MEER REALPOLITIK GRAAG

LEVEN wij in het utopieloze tijdperk? Volgens Michaël Zeeman, in een artikel vorige week maandag in deze krant, wel. Hij zette zich af tegen de 'debiliserende gedachte' dat we nu in een wereld leven die bijna af is, en ons kunnen overgeven aan een vrolijk bruisende markt waarin alle conflicterende...

Volgens Zeeman blijft het van belang - en daarin heeft hij zeker gelijk - na te denken over een betere wereld en de verbeelding een plaats te geven in de politiek. Tegenover de Realpolitiker, die alle vormen van utopisch denken willen afzweren, plaatst hij de dichters. Zeeman verwijst naar de Tsjech Milan Kundera, die met zijn essay The Tragedy of Central Europe uit 1984 de mythische wereld van het Habsburgse Rijk liet herleven, en de Italiaan Claudio Magris, die een boek over de Donau schreef. De dichters zouden de toekomstige politiek opnieuw moeten begeesteren, maar dan op een bezonnen manier.

Ik stel vast dat de utopie waaraan Zeeman refereert - de droomwereld van Midden-Europa - niet in de toekomst ligt, maar in het verleden. Hij denkt terug, en niet vooruit. Ook Zeeman zet het normale tijdsperspectief op z'n kop, en bevestigt ongewild de 'debiliserende gedachte' dat de geschiedenis in politiek-ideëel opzicht is afgerond. Dat idee heeft absurde consequenties, maar is minder gek dan het lijkt.

Ik verbeeld me zelfs dat een socialist uit 1900 zich helemaal geen voorstelling kon maken van de politiek-materiële sprong voorwaarts die het Westen in werkelijkheid heeft gemaakt. Daarvoor schoot zijn kennis te kort. De rijkdom van de echte wereld ging zijn verbeeldingskracht te boven. Wat ons van de socialistische droom is bijgebleven, is dat hij zo bekrompen en fantasieloos was (een constante in Kundera's romans).

Het ideaal van de maakbare samenleving mag dan schade hebben opgelopen, ondertussen leven we er wél in. Onze wereld is het product van alle voorafgaande ideologieën. Ik zou het huidige tijdperk eerder futuristisch dan utopieloos noemen.

We staan bovendien aan de vooravond van de invoering van de euro. Zonder Europese Gedachte, die alle kenmerken van een utopie bezit, zou dat ondenkbaar zijn. Dat het oorspronkelijke federale ideaal tijdens het 'bouwen aan Europa' is verwaterd, doet daar niks aan af.

De Habsburgse Dubbelmonarchie, waarvan zo'n grote intellectuele aantrekkingskracht uitgaat, gold ooit als het 'proefstation van Europa'. Maar tegenover de huidige Europese Unie staat de culturele elite betrekkelijk onverschillig.

Er zijn nauwelijks nog overtuigde aanhangers van het Europese ideaal, en het schort óók aan beredeneerde scepsis. Daardoor marcheert de Europese integratie ongehinderd door, zonder kompas, tot het moment waarop de zaak op de klippen loopt. Als cultuurfilosofen zich nuttig willen maken, zouden zij zich meer in het raderwerk van Europa kunnen verdiepen, te beginnen met een beter begrip van de klassieke Realpolitik.

Het politiek realisme is verre van fantasieloos. Het huidige - zielloze - pragmatisme is wat anders dan de Realpolitik van machtspolitici als Metternich en Bismarck. Zij waren actief in Midden-Europa, niet in het gedroomde van nu, maar in het echte van de negentiende eeuw. Dat zij van elk politiek idealisme waren gespeend, wil nog niet zeggen dat zij geen verbeeldingskracht hadden. Integendeel, pessimistisch als ze waren, zagen ze overal dreigingen.

Niet ten onrechte zagen zij de ideologen van hun tijd (nationalisten, democraten) als gevaar voor de bestaande orde, waarin het voortbestaan van het - multiculturele - Habsburgse Rijk een vitaal element was. Die constructie bestond bij de gratie van een Realpolitik, waarin geen plaats was voor sentimenten. De wereld van Bismarck bestond uit een web van coalities en tegencoalities, waarin zijn opvolgers - die géén Realpolitik maar strategisch knoeiwerk leverden - zich in 1914 hebben verstrikt.

Niemand met enige realiteitszin zal een terugkeer naar negentiende-eeuwse toestanden bepleiten. Maar méér gevoel voor reële machtsverhoudingen, en een besef dat ook de meest duffe politieke projecten (zoals de EMU) onbeheersbare krachten kunnen losmaken, kan geen kwaad. Hier kunnen schrijvers en dichters nog heel wat leren van Realpolitiker.

Staatslieden als Churchill, De Gaulle en Kissinger hadden een verbeeldingskracht waaraan slechts weinig kunstenaars kunnen tippen. Zij staan als realisten te boek, maar verloren de betekenis van mythen nooit uit het oog. Daar hadden zij allerlei theorieën over. Natuurlijk hadden zij hun blinde vlekken (zoals de economie). En men kan erover twisten in hoeverre óók zij zich - net als hun idealistische tegenpolen - door hun fantasie lieten meeslepen. Maar hun fantasie was allereerst een instrument tot het doorgronden van de politieke werkelijkheid.

Als onze intelligentsia nog een bijdrage wil leveren aan een betere wereld, dan moet zij die wereld in al zijn bestuurlijke facetten beter inzichtelijk maken. Die opgave is al utopisch genoeg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden