Meer inzet Europeanen gewenst

In 2011 kan Afghanistan veiliger zijn, Nederland moet dan wel groter gebied bestrijken...

Van onze correspondente Deedee Derksen

Harde woorden zal de Amerikaanse generaal Dan K. McNeill (61) niet spreken over de Europese partners in het NAVO-bondgenootschap. Maar aan de vooravond van zijn vertrek op 3 juni als commandant van de ISAF-troepenmacht, wordt het voor de goede verstaander wel duidelijk dat hij de inzet van de Amerikaanse regering in Afghanistan een stuk hoger aanslaat dan die van de Europese bondgenoten. Tijdens het gesprek in zijn kantoor op het hoofdkwartier van ISAF in Kabul is de kritiek tussen de regels door te horen.

U heeft gezegd dat er niet genoeg middelen ter beschikking worden gesteld voor de ISAF-missie, wat bedoelt u daar precies mee?

‘Er zijn niet genoeg manschappen, niet genoeg vliegtuigen en niet genoeg apparatuur voor inlichtingen en surveillance.’

Volgens het Amerikaanse handboek voor counterinsurgency (verzetsbestrijding) zouden er in Afghanistan 400 duizend manschappen nodig zijn, in plaats van de 47 duizend die er nu zijn. McNeill vindt, naar verluidt, dat er zeker twee extra brigades nodig zijn. Hij wil dat echter niet publiekelijk zeggen. ‘Iets tussen wat we nu hebben en dat aantal (400 duizend).’

Met welke beperkingen heeft u in uw ambtstermijn de afgelopen zestien maanden te maken gekregen als gevolg van het tekort aan materieel en manschappen?

‘Vorig jaar wisten we dat er opstandelingen waren in het zuiden van Helmand, terwijl de meeste manschappen in het noordelijk deel werden ingezet. Dit terwijl we wisten dat we meer slagkracht zouden hebben als we manschappen naar het zuiden konden sturen. Dat is nu gebeurd. Om het preciezer te zeggen: de Verenigde Staten hebben manschappen geleverd (2400 mariniers, red). Nu gaat het er een stuk beter.’

Welke provincie baart u momenteel het meeste zorgen?

‘In het zuiden hebben we niet genoeg manschappen. In het oosten gaat het aantal aanvallen van opstandelingen omhoog nu er vredesafspraken worden gemaakt aan de andere kant van de grens.’

Nogmaals de vraag: welke provincie baart u het meeste zorgen?

‘Ik ben niet de enige die uw krant leest. Opstandelingen lezen hem ook.’

Wat zijn de belangrijkste uitdagingenvoor de Nederlandse troepen in Uruzgan?

‘De politie moet verbeteren, de Afghanen moeten zich meer inzetten om de drugs de deur uit te krijgen en meer kinderen moeten naar school. We zouden het ook op prijs stellen als de Nederlandse PRT in een groter gebied zou gaan werken.’

In het oosten, waar de Amerikaanse militairen actief zijn, worden er veel wederopbouwwerkzaamheden gedaan, zoals het aanleggen van wegen. In het zuiden zijn nog nauwelijks wegen aangelegd. Doen de Amerikanen dat beter?

‘Dat ga ik niet zeggen. Maar ik zou best meer wegen aangelegd willen zien in Uruzgan, ja. Ik zou ook graag zien dat er meer tarwe en meloenen worden verbouwd in plaats van drugs en dat er meer elektriciteit komt. De PRT werkt met de middelen die ze hebben. Ik hoop dat de Nederlandse regering meer middelen ter beschikking stelt.’

‘Pleit u voor een permanent Amerikaans commando in het zuiden?

Nee, ik ga niet zeggen dat het een specifiek Amerikaans commando moet zijn. Maar ik ben er wel voorstander van dat een land de leiding neemt van een multinationaal hoofdkwartier.’

Zou u, gezien het gebrek aan middelen voor de ISAF-troepenmacht, spreken van een onmogelijke missie?

‘Nee, het zal alleen langer duren.’

Wat zal langer duren?

‘Wij zijn hier om tijd en ruimte te winnen voor het opbouwen van de Afghaanse veiligheidstroepen. Ik denk dat het in 2011 zo ver is.’

Dat geloof ik niet: in Khas Uruzgan, een noordelijk district van de provincie Uruzgan, zijn bijvoorbeeld maar enkele tientallen Afghaanse militairen.

‘Toch zijn de aantallen indrukwekkend: in 2006 waren er voor het Afghaanse leger zeshonderd rekruten per maand en dit jaar zijn dat er vierduizend per maand. Het zal nog wel even duren voordat de politie op niveau is.

‘Als Nederland meer trainers zou sturen, zou dat sneller gaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden