Meer vrouwen aan de macht, maar nog niet genoeg

Was er in Latijns Amerika eerst geen land te bekennen met een vrouw aan het roer, binnenkort zijn het er misschien wel drie...

Op het bureau van de Amerikaanse Women’s Environment & Development Organization (WEDO) knalden de champagnekurken toen vrouwen in Duitsland, Liberia, Chili en Jamaica vlak na elkaar tot regeringsleider werden gekozen, vertelt Anique Halliday. Primeurs, stuk voor stuk. ‘Een geweldige ontwikkeling.’ En nu ziet Halliday alweer uit naar de presidentsverkiezingen in Peru met Lourdes Flores Nano. Was er in Latijns Amerika eerst geen land te bekennen met een vrouw aan het roer, binnenkort zijn het er misschien wel drie.

Er is meer goed nieuws aan het vrouwenfront. Tweederde van de Amerikanen vindt dat hun land klaar is voor een vrouwelijke president in 2008; op dit moment zitten er wereldwijd twee keer zoveel vrouwelijke ministers op economische sleutelposten dan vijf jaar geleden. Zelfs in Botswana – een land waar de koning er elf echtgenotes op nahoudt – hebben politieke partijen beloofd 30 procent vrouwelijke kandidaten op de kieslijsten op te nemen.

Maar de lang gedroomde doorbraak van de vrouwen in de politiek? Nee, dat is het niet. ‘ De zeges van vrouwen vallen meer op omdat er in deze periode vrij veel verkiezingen gehouden worden’, zegt Rita Taphorn van het in Stockholm gevestigde Internationale Instituut voor Democratische en Electorale Assistentie (IDEA).

Wereldwijd zitten er nu gemiddeld 16 procent vrouwen in het parlement; dat is ruim 5 procentpunten meer dan ten tijde van de VN-vrouwenconferentie in Peking, tien jaar geleden. ‘Maar dat is dus minder dan 1 procent groei per jaar’, zegt Anique Halliday van WEDO, een ngo die met 153 zusterorganisaties in 45 landen campagne voert voor een fiftyfifty-verdeling van vrouwen en mannen in de politiek. ‘Het gaat veel te langzaam. We hebben laatst uitgerekend dat het aan het huidige tempo nog tot 2075 duurt voordat we overal een fiftyfifty-verdeling in het parlement hebben.’

Een groot struikelblok: geld. ‘Vrouwen blijken veel meer moeite te hebben om aan campagnefondsen te komen. Doordat ze niet de juiste connecties hebben, en doordat ze vaak niet als geloofwaardige kandidaten worden beschouwd.’

Andere obstakels? Taphorn kan ze zo opsommen. ‘Gebrek aan zelfvertrouwen, een tegenstribbelende familie, geen steun van politieke partijen.’

In Kirgizië en Micronesië behaalde bij verkiezingen in 2005 geen enkele vrouw een plek in het parlement. Ook in veel Arabische landen is het aantal vrouwelijke parlementsleden schrikbarend laag. En Afghanistan mag dan zijn eerste vrouwelijke parlementariërs verwelkomd hebben, toen twee van hen voor een donorconferentie naar Londen gingen, verdoemde een conservatief parlementslid hen wel omdat ze zonder chaperon reisden.

De lokale politiek is relatief gezien het gemakkelijkst voor vrouwen om tot door te dringen, weet Alison Woodward, hoogleraar politieke wetenschappen en co-voorzitster van het Centrum voor Vrouwenstudies en Diversiteitsonderzoek aan de Vrije Universiteit van Brussel. ‘Regionaal en nationaal ligt het veel moeilijker.’

‘Vaak spelen heel verschillende, toevallige plaatselijke factoren mee’, vult Taphorn aan. ‘Bij Bachelet bijvoorbeeld speelde het feit dat haar familie anti-Pinochet was een grote rol in haar verkiezingsoverwinning.’

Opvallend genoeg is het juist een groepje (voormalige) rampenlanden dat het erg goed doet in de cijfers: Rwanda – dat na Zweden zelfs het tweede hoogste aantal vrouwelijke parlementsleden ter wereld haalt –, Uganda, Zuid-Afrika, Irak, Afghanistan. Landen met een niet al te florissante recente geschiedenis. Halliday: ‘Maar dat biedt hun juist de ruimte om een nieuwe start te maken. Bij het opstellen van een grondwet wordt er dan meteen rekening gehouden met de vrouwen.’ Taphorn: ‘Onder internationale druk voeren veel van die landen quota in.’

Voorwaarde is wel dat er dan ook toezicht gehouden wordt op de uitvoering ervan, is haar ervaring als voormalig medewerkster van de OVSE in Kosovo. ‘Ik schreef nieuwe politieke partijen in. Sommige mannen kwamen aanzetten met hun vrouw of dochter. Dan zei ik: dit zijn geen serieuze kandidaten.’

Uiteindelijk zijn het vooral de kiezers die de vrouwen op politiek interessante plekken moeten brengen. ‘En dat is een groot probleem in bijvoorbeeld de Arabische landen, waar mannen het traditioneel voor het zeggen hebben.’

De impact van sterke voorbeelden valt ook niet te onderschatten. ‘Kofi Annan bijvoorbeeld is getrouwd met een Zweedse feministe, en gelooft volgens mij in de absolute gelijkheid van mannen en vrouwen’, vertelt Alison Woodward. ‘Dergelijke invloedrijke figuren kunnen heel veel doen voor de situatie van vrouwen wereldwijd.’

Want ook op het schoolvoorbeeld Noord-Europa valt nog veel aan te merken. ‘Landen als Noorwegen, Zweden, Nederland waren altijd rolmodellen voor de rest van de wereld’, aldus Anique Halliday van het WEDO. ‘Relatief veel vrouwen in het parlement, in de gemeenteraden. Dat worden er nog altijd meer, maar de schwung is eruit. Veel landen gooien hun speciale regelingen voor vrouwen weer weg. De quota, de subsidies. Ze denken: we hebben genoeg gedaan, nu gaat het vanzelf. Maar ze zijn er nog lang niet.’

Sommige Europese landen, zoals Italië, Frankrijk of Griekenland, scoren wat politieke participatie van vrouwen betreft slechter dan ontwikkelingslanden als Tadzjikistan, Sierra Leone of Niger.

‘In Italië heeft Berlusconi alle vrouwvriendelijke maatregelen in de koelkast gezet’, verklaart Woodward. ‘In Frankrijk wordt dan weer gewerkt met een tweetrapssysteem, min of meer zoals in de VS. Daarbij nemen eerst heel veel kandidaten het tegen elkaar op, waarna een tweede verkiezingsronde wordt gehouden met twee kandidaten. Zo’n systeem is enorm nadelig voor allerlei minderheidsgroepen, en ook voor vrouwen.’

Hebben vrouwen eigenlijk een toegevoegde waarde voor de politiek, anders dan dat hun aanwezigheid een sociale ongelijkheid rechtzet? Taphorn meent van wel. ‘Hun manier van opereren is heel anders. En ze brengen nieuwe onderwerpen aan, veelal sociale kwesties.’ Toch is het haar een doorn in het oog dat vrouwen meestal op ‘softe’ posities terecht komen. ‘Er zouden nog veel meer vrouwelijke ministers van Defensie en Economische Zaken moeten zijn.’

Uit onderzoek blijkt dat vrouwelijke politici meestal ook vrouwvriendelijker beleid voeren – of er op zijn minst voor zorgen dat het debat over issues die vrouwen aanbelangen, op gang komt.

Halliday is dan ook blij te horen dat Bachelet haar ministersploeg voor de helft uit vrouwen wil laten bestaan. Rita Taphorn hoopt dat Merkel een jonge vrouw onder de vleugels neemt, zoals Kohl ooit Merkel onder zijn hoede nam. ‘Maar daar ben ik nog niet zo zeker van.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden