Meer geloof in onze politieke instituties zou ons allen sieren

Historici Bart van der Boom en Bas Kromhout betoogden woensdag op deze pagina's dat de media en de politiek 'te voorzichtig' reageren op het verkiezingsprogramma van de Partij voor de Vrijheid. Toen in augustus vorig jaar bleek dat de PVV alle moskeeën en islamitische scholen wil sluiten, hadden zij vanuit de samenleving een eensgezind 'Dit nooit!' willen horen, 'maar tot nu toe blijft het stil'.

PVV-leider Geert Wilders maakt gebruik van zijn recht op het laatste woord in de zaak rond de minder Marokkanen-uitspraken. Beeld anp

Koddige klacht, met alle respect - zeker op de dag dat de leider van genoemde partij voor de rechter stond vanwege groepsbelediging en het aanzetten tot haat en discriminatie. Daar belandde hij omdat liefst 6.474 landgenoten aangifte tegen hem deden. Uitgerekend op zo'n moment beweren dat er 'nauwelijks verontwaardiging' leeft over de onfrisse opvattingen van de PVV werkt dan toch enigszins op de lachspieren.

In hun opiniestuk wijzen de auteurs op de houding van het Nederlandse volk in de bezettingsjaren, in het bijzonder op die van de Leidse hoogleraar Rudolph Cleveringa. Hij sprak op 26 november 1940 een rede uit nadat de bezetter zijn 'niet-Arische' leermeester Eduard Meijers had ontslagen. Destijds, aldus Van der Boom en Kromhout, zag Nederland zichzelf als 'bij uitstek een tolerante natie'. Ook al leefden er antisemitische sentimenten, 'afwijzing van de Jodenvervolging' was de norm, achterstelling van religieuze minderheden werd niet geaccepteerd ('Een goed vaderlander was daar vanzelfsprekend tegen'). Die 'simpele les', begrijp ik, zouden wij weleens ter harte mogen nemen.

Uiteraard schrijven ze erbij dat vergelijkingen met de bezettingstijd 'tegenwoordig taboe' zijn. Het is een bewering die ik in zo ongeveer elk opiniestuk over de PVV tegenkom, maar die daarom nog niet per se waar hoeft te zijn. Niemand verbiedt vergelijkingen met welk historisch tijdperk dan ook. Maar om leerzaam te zijn, moet de parallellie wel kloppen. Is dat hier het geval?

In zijn moedige rede keerde Cleveringa zich tegen een regime dat ons land met geweld was binnengevallen en de inwoners in toenemende mate afschuwelijke maatregelen oplegde. 'Wij kunnen', zei de jurist, 'zonder in nuttelooze dwaasheden te vervallen, welke ik U met klem moet ontraden, thans niets anders doen dan ons buigen voor de overmacht.'

Natuurlijk mag je de concrete maatregelen van een bezetter best vergelijken met de miezerige voornemens in een verkiezingsprogramma anno 2016. Maar hoe je het wendt of keert, Geert Wilders en zijn vrienden zitten vooralsnog niet in het Torentje. En zelfs als dat onverhoopt wel gebeurt, dan ziet het er niet naar uit dat hun als bij toverslag de absolute macht zal toevallen. Nog altijd hebben wij hier een parlementaire democratie en een rechtsstaat. Wat meer geloof in deze instituties zou ons allen sieren. Zou ons allen goeddoen.

Dan het beeld dat Van der Boom en Kromhout schetsen van Nederland in de bezettingsjaren. Toevallig las ik net Lenteloos voorjaar, eerste deel van het pas verschenen oorlogsdagboek van Hanny Michaelis, dichteres, ex-vrouw van Gerard Reve en van Joodse komaf. (Doe dat vooral ook, het zal u niet berouwen.) Onder veel meer beschrijft ze daarin de gevolgen van de talrijke anti-Joodse verordeningen. Wat mij trof, was de gelatenheid waarmee zij en haar ouders die aanvankelijk ondergingen. Wat me nog meer trof, was de lauwheid waarmee niet-Joodse Nederlanders die lieten passeren.

Klein voorbeeld uit vele: een staking op haar gymnasium vanwege het gedwongen vertrek van de Joodse leraren in november 1940 draait uit op een mislukking. Hoewel volgens Michaelis 'plusminus 99 procent van de leerlingen' en bijna alle leraren tegen de ontslagen zijn, doen uiteindelijk maar zo'n veertig leerlingen mee. De al even brave rector bestraft de stakers met een week schorsing.

In 2002 liet Michaelis in het prachtige boekje Verst verleden optekenen: 'Over de anti-joodse maatregelen maakten de meeste Nederlanders zich niet druk. Antisemitisme was in Nederland vanouds geen ongewoon verschijnsel, maar het nam nooit verontrustende vormen aan. Toen de deportaties begonnen, werden er wel krokodilletranen geweend, maar op een kleine minderheid na probeerde niemand er iets tegen te ondernemen.'

Natuurlijk mag je dit Nederland best typeren als 'bij uitstek een tolerante natie'. Maar erg overtuigend is het niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden