Meer kilometers maken is niet alles, je moet een beetje slim trainen

Pieter van den Hoogenband is pas 17, maar op zijn jonge schouders rust de hoop van een teloor gegane zwemnatie....

WYBREN DE BOER

VERS ZIJN de herinneringen van zwemmer Pieter van den Hoogenband aan het Tsjechische Pardubice, waar vorig jaar tijdens de Europese jeugdkampioenschappen zijn talent ontbolsterde. Over 100, 200 en 400 meter crawlde hij naar goud. Wat hem echter het meest bijbleef is het gevoel van onverslaanbaarheid. 'Ik stond op het startblok en dacht: Godsamme, ik beslis hier wie d'r wint. Ik had alles onder controle.'

Zijn suprematie was in tegenspraak met alle gangbare theorieën, tenminste afgaande op wat Nils Rudolph hem had verteld. De voormalig DDR-zwemmer, thans bondstrainer in het verenigd Duitsland, nam de leden van de Nederlandse zwemploeg voor het EJK enkele tests af. Rudolph stelde vast dat Van den Hoogenbands biologische leeftijd slechts drie maanden ouder was dan zijn werkelijke leeftijd.

Kansloos heette hij derhalve te zijn in de confrontaties met Italiaanse en Spaanse generatiegenoten, wier biologische ontwikkeling vaak een jaar vooruit loopt op de kalender. Reden waarom Zuideuropeanen in tal van sporten bij juniorenkampioenschappen vaak succesvol zijn. Na de Europese titelstrijd kwam Rudolph bij het zoeken naar een verklaring niet verder dan de verzuchting dat het unglaublich was.

Met de musculatuur en botstructuur van Van den Hoogenband was weinig mis. Eigenlijk helemaal niets. Rudolph gaf de zwemmer uit Geldrop een 10 voor zijn lichaamsbouw, iets wat voor hem slechts drie personen was overkomen. Eén van hen was Franziska van Almsick.

Dat de Duitse op haar zeventiende reeds gelauwerd was met wereldtitels en hijzelf nog niet meer is dan een belofte, is volgens Van den Hoogenband eenvoudig verklaarbaar. 'Vrouwen zijn eerder volgroeid.' Zelf moet hij nog sterker worden en vooral soepeler. 'Ik ben een stijve hark. Met gestrekte benen met mijn vingers tegen m'n tenen tikken, lukt me niet.

'Ik moet meer kracht kweken, maar ook weer niet te gespierd worden. Vergeleken met de meeste zwemmers ben ik vrij smal en dat is m'n voordeel. Ik heb minder weerstand dan die anderen. Met Luc van Agt doe ik heel gericht aan krachttraining. Hij moet ervoor zorgen dat ik gestroomlijnd blijf en toch meer spierkracht krijg.'

In Maastricht, waar hij tijdens een wedstrijd voor niet-licentiehouders met groot gemak won, ontwaarden ze als eerste zijn vermogen om zich snel in het water voort te bewegen. Maar de trainer van MZ & PC sprak 'onverstaanbaar Limburgs' en bulderde bovendien dat ze 'zoveel baantjes dit' en 'zoveel baantjes dat' moesten, dat Van den Hoogenband voortijdig de proefles verliet. 'Dit is niks voor mij, dacht ik.'

Pas toen zijn moeder, Astrid Verver, zelf begin jaren zeventig een verdienstelijk zwemster, gevraagd werd de trainingen te verzorgen bij PSV, waagde Van den Hoogenband zich opnieuw in het zwembad. Trainen deed hij al snel uitsluitend met de oudere, vergevorderde zwemmers. 'Ik kon achter iemand aanzwemmen en als een surfer op de golf gaan liggen. Hoefde ik bijna niks te doen, een beetje peddelen en ik werd zo meegezogen.'

Inmiddels is de vertedering bij het publiek voor dat rappe Brabantse ventje verdwenen. 'Er zijn mensen die me graag op m'n bek zouden zien gaan. Waarom? Geen idee.' Zijn vader heeft hem gezegd dat hij zich tegen toekomstige kritiek moet wapenen, maar zelf zegt hij dat weerbaarheid al van nature in zijn karakter ligt opgesloten. 'Als ze hopen dat ik verlies, raak ik verschrikkelijk gemotiveerd, dan vlieg ik.

'Vooral de wat oudere zwemmers proberen me te intimideren. Maar juist dan verlies ik niet. Casper van Dam zei voor het NK: Dit wordt mijn show, dit is mijn dag. Hij won de series en de halve finale, maar ìk pakte de titel.'

Op de vrije slag waagt Van den Hoogenband zijn sprong naar de mondiale top. 'Iemand die nul-komma-nul van zwemmen afweet, weet toch dat de crawl het nummer is met de meeste uitstraling. Flitsend, snel en het ligt me gewoon goed.'

Bondscoach René Dekker en bondscoördinator Ad Roskam zien in hem een zo mogelijk nog grotere vlinderspecialist, maar die discipline benut Van den Hoogenband vooralsnog slechts ter perfectionering van zijn vrije slag. 'Met de beenslag van de vlinder kan je meer snelheid maken.

'Bij de start en het keerpunt mag je een paar beenslagen van de vlinder maken, dat kan tienden schelen. Hans Kroes, een oud-zwemmer, heeft een keer tegen me gezegd: Jongen, je kan trainen, trainen, trainen, maar je starts en keerpunten verbeteren, daar schiet je veel meer mee op. Heeft-ie gelijk in.

'De details, die moet ik perfectioneren. Laatst stond ik bij een wedstrijd op het startblok naast Kasvio. We duiken het water in, ik kijk onder m'n schouder door om te kijken wat hij doet, zie 'm een paar vlinder-beenslagen maken en weg was-ie. Indrukwekkend, als je dat kunt.'

Hij zag de Finse wereldkampioen aan het werk tijdens de Mare Nostrum-toer, een trip die de Nederlandse zwemelite langs Barcelona, Canet en Monaco voerde. Ervaring opdoen in de aanloop naar het Europees kampioenschap in Wenen heette het uitgangspunt te zijn voor Van den Hoogenband.

Sinds de Mediterrane toernee slaat hem niet meer de schrik om het hart als in de baan naast hem Olympisch kampioen en wereldrecordhouder Alexander Popov plaatsneemt.

'Ik had een keer een artikel gelezen waarin stond dat de records van Matt Biondi niet te breken waren of er moest een zwemmer komen die zó sterk en zó getalenteerd was. Een paar weken later brak Popov een wereldrecord van Biondi. Ik stelde me echt zo'n Rus voor, zo'n beer, die heel relaxed is, zich van niemand wat aantrekt, een supermens. Dat viel me behoorlijk tegen. Hij zag er helemaal niet uit als een Olympisch kampioen. Voor de start stond-ie ook gewoon in z'n brilletje te kwijlen.

'Nu geloof ik niet meer in supermannen. Daar was die Mare Nostrum-toer ook voor bedoeld. Kijk, in Wenen kan je niet op het startblok staan te gapen naar Popov of die andere toppers. Zal niet gebeuren ook. De eerste keer lette ik continu op hem, de tweede keer was al minder, de derde keer concentreerde ik me op mijn eigen race. Nu ben ik op m'n gemak.'

In De Tongelreep, de vijver waarin de PSV-talenten worden gekneed, onderwerpt Van den Hoogenband zich aan de programma's van Jacco Verhaeren, 'voor mij een wereldtrainer', en fungeert Marcel Wouda als mentor voor de coming man. Van den Hoogenband: 'Marcel is de echte vaandeldrager van PSV. Hij is een wereldtopper, ik ben nog niks. Nou ja, niet veel nog.'

Wouda trok in de jacht op sportieve roem drie jaar geleden naar Amerika, om zijn slagen in Michigan door succestrainer Jan Urbanchek te laten polijsten. Dit voorjaar keerde de Udenaar terug in de schoot van PSV, mentaal en fysiek gehard, maar ook met enkele kritische kanttekeningen bij de Amerikaanse aanpak. De ervaringen van Wouda indachtig besloot Van den Hoogenband van een overzees avontuur af te zien.

Van den Hoogenband: 'Marcel trainde in Amerika makkelijk tachtig kilometer per week, ik haal amper de helft. Maar kilometers maken is niet alles, je moet ook een beetje slim trainen. Wij doen kortere stukjes, meer tempotraining en raceverdeling. Tijdens het laatste trainingskamp op Granada moest Marcel een dag rust nemen, zo kapot was-ie. Op die manier trainen we bij PSV dus al twee jaar.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden