Meer talent door minder te trainen

Het eerste elftal van Feyenoord, dat zondag tegen PSV speelt, bestaat voor meer dan de helft uit eigen jeugd. De opleiding op Varkenoord draait lekker. 'Je moet kinderen de gelegenheid bieden te groeien.'

De financiële crisis heeft Feyenoord verrijkt. Noodgedwongen ontstond volop ruimte voor de kleurenpracht van de opleiding op Varkenoord, de broedplaats van voetbal onder de slagschaduw van de Kuip. Een school voor voetballers én trainers.


Op het sportveld telt alleen talent, de kunde van rasta's, Marokkaanse Nederlanders of jongens met oer-Hollandse namen als Ferri Rietkerk of Danny van Haaren. Varkenoord is trots op degenen die onderweg zijn naar de top en op de jongelingen die al zijn afgeleverd aan de overkant van de weg, in de Kuip: Tonny Vilhena uit Maassluis, Jean-Paul Boëtius uit Rotterdam, Jordy Clasie uit Haarlem en al die anderen, tegen de twintig spelers in de A-selectie.


Op een zaterdag, bij een duel van B2, glimt Erwin Pinas. Hij was de eerste jeugdtrainer van dribbelaar Boëtius en middenvelder Vilhena, die al sinds de F-jeugd bij Feyenoord voetballen: 'Jean-Paul was ontzettend leergierig. Balverliefd ook. Hij nam de bal mee naar bed. Dat zie je terug. En aan Tonny zag je al in de F-jeugd dat hij een enorme drive had om te winnen.'


Feyenoord is outsider voor de landstitel. Komt dat door afgewogen aankopen van de directie? Daarover valt te twisten. Topschutter Pellè voetbalt bij Feyenoord dankzij een toevallige ontmoeting tussen de Italiaan en de zoon van hoofdtrainer Koeman op het strand. Andere nieuwelingen als Vormer, Te Vrede en Goossens zijn reserve. Immers, Verhoek en Mathijsen blinken niet echt uit. Rechtsachter Janmaat is de beste der nieuwelingen, afgezien van Pellè.


Maar de gesprekken gaan vooral over Clasie, Martins Indi, De Vrij, Boëtius, Vilhena. Over de jongens van Varkenoord dus, het klassieke, wat sjofele opleidingscomplex met veel rood en wit.


Een dag op Varkenoord ruikt naar voetbal. Een kwikzilverachtig rechtsbuitentje van D2 vliegt na een woeste tackle meters door de lucht, tot ontzetting van de toeschouwers. Trainers praten over afvallende ballen. Publiek filosofeert over verwachtingen van bepaalde spelers of elftallen. Velden zijn omzoomd door personen van allerlei pluimage: van Pim Verbeek, technisch directeur van de Marokkaanse voetbalbond, tot scouts, ouders en fans die meer van Feyenoord houden dan van welke vrouw ook.


De glazenwasser die soms ramen zeemt van spelers van het eerste elftal, vertelt fier dat zijn zoon sinds kort de namen mag omroepen voor de aftrap bij de jeugd. Moeilijke namen soms. In een torentje langs de zijlijn van het hoofdveld zit oud-international Michel Valke, die alles filmt. Lesmateriaal.


De trainers zijn herkenbaar aan hun rode jassen. Soms klitten ze bij elkaar. In de loop van de middag komt adviseur Wim Jansen even kijken. Jean-Paul van Gastel, voormalig jeugdtrainer en nu assistent van Ronald Koeman bij het eerste elftal, zegt lachend: 'Op Varkenoord hangt een heerlijke voetbalsfeer, met allemaal kinderen die lekker aan het voetballen zijn.'


Is het toeval, zoveel talent? 'Nee', denkt Van Gastel. 'We hebben bijna altijd veel talent.' Maar bij het al dan niet doorbreken speelt de factor geluk mee. Wie is de trainer, wie is de concurrent in het eerste elftal? 'Als dat Pellè is, moet je geduldig zijn.' Omgeving, gezin, vrienden, alles kan van invloed zijn. 'Hebben ze het beste met je voor, of weten ze het altijd beter dan de trainers?'


Feyenoord was bijna failliet, nog maar anderhalf jaar geleden. Van Gastel: 'Jongens kregen kansen. Maar stel je voor als niemand had klaargestaan. Dan was het lastig geweest.' Als een lopende band leverde Varkenoord talent, in vrolijk makende hoeveelheden.


'De crisis is gunstig geweest voor ons, maar we hadden ze klaarstaan', zegt ook routinier Cor Adriaanse, de nestor onder de jeugdtrainers. Dat was ook in andere tijden het geval. Neem de periode rond 2002, het jaar waarin Feyenoord de UEFA Cup won, de tijd van Van Persie, Loovens, Buffel, Leonardo, Olfers, Sprockel, een paar jaar later De Guzman en Salomon Kalou.


Adriaanse: 'Jongens voelen zich hier op hun gemak. Ze hoeven geen hoge drempel over. Als ze maar hun stinkende best doen om alles uit hun talent te halen. Als dan iemand doorbreekt, zijn we met zijn allen trots. We doen het samen, zonder ego. En supporters hebben iets met eigen jongens.'


Aan de rand van het speelveld zegt Erwin Pinas: 'Schelden heeft niet zoveel zin. De kinderen moeten uit je hand willen eten. Geef ze vooral vertrouwen.'


Speler van Varkenoord

Vanaf de velden van Varkenoord ziet de jeugd de Kuip liggen, als een fata morgana van het leven als voetbalprof. De toekomst zal uitwijzen of het een luchtspiegeling is of realiteit. Het is een inspirerend beeld, vindt Stefan de Vrij, tegenwoordig aanvoerder van het eerste elftal en opgegroeid op Varkenoord. Zijn mooiste herinnering komt uit de kampioenswedstrijd met B1, tegen Ajax. 'We wonnen met 2-1 en ik maakte de beslissende goal. Ze letten niet op mij bij een hoekschop. Ik kon de bal aannemen bij de tweede paal en schoot in.'


Zijn verhaal over de opleiding is doorspekt met liefdevolle, bijna romantische strofen. 'Ik was nooit het grootste talent. Aan het eind van het seizoen was het altijd spannend of ik door mocht naar het volgende jaar. Sommige kinderen moesten weg en huilden. Bij zo'n gesprek waren je ouders mee. Ik was altijd zenuwachtig, maar gelukkig zeiden ze gelijk of je mocht blijven.


'Ze liepen dan alle punten door en je kreeg een rapport. In het eerste half jaar van een seizoen was ik nooit zo goed. Dan werden confronterende dingen gezegd. Daarna ging het veel beter. Dan ging ik op zaken letten en zeiden ze na afloop: je hebt echt punten verbeterd die we hebben aangegeven, snelheid en handelingssnelheid.


'Nu ben ik ouder en wijzer. Ik ben er zelfbewust mee bezig, met wat ik beter moet doen. Van Gastel, mijn trainer bij A1 en C1, was de eerste trainer die me echt het gevoel gaf dat ik goed was. Ik stond een beetje op zijn positie, als verdedigende middenvelder. Sindsdien twijfel ik niet meer. Hij was het keerpunt.'


Ze stelden De Vrij bewust op als middenvelder, om zijn handelingssnelheid te vergroten. Trainingen waren op hem en andere toptalenten afgestemd. Hij leerde situaties oplossen, zijn vertrouwen groeide. Hij reed vaak met de voormalig Feyenoordaanvaller en jeugdtrainer Wlodi Smolarek mee, vanuit zijn woonplaats Ouderkerk. 'Dan stond ik bij de bushalte te wachten en kwam hij toeterend langs. Kom.'


Later, op de middelbare school, was trainen een hele onderneming: 'Dan ging ik op de fiets naar Krimpen, daarna met bus en metro, dan weer met bus of tram, afhankelijk van wat sneller was.' Hij rondde het vwo af. 'Mijn examenjaar viel samen met mijn doorbraak. Ik had tentamens en examens. Voetballen, studeren, rijlessen, allemaal tegelijk.' Hij herinnert zich een bekerwedstrijd bij PSV. 'We wonnen met 3-0, ik sliep om half drie en om half negen zat ik in de schoolbanken een tentamen te maken.'


Trainer op Varkenoord

Varkenoord is ook een opleiding voor trainers. Jean-Paul van Gastel stroomde door naar het eerste elftal, waar hij voor velen geldt als de gedroomde opvolger van Ronald Koeman. 'Er is geen geheim', zegt hij over de opleiding. 'Er is werkethiek. De mensen zijn betrokken bij wat ze doen, in dienst van de kinderen. Dan heb je inhoudelijk nog niets, maar die drive is belangrijk.'


Veelvuldig spreekt hij over 'de kinderen', alsof ze van hemzelf zijn. 'Je bent daar voor de kinderen, de kinderen zijn er niet voor jou. Dat is de cultuur. Als je het anders doet, wordt dat snel genoeg duidelijk gemaakt, met al die trainers van de gestampte pot. Je wordt vanzelf meegetrokken, of je vertrekt weer.'


De meeste trainers blijven jaren: Gösgens, Makaay, Taument, Adriaanse. Stanley Brard is al acht jaar hoofd opleidingen. Hij nam in 2006 inspanningsfysioloog Raymond Verheijen aan om diens methode van periodisering te introduceren: evenwicht zoeken tussen belasting en rust.


In de praktijk betekende dat onder meer: minder trainen (vier in plaats van zes keer per week) met meer kwaliteit, en niet meer dan één wedstrijd in een weekeinde. Minder vermoeid raken dus, hetgeen uiteindelijk ten gunste moest komen van de handelingssnelheid. Geduldig zijn ook, opgroeien in een veilige omgeving.


Natuurlijk was er kritiek op die aanpak. Minder trainen? Een talent moest toch juist meer trainen? Waren de beleidsmakers gek geworden?


Van Gastel: 'Je moet kinderen rust geven en de gelegenheid bieden te groeien. Veel clubs gaan meer trainen in de vakanties. Wij geven jongens nu juist een halve week vrij. Dan kunnen ze kind zijn, met hun vriendjes spelen, tot rust komen, fris worden.'


Vroeg op

Dat is nodig. 'De jongste groepen trainen om negen uur 's ochtends. Als je met het openbaar vervoer uit Leidschendam komt, moet je om zes uur opstaan. Vroeg op dus, trainen, school, terug naar huis, dan zijn ze rond vijf uur thuis. En dan zitten wij er ook nog eens kort op. Praten over voeding, dvd's kijken met wedstrijdbeelden. Maar het zijn kinderen. Dat mogen we nooit vergeten.'


Feyenoord leidt wat anders op dan bijvoorbeeld Ajax. 'Alle jeugdtrainers assisteren elkaar bij ons. Ajax traint heel veel individueel. Wij niet. Dat hebben we nooit gedaan. We doen alles in groepstrainingen.


Trainingen worden soms afgestemd op individuen, maar de groepstraining is het uitgangspunt. Je probeert iemand iedere keer in een situatie te brengen, vanuit de partijvorm.


'Op donderdagen spelen we elf tegen elf. Dan speelt onder 19 tegen onder 18, en is Gaston Taument (voormalig rechtsbuiten, red.) bezig met de buitenspelers. Hij coacht aan de kant waar hij nodig is. Roy Makaay let op spitsen, enzovoorts. We zijn alleen bezig om spelers beter te maken.'


Te wensen blijft er genoeg over. Het liefst zou Van Gastel veel meer jongens aannemen. 'Op open dagen zie je zo veel van die jochies van 6, 7 jaar die lekker kunnen voetballen. Ik opteer voor een piramide met tien F-elftallen, waarna je langzaam naar boven werkt. Je krijgt dan logistieke problemen: je hebt extra trainers nodig en meer geld. Maar ik geloof in die methode. Ik wil alle goede spelers hebben. Hoe meer talent, des te meer goede spelers je overhoudt.'


Eigenlijk is geduld het toverwoord, mocht er een toverwoord bestaan. 'Wij wisten dat Boëtius zover was om in het eerste elftal te komen, maar hij had een zware knieblessure gehad. Toen hebben we gezegd: rustig aan, we weten dat hij komt. Laat hem eerst nog een half jaar in de A1 voetballen. Toen het moment rijp was, pakte hij in één keer Ajax-thuis mee.'


Morgen speelt hij thuis tegen PSV. Hij is pas 18.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden