Meer vragen maar kortere spreektijd in `Vragenuurtje¿

Den Haag -Een bende die geld steelt via de belastingdienst, een hogere vergoeding voor apothekers, de uitkomsten van een onderzoek over onderwijs of het ondervragen van reizigers op Schiphol: het wekelijkse vragenuur op de dinsdagmiddag in de tweede kamer is een vergaarbak van krantenberichten die in de Tweede Kamer onder de neus van de betrokken minister worden geschoven.


Het is doorgaans dringen voor de microfoon: veel Kamerleden lijken zich te verkneukelen bij de gedachte dat Nederland hen op de televisie, rechtstreeks uitgezonden, kan aanschouwen. Tientallen aanmeldingen komen er doorgaans binnen - en het sneue is dat Kamervoorzitter Verbeet maximaal vier vragen kan uitkiezen.


Dat zijn er niet genoeg, vindt ze. Door te sleutelen aan de spreektijden hoopt Verbeet dat er met ingang van het nieuwe jaar wel zes of zeven vragen in het uur kunnen worden verwerkt. Daardoor zou ook het aantal spoeddebatten kunnen afnemen, want veel vragen waaraan de Kamer niet toekomt, komen terug als spoeddebat.


Met de nieuwe regels wordt de spreektijd van de bewindslieden ingekort van vijf naar drie minuten. Het vraagstellende Kamerlid mag daarentegen uitgebreidere vervolgvragen stellen: eerst één van twee minuten, en dan nog een paar van een minuut. Andere Kamerleden mogen zich niet met die gedachtenwisseling bemoeien - en dus ook geen aanvullende vragen stellen. Het is een experiment, tot aan het krokusreces.


Verbeet probeert het vragenuur al langer te hervormen. Eerst wilde ze elke dag een vragenuur. Dat zou bewindslieden niet de kans geven om voorgekookte antwoorden voor te lezen op de vragen die ze krijgen. Ministers zouden bovendien 'huiver en ontzag' krijgen voor de Kamer, en het publiek zou profiteren van 'meer luisterplezier'. Meer macht voor de Kamer, was Verbeets credo.


Om inspiratie op te doen zal ze met een schuin oog naar het Engelse parlement hebben gekeken. Daar liggen de wortels van het vragenuur: in 1906 al waaide de Britse gewoonte over naar Nederland. Ook in andere landen geldt het Britse vragenuur als een model. Uit Japan kwam zelfs een delegatie in Engeland op bezoek om te zien hoe het in z'n werk ging.


Al die tijd bleef er echter één belangrijk verschil bestaan tussen het Nederlandse vragenuur en het Britse question time: de Nederlandse versie verschoof weliswaar van vrijdagmiddag naar donderdagochtend naar dinsdagmiddag - maar steeds bleef het vragen stellen beperkt tot een wekelijks uurtje, en niet tot een dagelijks ritueel, zoals in Groot-Brittannië. En dat zal voorlopig wel zo blijven, nu de Kamer met een zuur gezicht reageerde op de aanvankelijke plannen van Verbeet en meer zag in een kleine aanpassing van de spreektijden.


Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden