Meer dan verwacht

De topbijeenkomst van de G20 in het Amerikaanse Pittsburgh heeft meer opgeleverd dan sceptici vooraf voor mogelijk hielden. Maar diezelfde sceptici hebben genoeg redenen het praktische nut van de geboekte resultaten in twijfel te trekken....

De regeringsleiders van de twintig grootste economieën ter wereld legden na afloop vooral de nadruk op de kwaliteit van hun goede voornemens. Zij ventten de resultaten uit als het begin van een nieuw tijdperk: de G20 had zich als een wereldregering in de dop gemanifesteerd, die ‘het financiële systeem nu veel veiliger heeft gemaakt dan het stelsel dat een jaar geleden zo dramatisch in elkaar klapte’ (Obama). Er was niet langer sprake van verdeeldheid, van ‘een Anglo-Amerikaanse wereld en een Europese wereld’ (Sarkozy).

Dat laatste was aantoonbaar onjuist, want het slotdocument verraadt duidelijk de sporen van de botsende belangen van de VS en Europa. Terwijl de Fransen en de Duitsers voorlopig geen hogere kapitaaleisen voor hun banken hoefden te slikken, zoals de Amerikanen wilden, konden de Britten en de Amerikanen na afloop tevreden vaststellen dat een plafond aan de bonussen van tafel zijn. In Amerikaanse ogen zou zo’n limiet te veel afbreuk doen aan het beginsel van de beloningsvrijheid, in Britse optiek ging het om onuitvoerbare maatregelen.

Dat het Anglo-Amerikaanse verzet tegen een bonusplafond succes had, valt te betreuren. Een maximum aan de bonuspot per bank én bankier zou een helder signaal zijn geweest. De beroepsgroep die de crisis in belangrijke mate heeft veroorzaakt, zou erdoor in zijn portemonnee zijn geraakt. In plaats daarvan wordt nu een reeks beperkingen aan het bonusbeleid van banken gesteld. Die gaan verder dan wat er op de vorige G20-top in Londen werd besloten. Dat is winst, maar de effectiviteit van de nu aangenomen voorstellen is twijfelachtig.

In Pittsburgh werd verder besloten de G20, waarvan ook opkomende economieën als China, India en Brazilië deel uitmaken, definitief de plek te laten innemen van de G8,de club van alleen de rijkste landen (plus Rusland). Dat is toe te juichen, al kwam het besluit niet als een verrassing. Dat geldt wel voor het plan om landen elkaars economisch beleid te laten toetsen, onder auspiciën van het IMF. De bedoeling is onevenwichtigheden in de mondiale economie aan te pakken. Dit initiatief geeft andere landen de kans het Amerikaanse gebrek aan spaarzin of de Amerikaanse begrotingstekorten aan de kaak te stellen. Dat president Obama deze mogelijkheid van buitenlandse inmenging in zijn beleid heeft geaccepteerd, is opmerkelijk in het licht van de Amerikaanse traditie. Ook hier is overigens de vraag gerechtvaardigd wat dit mechanisme in de praktijk betekent.

Al met al blijkt het hervormen van het financiële stelsel een taai en langdurig proces. Bemoedigend is dat de G20-top niet in slaande ruzie is geëindigd, wat in tijden van crisis gemakkelijk had gekund, gezien de grote, vaak botsende economische belangen. Op papier is er zelfs enige voortgang geboekt. Nu nog de tastbare resultaten.

Reageren? volkskrant.nl/commentaar

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden