Meer boomsoorten zijn er niet

Volgens Tourism Malaysia is Taman Negara 's werelds oudste regenwoud, met de grootste rijkdom aan boom- en plantensoorten. Sinds 130 miljoen jaar is er niet veel veranderd....

VOOR MIJ in het oerwoud hoor ik gelach. Dan zegt een stem met zwaar Duits accent: 'Now I know why a lady was sitting here last night' Twee blanke toeristen, walmend van de muggenmelk, en hun Maleisische gids passeren mij vriendelijk groetend. Bij de knotsvormige uitgroeisels van de voet van een boom begrijp ik waarom ze zo'n lol hadden. Oneindig zijn de wonderen van het tropisch regenwoud. Dat blijkt ook even later: een lichtgrijze kever zit perfect gecamoufleerd op een korstmos, maar zijn onderlijf is rood-wit-groen gestreept als de vlag van Italië. Ik vraag me af wat voor overlevingswaarde dat heeft.

De rest van de dag loop ik temidden van de woudreuzen, lianen, varens, salak- en rotanpalmen. Slechts in de verte klinken af en toe buitenboordmotoren op de rivier als de baritons onder de cicaden. Ik kom geen mens meer tegen; bloedzuigers zijn mijn enige gezelschap.

De stuurman van de boot naar dit grootste nationaal park van Maleisië droeg een T-shirt waarop stond Taman Negara, where the world's oldest adventure begins. Taman Negara, dat nu een belangrijke plaats in de toeristenindustrie heeft gekregen, zou het oudste en soortenrijkste regenwoud op aarde zijn, waar volgens Tourism Malaysia sinds 130 miljoen jaar niet veel is veranderd.

Ongelooflijk, want bloeiende planten, waartoe de meeste boomsoorten horen, waren er toen nog nauwelijks, terwijl de meteorieteninslag die de dinosauriërs de das omdeed, hier kennelijk geen grote gevolgen had. In het kleine, maar nuttige Interpretive Centre bij het hoofdkwartier zijn de superlatieven evenmin van de lucht: 'Het Maleis schiereiland heeft 2398 boomsoorten, waarvan 27 procent nergens anders voorkomt. Per 15 hectare laaglandregenwoud komen er 835 boomsoorten voor. Heel Nederland heeft maar 30 inheemse boomsoorten. Er komen 600 vogelsoorten voor, in heel Europa maar 470.'

Ook wordt gesteld dat het Maleisisch regenwoud de afgelopen twee miljoen jaar minder ingrijpend is verstoord door de klimaatsveranderingen tijdens de ijstijden dan de regenwouden in Afrika en Amerika, wat de grotere soortenrijkdom verklaart. Hoe nietszeggend, eerder misleidend, de ouderdom van 130 miljoen jaar is, getuigen ook de dipterocarpen, boomsoorten die het uiterlijk van het regenwoud bepalen, maar pas dertig miljoen jaar geleden de regio bevolkten. De bekendste dipterocarp is hier de neram (Dipterocarpus oblongifolius), die op vele oevers staat geworteld en schuin boven riviertjes hangt. Doordat hij dicht begroeid is met epifyten (varens, orchideeën, klimplanten) is hij verantwoordelijk voor het baldakijn van groen, zo kenmerkend, vooral in onze verbeelding, voor tropische jungle.

Voor wie er oog voor heeft, is elk tropisch regenwoud, ongeacht de ouderdom, indrukwekkend. Charles Darwin beschreef het in de vorige eeuw als 'one great, wild, untidy, luxuriant hothouse made by nature for itself'. Zijn tijdgenoot Alfred Russel Wallace was een van de eerste Europeanen die in het regenwoud van peninsulair Maleisië op zoek gingen naar specimen. Bij het beklimmen van Mount Ophir (Gunung Ladang) in 1854 hoorde hij veelvuldig de roep van de schuwe argusfazant en 's nachts hield hij een vuur brandend om de talrijke tijgers en neushoorns op een afstand te houden.

Het gebied rond de 2186 meter hoge Gunung Tahan, de hoogste berg van het schiereiland, was het ruigst en meest afgelegen en gold als een 'ondoordringbare, groene hel'. De Russische etnograaf baron M. de Mikluho-Maclay pionierde er al in 1875, maar een expeditie van de Brit Skeat naar de top mislukte in 1899 jammerlijk. Pas in 1905 werd de top voor het eerst bereikt.

Sinds 1939 is een aangrenzend gebied van 4343 vierkante kilometer jungle beschermd, waaronder veel van het zeldzaam geworden laaglandregenwoud. Er leven nog 160 olifanten en tweehonderd tijgers. Dat nog geen tijger zich aan een bezoeker heeft vergrepen, is een aanwijzing dat er in overvloed wilde varkens en herten zijn. Zelfs komen er nog Sumatraanse neushoorns voor die elders door stropers zijn uitgeroeid (overigens in tegenstelling tot hun Afrikaanse neven goedgeluimde dieren). Tot de bewoners moeten ook tweehonderd orang asli gerekend worden, kroesharige, proto-Maleise nomaden, die met hun twee meter lange blaaspijpen op wild mogen jagen.

Grootschalig toerisme is pas iets van de laatste tien jaar. Het afgelopen jaar waren er vijftigduizend bezoekers, meest lokale toeristen. Tijdens feestdagen, schoolvakanties en de weekeinden kan het er druk zijn en is alle accommodatie vaak bezet. Scholieren overstemmen dan zelfs de indrukwekkende roep van de grote neushoornvogel, die klinkt of er parende zwanen in een boomtop zitten. Gelukkig beperken de meeste bezoekers hun vertier tot de trail van het hoofdkwartier naar de canopy walk, de grote trekpleister, met 480 meter 's werelds langste 'wandelpad' door de boomkruinen. Acht houten platforms rond de stam van woudreuzen, twintig tot dertig meter boven de grond, zijn verbonden met wiebelende hangbruggen van touw en staalkabels. Als ik de canopy walk beklim, trekt net een klas hilarisch kwetterende moslimmeisjes met kuise hoofddoeken als een stoet pinguïns door de kruinen.

Tweederde van de dier- en plantensoorten van het regenwoud leeft boven de grond en het met insecticide bespuiten van tien woudreuzen leverde eens meer dan twintigduizend geleedpotigen (ruim drieduizend soorten) op. Maar niets van dit soort informatie, hoe triviaal ook, is bij de canopy walk te vinden, die kennelijk als een kermisattractie is bedoeld (entree vijf ringgit) en eindigt bij een kastje voor suggesties en een verbandtrommel.

GEBREK AAN goede informatie stoort me in het met superlatieven beladen natuurpark. Bij het hoofdkwartier zijn de stencils met de beschrijving van een korte interpretative trail niet meer voorradig. In het Interpretive Centre vind je aardige, zij het beknopte informatie, maar de loeiende airconditioning is er niet te trotseren. De video die twee keer per dag wordt vertoond, is een genante aaneenschakeling dazzling zus and breathtaking zo waarvan je gaat hyperventileren terwijl je de toeristendollars door de Polygoonstem met Maleisisch accent hoort heenrinkelen.

De boekwinkels in Kuala Lumpur hadden mij slechts het dure Malaysia's Emerald Crown. Exploring the world's oldest tropical rain forest opgeleverd, mooie foto's aangevuld met flauwe tekst. Nu eens noemt schrijfster Deborah Uchida het regenwoud met zijn 'sheer enormity of biomass energy' een 'onuitputtelijke bron van weetgierigheid en mirakels voor wetenschappers en natuuronderzoekers', dan merkt ze op dat 'het zijn roem ontleent aan de manier waarop dit ongelooflijke ingewikkelde bouwsel zijn eigen evenwicht schraagt, zijn eigen voortgang. En hoe meer we leren over deze processen, des te beter waarderen we de schoonheid van het woud'. Ze vindt het 'gemakkelijk te zien hoe honderd miljoen jaren van voortdurende woud-evolutie de meest uiteenlopende flora en fauna ter wereld hebben voortgebracht', (ik vind dat niet), maar vermeldt enkele pagina's verder dat men denkt dat de acht subfamilies van palmen in Maleisië alle hun eigen evolutielijn gehad hebben - nee maar, wat had ze anders verwacht! Na zulke hol klinkende eco- en evomystiek hunker je naar het sobere proza van Wallace.

Ondanks de gebrekkige informatie is Taman Negara een aangewezen plaats om tropisch regenwoud te verkennen. Alleen al de drie uur durende tocht vanaf Temberling (nabij Jerantut, per trein of bus ongeveer een halve dag vanaf Kuala Lumpur) in smalle boten over de caramelkleurige Temberlingrivier naar het hoofdkwartier is een genoegen. Af en toe passeer je kiezelstranden waar vuurtjes nog nasmeulen en de geëisoleerd wonende inlanders gehurkt de was doen. Wild enthousiaste medepassagiers zien de waterbuffels op de oever aan voor wilde runderen, terwijl de vogelfanaten met hun kijkers alleen maar oog hebben voor wat overvliegt - wat overigens de determinatie vergemakkelijkt. Drongo, kingfisher, hornbill, schreeuwen ze. Groepjes langstaartmakaken fourageren in struiken met witte bessen die boven het water hangen. Somsmanoeuvreert de boot door een stroomversnelling. Het omringende woud lijkt door de crown shyness van de hoogste kruinen steeds meer op het cliché van een boerenkoolveld. De concurrentie om het licht is zo groot dat de soorten territoriumgedrag vertonen en het niet wagen elkaars kruin te beschaduwen.

In Kuala Tahan, een kleine Maleise nederzetting, vanwaar op gezette tijden de oproep tot het gebed over het oerwoud schalt, is een ruime keuze aan eenvoudige en goedkope accommodatie. In de rivier liggen drijvende restaurants, terwijl aan de overkant bij het hoofdkwartier het Taman Negara Resort ook vrij luxueus onderdak biedt. Hier beginnen de diverse trails door het bos, die goed herkenbaar zijn zodat de kans op verdwalen klein is.

Na een paar kilometer kom je zelden nog andere avonturiers tegen. Dan is het heerlijk alleen van het ongerept regenwoud genieten. Uitrustend op een vermolmende boomstam vol roze bekerzwammetjes of een steunbeerwortel van een zestig meter hoge Koompassia excelsa kun je dan zelf in het halfduister (slechts 2 procent van het licht bereikt de bodem) mijmeren over de biomass energy, terwijl voor je voeten duizenden termieten aan gedroogde bladeren knagen, wat een merkwaardig gezoem veroorzaakt. Hun twee centimeter grote soldaat bied ik ter observatie mijn vingertop aan. Hij aarzelt geen ogenblik er zijn kaken als heggenscharen in te zetten - weer bloed.

Toch moet de natuurliefhebber het vooral van dit kleine grut hebben, want groot wild ziet hij niet gauw. Om de kans daarop te vergroten staan binnen een straal van tien kilometer van het hoofdkwartier bij open plekken observatietorens. Niettemin krijg ik tijdens twee dagwandelingen één dwerghertje, grote neushoornvogels, langstaartmakaken, varanen (van de huid worden in Singapore schoenen gemaakt) en een otter te zien.

Een zwaar gegrom op zo'n veertig meter afstand schrijf ik aanvankelijk met hartkloppingen toe aan een sunbear (onbetwist het vervelendste beest van de jungle), maar is misschien van een wild zwijn. Pootafdrukken van zwijnen zijn vaak te zien in omgewoelde aarde. De ontmoeting met een netpython, die hier volgens Deborah Uchida vijftien meter lang wordt, blijft me bespaard.

Een mooie, maar zware dagwandeling loopt via de canopy walk naar de Teresek Heuvel; afdalen naar de trail naar de top van de Gunung Tahan en na een paar kilometer afslaan naar de Berkoh-stroomversnelling. De trek naar de top, die zonder gids wordt afgeraden, duurt acht dagen (vijf heen, drie terug). De laatste dag doorkruis je vrij kaal, mistig, woest en voedselarm hoogland, met o.a. vleesetende bekerplanten en dwergvegetatie vol baardmossen. Vanaf de noordkant van het nationaal park, nabij Marapoh, is de top in twee dagen te bereiken. De toeristische faciliteiten zijn er beperkt, maar zullen in de toekomst verbeterd worden.

'Taman Negara moet worden beschermd, maar men moet er ook van kunnen genieten', merkte premier Mahathir op, die ook vindt dat de kritiek van milieuactivisten op de ontbossing in Maleisië misplaatst is, 'want geen land heeft procentueel zoveel bos'.

Vanwege de zware regenval is het natuurpark in november en december gesloten. De rivier is dan nogal wild. In 1971 steeg het water tijdens de moesson maar liefst 71 meter - een ander wereldrecord op naam van Taman Negara.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden