Meer doden door een voorbeeldig beleid

Nederland is zuinig met antibiotica. Om resistentie van bacteriën te voorkomen, wordt er zo weinig en zo specifiek mogelijk voorgeschreven....

Het is een vervelend contrast. De legionella-epidemie die eind februari 1999 uitbrak tijdens de Westfriese Flora in Bovenkarspel bracht 188 mensen met een longontsteking in het ziekenhuis van wie er maar liefst 21 overleden.

Daarna volgden internationaal nog twee fikse epidemieën van veteranenziekte die veel minder doden vergden: in Australië werden 119 patiënten ziek, van wie er 4 dood gingen, en in Spanje stierf maar 1 van 315 patiënten.

Hoewel de legionella-bacterie in die landen in theorie een wat mildere variant kan zijn geweest dan de stam die huisde in de besmette whirlpool in Bovenkarspel, heeft ook de gangbare Nederlandse aanpak bij longontstekingen de patiënten parten gespeeld: ze kregen in eerste instantie vaak een antibioticum dat niet werkt tegen veteranenziekte. Tot die conclusie komt Kamilla Lettinga in haar proefschrift over de Bovenkarspel-epidemie, waarop ze donderdag promoveert aan de Universiteit van Amsterdam.

Pas op 11 maart - er lagen toen al 70 mensen in het ziekenhuis, waarvan achteraf gezien een deel verkeerd is behandeld - werd duidelijk dat het om een legionella-epidemie ging en schakelden artsen over op breedwerkende antibiotica. Die slaan wel aan bij legionella-patiënten.

De Nederlandse gezondheidszorg voert een voorbeeldig antibiotica-beleid: zo weinig en zo specifiek mogelijk. Dit om het gevaar in te dammen dat bacteriën resistent worden tegen deze geneesmiddelen, waardoor in de toekomst infecties moeilijk of zelfs helemaal niet meer zijn te behandelen.

In de praktijk betekent deze aanpak dat bij een longontsteking, die meestal wordt veroorzaakt door pneumokokken, de Nederlandse arts doorgaans een antibioticum kiest dat vooral tegen deze bacteriegroep werkt. In Spanje en Australië is die aanpak anders; bij een longontsteking wordt vaak meteen een breedwerkend antibioticum ingezet.

Lettinga, die is verbonden aan het AMC in Amsterdam, vindt dat de artsen die de legionellapatiënten van de Flora behandelden niets valt te verwijten. 'Op termijn leidt de Nederlandse aanpak namelijk tot minder ernstige en onbehandelbare longontstekingen.'

In haar proefschrift beveelt ze dan ook niet aan, het voorbeeld van Spanje te volgen. Om een drama als in Bovenkarspel te voorkomen, geeft ze de voorkeur aan een aanpak die al jaren geleden in de Verenigde Staten is geïntroduceerd: bij patiënten met een longontsteking wordt de urine gecontroleerd op legionella-antigenen.

Daarmee wordt ruim tweederde van de gevallen van veteranenziekte, vooral de ernstigere, opgespoord. Inmiddels is deze test - die binnen een uur uitsluitsel geeft - ook in Nederland ingeburgerd. Een dwingende richtlijn, die test ook toe te passen is er niet. Lettinga pleit ervoor de test in ieder geval te gebruiken bij elke longontsteking die leidt tot een ziekenhuisopname.

Overigens was de antigeentest in 1999 ook in Nederland sinds kort onder microbiologen bekend, maar werd die test nog nauwelijks ingezet. Mede daardoor lag het aantal meldingen van legionella toentertijd rond de 45 per jaar. Inmiddels is dat door de test, maar ook door de verhoogde alertheid op legionella, opgelopen tot 250 gevallen per jaar, op in totaal rond de 15.000 longontstekingen.

Blijkt de antigeentest negatief uit te pakken dan is er voor de patiënt nog allerminst zekerheid, verduidelijkt Lettinga. Zeker bij een milde longontsteking kan het aantal antigenen in de urine zo gering zijn dat de test geen alarm slaat.

Daarom moeten ook altijd de klassieke diagnosemiddelen van stal worden gehaald: het kweken van de bacteriën in het slijm van de patiënt. Daar gaat zeker een dag mee heen.

Hoewel de herinnering aan de epidemie al weer wat is vervaagd, is dat bij de de meeste voormalig patienten allerminst het geval; ze worden nog altijd geplaagd door tal van kwalen.

Uit een onderzoek van Lettinga, 17 maanden na de epidemie, onder 122 ex-patiënten, bleek dat 75 procent van hen kampte met ernstige vermoeidheidsklachten, en ruim 60 procent met concentratiestoornissen, geheugenverlies en gewrichtsklachten. Een op de zeven leed aan een posttraumatische stressstoornis.

Zelfs nu, vier jaar na de epidemie in Bovenkarspel, is er volgens Lettinga nog een flinke groep die gezondheidsklachten houdt. Onderzoek van het AMC heeft bij een kwart van hen wat kleine longafwijkingen gevonden, maar die kunnen, aldus de promovenda, de langdurige klachten niet verklaren. 'Alle media-aandacht en het gevoel slachtoffer te zijn van verwijtbaar handelen, speelt bij deze klachten misschien een rol.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden