven. En het legt de schuld ook bij het individu: jij bent een queen bee en door jou komen anderen niet verder. Wat wij tegenwoordig vaak gebruiken, maar dat klinkt helemaal niet sexy, is de term self group distancing, je van de groep distantiëren.’

Een vrouw in een masculiene werkomgeving kan dat op meerdere manieren doen. Zo kan ze kwaliteiten benadrukken die als mannelijk worden gezien, zoals assertiviteit en competitiviteit, of claimen dat zij ambitieuzer is dan andere vrouwen. Maar het grootste probleem is volgens Derks dat ze de bestaande genderongelijkheid kan legitimeren, door negatieve stereotypering over vrouwen te bevestigen en de vrouwenzaak soms actief tegen te werken. Denk aan een vrouw die stelt dat haar seksegenoten, hoewel zij zelf een uitzondering is, minder excelleren in een heleboel beroepen. Logisch dus dat ze weinig topfuncties bekleden.

Enige vrouw

Bij Anne (34), die voor verschillende overheidsinstanties werkte, begon het al tijdens haar stage. De adjunct-directeur was daar de enige vrouw met een leidinggevende functie, en was zich daar ook heel bewust van. ‘Als persoonlijke hulpjes koos ze altijd vrouwen.’ De mannen die tegelijkertijd stage liepen mochten onderzoek doen, terwijl Anne en een andere stagiaire de rotklusjes kregen. ‘Soms ging ze totaal door het lint en kwam ze schreeuwend de kamer binnen. Dan zag je iedereen wegduiken, zo van: ai, succes ermee. Niet dat er uitgebreid over werd gepraat, het was echt een mannenwereld daar. Maar jaren later kwam ik eens een ex-collega tegen die vroeg hoe ik het had gevonden om voor die vrouw te werken. Toen ik zei dat het verschrikkelijk was, vertelde hij dat iedereen wel vermoedde dat mannen bij haar een stuk meer ruimte kregen.’

Bij haar eerste echte baan kwam Anne in een team terecht met drie mannen en een vrouw die er al langer werkten. De mannen waren steeds vol lof over hoe ze het allemaal oppikte als beginneling. ‘Maar als ik met die vrouw alleen was’, herinnert Anne zich, ‘zei ze dat ik niet genoeg mijn best deed en meer moest laten zien. Of ze maakte venijnige opmerkingen over dat ik het wel heel goed met de mannen kon vinden, maar dat ik het daar natuurlijk niet mee ging redden.’

Later werd Anne zelf de leidinggevende van een junior vrouw, die ze door haar eigen ervaringen juist heel vrij wilde laten. ‘Maar op een dag biechtte ze op dat ze al zenuwachtig werd als ik ’s ochtends binnenkwam. Ik heb nooit helemaal begrepen waarom.’ Misschien, denkt Anne, was de vrouw te perfectionistisch en daardoor ook trager, waardoor ze haar geduld op de proef stelde. ‘Maar ik heb me later afgevraagd of ik datzelfde gedrag bij een man misschien aandoenlijk had gevonden in plaats van irritant. En dat terwijl ik zelf ook zie hoe mijn mannelijke collega’s al op de voorgrond treden met een halfbakken plan en zich er vervolgens doorheen bluffen, terwijl ik pas iets presenteer als ik honderd procent zeker ben van mijn zaak. Het is er in ieder geval op uitgedraaid dat deze vrouw, na een aantal gesprekken, een mannelijke begeleider heeft gekregen.’

Niet onomstreden

Hoewel er al sinds de jaren zeventig onderzoek naar wordt gedaan, en het bestaan van het syndroom volgens Derks buiten kijf staat, worden er ook kanttekeningen bij gemaakt. In 2015 kopte de Britse krant The Guardian nog dat het allemaal een fabeltje is: ‘‘Queen bee syndrome’ among women at work is a myth, study finds’. Uit onderzoek van de Colombia Business School was gebleken dat het geen doortrapte vrouwen waren die hun seksegenoten niet naast hen aan de top duldden, maar dat impliciete quota de boosdoener waren: als een bedrijf eenmaal een topvrouw had aangesteld, halveerde de kans dat een vergelijkbare positie naar een tweede vrouw ging. Het diversiteitsprobleem was immers al opgelost.

In feministische kringen wordt graag gewezen op onderzoeken die het syndroom in twijfel trekken. ‘Jammer!’, schreef het Amerikaanse blog Jezebel smalend over de bevindingen van de Colombia Business School, ‘Het had een geweldige cat fight kunnen zijn. Of in ieder geval iets van een wet T-shirt contest, ja toch?’ Jezebel krijgt bijval van wetenschappers als Leah Sheppard, onderzoeker in de organisatiepsychologie aan de Washington State University, die stelt dat genderstereotypering de reden is dat we het überhaupt zo veel over de queen bee hebben. Conflicten tussen vrouwen, redeneert ze, worden nu eenmaal meer geproblematiseerd dan die tussen mannen. Ook Facebook-ceo Sheryl Sandberg ontkrachtte het stereotype van de gemene vrouw al eens in een opiniestuk voor The New York Times. Vrouwen zijn niet gemener tegen elkaar dan mannen, schreef ze, maar we verwachten vooral dat ze aardiger zijn. ‘Als mannen een conflict hebben is het een gezonde woordenwisseling, maar als vrouwen een conflict hebben…miauw…’

Jezebel, Sheppard en Sandberg zien hun punt bevestigd in allerlei boeken met roze kaften en titels als The Stiletto in your Back, Mean Girls at Work of De baas zijn zonder een bitch te worden. Google staat vol met stockfoto’s van zakelijk geklede vrouwen die met megafoons in elkaars oren schreeuwen of hun ondergeschikten onder de hoge hak lopen. En ook de lijst met queen bees in films en series is eindeloos, van kantoorvamp Joan Holloway uit Mad Men tot tienerkoningin Regina George uit Mean Girls. ‘Geachte televisie’, spuide de Amerikaanse stand-upcomedian Cameron Esposito haar frustraties hierover op Twitter, ‘Het queenbee-narratief is uitgekauwd!’ Ze stelde voor om voor de verandering eens te schrijven over vrouwen die elkaar aardig vinden.

Belle Derks erkent dat queenbeegedrag niet typisch vrouwelijk is. Voor vrouwen, legt ze uit, kan het een overlevingsstrategie zijn in een werkomgeving waarin zij minder worden gewaardeerd dan mannen en met negatieve stereotypering te maken krijgen. Maar uit haar experimenten blijkt dat het net zo goed voorkomt bij andere minderheden in die situatie.

Zo deed ze onder meer onderzoek naar soortgelijk gedrag bij Hindoestaans-Nederlandse werknemers. Als hun Hindoestaanse identiteit een nadeel was op het werk, bleken ze vrij negatief over andere Hindoestanen en presenteerden ze zich ook vaker aan de hand van stereotype Nederlandse kenmerken, zoals directheid en nuchterheid. ‘Daarnaast heb je bijvoorbeeld een fenomeen als straight-acting: homoseksuele mannen die zich op het werk extra masculien gedragen omdat ze zich af willen zetten tegen het stereotype dat alle homo’s heel vrouwelijk zouden zijn. En ook oudere werknemers zijn een interessante groep. Iedereen is ooit jong geweest en kent daardoor de vooroordelen over oude mensen. Als die je in de weg zitten, kun je er dus voor zorgen dat je niet als oud wordt gezien, bijvoorbeeld door geen gehoorapparaat te nemen als je er wel een nodig hebt.’

Niet vrij van vooroordelen

In individuele gevallen is het moeilijk te zeggen of er sprake is van queenbeegedrag. Volgens Derks wordt het soms te snel als zodanig geïnterpreteerd. ‘De andere kant van de medaille is dat jonge vrouwen het ook als queenbeegedrag zien als hun vrouwelijke leidinggevende geen tijd heeft om over hun liefdesverdriet te praten, terwijl ze die aandacht van een mannelijke leidinggevende niet eens zouden verwachten.’

Maar ook Derks zelf is niet helemaal vrij van vooroordelen. ‘Ik heb me weleens moeten corrigeren omdat ik te lage verwachtingen had van een jonge vrouw. Andersom heb ik ook weleens met een man gewerkt van wie ik er pas na een tijdje achter kwam dat hij eigenlijk helemaal niet zo competent was, terwijl ik daar automatisch van uit was gegaan.’

De queen bee is overigens niet de enige die baat heeft bij haar gedrag. Een vrouw die perfect in het masculiene systeem past, neemt bij mannen de onrust weg omdat ze impliciet zegt dat alles kan blijven zoals het was. Derks: ‘Vrouwen die opkomen voor andere vrouwen worden gezien als feminist, dat vinden mensen eng. Maar daartegenover staat de vrouw die zegt dat zij het toch ook heeft gered, dat structurele ongelijkheid wordt overdreven en dat de meeste vrouwen nu eenmaal niet genoeg ambitie hebben.’

Derks is nu met een studie bezig waarin mannen over genderongelijkheid gaan praten en tegelijkertijd hun stressreacties wordt gemeten: de hartslag, de bloeddruk. ‘Onze verwachting is dat als hun gesprekspartner een vrouw is die het probleem wegwuift, zo van: ‘Moeten we het hier nu wéér over hebben?’, het stressniveau van die mannen meteen daalt.’

Voor een andere, nog ongepubliceerde studie moesten proefpersonen beoordelen welke fictieve kandidaat ze het meest geschikt vonden voor een leidinggevende functie in een bedrijf met weinig vrouwen aan de top. De persoon die het positiefst werd beoordeeld, was de vrouw die speciaal beleid om meer vrouwen aan de top te krijgen niet nodig vond. ‘Een man die zoiets zegt wordt een seksist gevonden, maar bij een vrouw realiseren mensen zich niet dat het ook seksisme kan zijn.’

Oplossing

Andere experimenten van Derks tonen omstandigheden waaronder vrouwen bijenkoninginnengedrag vertonen, maar ook wanneer diezelfde vrouwen dat niet doen. Zo werd aan twee groepen vrouwen met een hoge functie bij de politie gevraagd naar respectievelijk een moment waarop ze gediscrimineerd werden en een moment waarop ze werden gewaardeerd als individu. Respondenten uit de eerste groep presenteerden zich daarna wat masculiener en waren meer geneigd zich van andere vrouwen te distantiëren en het bestaan van seksisme te ontkennen. De vrouwen die waren herinnerd aan situaties waarin ze wel werden gewaardeerd om hun persoonlijke prestaties, vertoonden dit gedrag niet.

Als queenbeegedrag niet inherent is aan de vrouw, maar getriggerd wordt door stereotypen, machtsverhoudingen en maatschappelijke verwachtingen die haar in de weg zitten, is er misschien ook iets tegen te doen. ‘Stereotypen zijn helaas redelijk stabiel’, zegt Derks, ‘maar als geslacht niet meer zo saillant is omdat er een gelijke verdeling is, wordt de behoefte om je af te zetten tegen je sekse ook minder groot.’

De remedie tegen queenbeegedrag is dus in theorie erg simpel: meer vrouwen in leidinggevende functies. Een quotum zoals geadviseerd door de SER is daarom cruciaal, wat Derks betreft. ‘We kunnen wel blijven wachten tot het langzaamaan vanzelf gebeurt, maar een quotum zal het proces zeker bespoedigen. Als we iets hebben geleerd in de afgelopen jaren, is het dat streefcijfers weinig zoden aan de dijk zetten.’

Quota zijn een begin, benadrukt Derks, maar geen wondermiddel. ‘De ongelijkheid tussen mannen en vrouwen aan de top komt door allerlei factoren, zoals de verdeling van zorg en arbeid. Van vrouwen wordt nog steeds verwacht dat ze de meeste zorg voor de kinderen op zich nemen, waardoor het een risico is om hen een carrièrekans te geven. Ze kunnen immers zwanger worden en op een dag misschien minder gaan werken. Pas als mannen ook substantieel verlof willen of een werkweek van vier dagen, wordt het risico gelijkgetrokken.’

Binnen de Universiteit Utrecht, waar veel vrouwen rondlopen, maar de meeste hoogleraren man zijn, krijgt Derks tijdens een overleg nog weleens de vraag: ‘Wat vind jij daar nou van, als vrouw?’ ‘Maar ik ben sinds twee jaar ook voorzitter van De Jonge Academie, een platform voor jonge wetenschappers waar de man-vrouwverhouding fif­ty­fif­ty is. En dat is de eerste plek in mijn carrière als wetenschapper waar het helemaal niet relevant is dat ik een vrouw ben.’

Op verzoek van de geïnterviewden zijn de namen Tara en Anne gefingeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden