Meer ruimte voor kredieten, maar ook meer onzekerheid

De versoepeling van de liquiditeitsregels geeft de banken meer lucht om leningen te verstrekken aan burgers en bedrijven. Dat bevordert de economische groei, maar maakt banken wel minder veilig. De drie belang-rijkste maatregelen en hun gevolgen op een rij.

YVONNE HOFS

1. Vertraging van de invoering

Volgens het oorspronkelijke plan uit 2010 zouden banken vanaf 2013 een liquiditeitsbuffer moeten aanhouden. Twee jaar later, in 2015, zouden alle banken volledig aan de Basel III-norm moeten voldoen. Dat tijdschema is nu uitgesteld naar 2015 (start) en 2019 (volledig aan de eisen voldoen). Een verplichte liquiditeitsbuffer voor banken is een volledig nieuw element van de bankenregulering. Tot aan Basel III waren banken alleen verplicht kapitaalbuffers aan te houden (een vermogensreserve ten opzichte van de uitstaande krediet- en effectenportefeuille). Banken kunnen echter ten onder gaan aan acute betalingsproblemen, terwijl ze wel voldoende vermogen hebben. Bijvoorbeeld als het vertrouwen in banken plotseling wegvalt, wat in de herfst van 2008 gebeurde. Nu banken vier jaar uitstel hebben gekregen, blijven ze langer kwetsbaar voor een nieuwe vertrouwenscrisis en voor bankruns.

2. 'Degelijk' is iets minder degelijk

De liquiditeitsnorm in Basel III is gebaseerd op het uitgangspunt dat banken een vertrouwenscrisis minstens dertig dagen zonder hulp kunnen overleven. Dat is een situatie waarin spaarders hun geld weghalen uit angst dat de bank failliet gaat, en dat andere geldverstrekkers om dezelfde reden de bank geen geld willen lenen. De bank moet dan razendsnel bezittingen in cash omzetten om aan zijn betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. In zo'n noodsituatie lukt dat alleen met bezittingen die als zeer degelijk gelden en waarvoor dus altijd kopers te vinden zijn. In 2010 vond het Basel-comité alleen staatsobligaties, kasgeld en centrale bank-kredieten degelijk genoeg. Maar de eurocrisis heeft aangetoond dat staatsobligaties toch niet zo veilig zijn. Omdat er dan (te) weinig buffermateriaal voor de banken overblijft, heeft het comité de definitie van 'zeer degelijke bezittingen' zondag flink opgerekt.

3. Risico's worden lager ingeschat

De buffereisen zijn ook verlaagd doordat het Basel-comité de risico's van een vertrouwenscrisis veel lager inschat. De toezichthouders gingen er in 2010 nog van uit dat een bank bij een vertrouwenscrisis in een maand 5 procent van zijn spaartegoeden kwijtraakt. De veiligheidsmarge was dus dat banken 5 procent van hun spaartegoeden als liquide buffer moesten aanhouden. Sinds zondag vindt het Basel-comité 3 procent genoeg. In het oorspronkelijke scenario zouden bedrijven tijdens een kredietcrisis hun ongebruikte kredietfaciliteiten volledig benutten. Banken moesten dus 100 procent van die ongebruikte faciliteiten als buffer aanhouden. Deze norm is verlaagd naar 30 procent. Dankzij deze wijzigingen voldoet 'de overgrote meerderheid' (aldus de Britse centrale bankier Mervyn King) van de tweehonderd grootste banken ter wereld nu al aan de norm. Voor de versoepeling was dat minder dan de helft.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden