Meer doden door koude dan door hitte
Twee hittegolven in één zomer, dat jaagt het sterftecijfer omhoog. Donderdag publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek de sterftecijfers van week 27, de week van de eerste hittegolf....
Niet alleen ijsverkopers en strandtenthouders hebben het druk tijdens een hittegolf. Ook de uitvaartbranche maakt overuren. Wetenschappelijk is aangetoond dat er een verband bestaat tussen temperatuur en sterven. Vooral koude leidt tot meer sterfgevallen, maar ook hitte maakt slachtoffers.
‘Misschien moeten we het zo formuleren: hitte draagt ertoe bij dat het sterftecijfer oploopt. Je kunt namelijk niet zeggen dat iemand aan de hitte is overleden. Zijn die wandelaars in Nijmegen aan de hitte overleden? Dat lijkt evident maar je kunt dat niet zo zwart-wit stellen.’
Veiligheidshalve noemt Harmsen hitte ‘een katalysator’ die (mede) maakt dat ‘het hart het niet meer doet of dat er fatale ademhalingsproblemen ontstaan’.
De ‘optimale’ temperatuur in Nederland is 16,5 graden Celsius. Dan is het sterftecijfer het laagst, zo is uit onderzoek van de Erasmus Universiteit in Rotterdam gebleken.
Sinds 2003 houdt het CBS de samenhang tussen het wekelijks aantal overledenen en de hoogte van de temperatuur bij. Harmsen: ‘Het antwoord op de vraag of het een maatschappelijk doel dient, laat ik graag aan anderen over.’
Bij de becijfering van de effecten van hitte op het sterftecijfer gaat het CBS uit van een gemiddelde zomertemperatuur (juni, juli en augustus) van 22 graden. Dat is volgens het KNMI over de laatste dertig jaar de gemiddelde maximum-temperatuur. Eén graad meer dan die 22 leidt tot 25 à 35 sterfgevallen extra per week.
In de week vanaf 3 juli, de week van de eerste hittegolf, was de gemiddelde temperatuur ruim 28 graden. In die week zijn 2668 sterfgevallen genoteerd, aldus de gisteren gepubliceerde CBS-cijfers. Dat is ruim 200 meer dan in een gemiddelde week.
Harmsen wijst erop dat koude tot meer sterfgevallen leidt dan hitte. ‘In de winter heb je griepgolven. Alleen die al zijn van grote invloed.’
Dat de temperatuur van invloed is op het sterftecijfer blijkt ook uit de gegevens over 2005. ‘We hebben toen zeer opmerkelijke cijfers genoteerd’, zegt Harmsen. ‘Over dat hele jaar lag het sterftecijfer 5000 tot 6000 lager. Ik geef toe: we hebben dat jaar vrijwel geen griep gehad. Maar we hadden ook een zwakke zomer en een warme herfst!’
Waarmee Harmsen wil zeggen dat in die twee seizoenen de gemiddelde temperatuur niet ver verwijderd was van 16,5 graden, de zogeheten ‘optimale’ temperatuur.
Harmsen: ‘Als je constateert dat er tijdens hitte meer mensen overlijden, wil iedereen altijd weten wie die mensen dan zijn. Natuurlijk overlijden er meer ouderen. Er overlijden namelijk altijd meer ouderen dan jongeren. Nee, ik waag me niet aan gevaarlijke gevolgtrekkingen. Dat soort discussies sluit ik liever af met de bewering: overlijden doe je maar één keer!’