Meer CEO's bij musea

Het bedrijfsleven rukt op in de raden van toezicht van de grote kunstmusea in Nederland. Vertegenwoordigers van de culturele sector zijn in het toezicht steeds minder vertegenwoordigd. Dat blijkt uit onderzoek van de Volkskrant.

AMSTERDAM - Tien jaar geleden was het bedrijfsleven en de kunstwereld bijna gelijkelijk vertegenwoordigd in de raden van toezicht. Van de 59 toezichthouders kwamen er 22 uit het zakenleven en 17 uit de culturele sector. De overige posities werden vooral bekleed door politici en hoogleraren.

Inmiddels is het aantal toezichthouders met een hoofdbezigheid in het bedrijfsleven gestegen tot 32 personen. Vaak gaat het om (voormalige) managers van multinationals als Shell, Philips en Unilever. Maar ook partners van grote accountants- en advocatenkantoren spelen een belangrijke rol. Uit de kunstwereld komen nu 10 toezichthouders, variërend van schrijvers tot voormalig museumdirecteuren.

In totaal zijn tien musea onderzocht. In de meeste gevallen kon een vergelijking worden gemaakt tussen de bezetting van de raden van toezicht nu en die van tien jaar geleden. Enkele musea, waaronder het Stedelijk Museum Amsterdam en Boijmans Van Beuningen verzelfstandigden na 2003 en ruilden dus later de wethouder als controlerende macht in voor een raad van toezicht. In deze gevallen is onderzoek gedaan naar de eerste raad die zitting nam na de verzelfstandiging. Voorheen kwam ruim een derde van de toezichthouders uit het bedrijfsleven en ruim een kwart uit de kunstwereld. Nu is dat 53,3 procent om 16,7 procent.

De grootste verschuiving heeft plaatsgevonden bij het Stedelijk Museum Amsterdam. In 2006 hadden 5 van de 8 leden nog een carrière in de culturele sector. 'Er werd toen gesproken over een gebrek aan CEO power', zegt Els van der Plas, directeur van Het Muziektheater Amsterdam. Zij verwijst met de term naar Chief Executive Officer, tegenwoordig een gangbare titel voor een hoofddirecteur.

In de huidige raad van het 'Stedelijk' zit één kunstenaar, Willem de Rooij. Het Gemeentemuseum Den Haag en het Van Gogh Museum hebben geen vertegenwoordiger uit de kunstwereld meer in de raad zitten.

Cultuursocioloog Dos Elshout, die onderzoek doet aan de Universiteit van Amsterdam naar verzakelijking van Nederlandse musea, is niet verbaasd. 'Het past in de trend van verzakelijking die al begin jaren tachtig werd ingezet. Musea veranderden van kunstinstellingen in assertieve ondernemingen met museumwinkels, restaurants en indrukwekkende architectuur. Het idee ontstond dat je, om een museum te runnen, manager moest zijn.'

Toen in de jaren negentig steeds meer musea verzelfstandigden en een raad van toezicht kregen, greep het bedrijfsleven de kans om een grotere rol te gaan spelen in de kunstwereld. Geïnspireerd door de code Tabaksblatt voor ondernemingen kwam er een gedragscode voor de culturele wereld.

'Niet alleen die code werd overgenomen. Ook het old boys network werd bewust geïmplementeerd in de museumwereld', stelt Elshout. 'Kunstverzamelaars als Joop van Caldenborgh namen hun geld, status en netwerk uit het bedrijfsleven mee naar de museumwereld. Bankier Rijkman Groenink, voorzitter van de eerste raad van toezicht van het Stedelijk ging om fondsen te werven zelf langs de deuren van zijn vrienden uit het bedrijfsleven. Overigens nadat hij zelf had ingelegd.'

soms komt toezicht alleen van zakenmensen

* De raad van toezicht (rvt) van het Noordbrabants Museum, vier personem groot, bestaat geheel uit mensen uit het bedrijfsleven. Een vastgoedondernemer en oud-topman van bouwbedrijf Heijmans, een

ex-directeur van De Efteling, een advocaat en een Philips-directeur controleren het Brabantse kunstmuseum. Er is nog een vacature, voor de vijfde plek.

* Ook het Gemeentemuseum Den Haag, het Van Gogh Museum en het Teylers Museum hebben op dit moment niemand uit de culturele sector in de rvt zitten.

* In de eerste rvt van het Stedelijk Museum Amsterdam hadden vijf van de acht leden een culturele achtergrond. Nu is dat er nog maar één, een beeldend kunstenaar. Hij wordt omringd door onder anderen een oud-TomTommer, een oprichter van beursbedrijf IMC, een advocate van Houthoff Buruma en de oprichter van grondstoffenbedrijf Indofin Group.

*Ook kort geleden verzelfstandigde instellingen als het Frans Hals Museum in Haarlem en het Bonnefanten Museum in Maastricht, die buiten dit onderzoek vielen, hebben relatief veel 'bedrijfsmensen' als toezichthouder. Bij het Frans Hals zijn dat vijf van de zes toezichthouders. Bij het Bonnefanten is die verhouding drie op vijf.

* Het Kröller-Müller Museum in Otterloo en het Van Gogh Museum hadden tien jaar geleden slechts één persoon uit het bedrijfsleven in de rvt. Nu zijn dat er respectievelijk vier op zeven en vier op vijf leden.

* Het Rijksmuseum Amsterdam had in 2003 uit de cultuursector alleen schrijfster Nelleke Noordervliet in de raad, naast drie ondernemers, een politicus en een hoogleraar. De cultuur is nu ruimer vertegenwoordigd met schrijver Abdelkader Benali en drie anderen, in een raad van zeven personen. 'Een bewuste keuze', zegt directeur Wim Pijbes. 'We willen mensen met een verschillende achtergrond.'

*Het Groninger Museum heeft niet meer dan een bedrijfsdirecteur in de rvt, een directeur van Gasterra, het aardgasbedrijf van de Nederlandse staat, Shell en ExxonMobil.

Amsterdam

Musea stellen steeds meer mensen uit het bedrijfsleven aan in de raden van toezicht. Is dit een goede of slechte ontwikkeling?

'Een zorgwekkende trend. Iets om in de gaten te houden. Vaak wordt gezegd dat geld van mensen uit het bedrijfsleven nu eenmaal nodig is. Op giften is niets tegen, maar het moet transparant blijven. Nu blijft veel in het duister.

'Begrijp me niet verkeerd. Ik vind absoluut niet dat mensen uit het bedrijfsleven geen toezichthoudende functies bij musea moeten hebben. Zij kijken met een andere blik naar de kunstwereld en dat is van toegevoegde waarde. Vroeger bestonden raden vrijwel uitsluitend uit mensen uit het culturele veld. Dan dreigt al snel vervreemding van de samenleving.

'Nu zien we het omgekeerde. Musea worden steeds meer als bedrijven bestuurd, terwijl ze het publieke belang moeten dienen. Niet het zakelijke of privébelang. Het is zaak dat in de raden van toezicht genoeg mensen zitten die vanuit de kunst denken en de kunstontwikkeling centraal stellen.'

'Een logische ontwikkeling. Subsidieverstrekkers willen dat musea zelf actief geld binnenhalen. Mensen uit het bedrijfsleven hebben de expertise om op jacht te gaan naar particulier geld.

'Tegelijkertijd moet er plek blijven voor mensen met een diepgaande kennis van kunst en musea. Vanuit de musea heb ik overigens nog geen zorgwekkende geluiden gehoord.'

'Mensen uit het bedrijfsleven zijn tegenwoordig erg belangrijk bij musea. De kunstsector is niet meer alleen een gesubsidieerde omgeving, maar is bijvoorbeeld ook afhankelijk van particuliere giften. Terugvallen op de overheid kan steeds minder. De financiële risico's nemen toe.

'Maar je moet niet alleen mensen aanstellen uit het bedrijfsleven. De kunstsector heeft eigen kenmerken. Het is onverstandig als je geen mensen uit de kunstwereld meer zou aanstellen. Meer dan één persoon met die achtergrond is geen overbodige luxe.

'Ik geloof wel dat mensen uit het bedrijfsleven nu langer nadenken, voordat ze zitting nemen in een raad van toezicht. Ze zijn kopschuw geworden, want je kunt snel reputatieschade oplopen. Kijk maar naar het Groninger Museum en De Utrechtse Spelen.'

'Museum is geen bedrijf'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden