Meepse barg

Huub Beurskens schrijft gedichten, zijn vader loste cryptogrammen op. Beiden keken naar het werk van de ander, maar begrijpen deden ze het niet....

Peter Swanborn

Beurskens haalt zijn herinneringen op in een briefwisseling met collega Marc Kregting die te lezen is in het nieuwste poëzie-nummer van Bzzlletin. Hij doet een poging om de 'reinste onzin' in de gedichten van Kregting te vatten en schrijft hiertoe in vijf minuten een karikatuur op een Kregting-gedicht. Dit gewaagde experiment kan niet anders dan Kregting irriteren: 'Het is of ik Marc Kregting op een draaiorgel krijg. De akkoorden en het onderliggende ritme zijn veranderd.'

Wat volgt is een interessante discussie over de vraag of een gedicht net zo onbegrijpelijk als een cryptogram mag zijn. Kregting: 'Mijn vormen vergelijk ik het liefst met een plastic zak die je vol water giet. Prik er een gaatje in, en de tekst loopt leeg. (...) ik schik en vervang woorden net zolang tot de handel maximaal gespannen staat. Ik besef dat dit eigenlijk niet fijn is voor de lezer, die de woorden uit en in elkaar denkt en een soort stortvloed in zijn bakkes krijgt.'

Hetzelfde probleem komt uitvoerig aan bod in een uitdagend artikel van dichter en classicus Ilja Leonard Pfeijffer, eerder dit jaar de winnaar van de C. Buddingh'-prijs voor nieuwe pozie. In zijn De mythe van de verstaanbaarheid wijst hij de gehele huidige generatie van 'gebeurende' dichters terecht. Het werk van Ruben van Gogh, Ingmar Heytze, Serge van Duijnhoven, Hagar Peeters, Bart FM Droog, van al deze voorstanders van maximale verstaanbaarheid, wordt door Pfeijffer genadeloos als 'ouderwets' en 'vals en leugenachtig' afgedaan: 'De opvatting dat verstaanbare poëzie beter is dan moeilijke poëzie is een misvatting. Sterker nog, het is precies tegenovergesteld aan de waarheid. Onbegrijpelijke poëzie is altijd beter dan makkelijke poëzie.'

Vervolgens houdt Pfeijffer een glashelder betoog waarin hij het belang aantoont van 'verschillende soorten van begrijpen'. Als voorbeeld haalt hij het gedicht Aan Lesbia van Lucebert aan: 'de oude meepse barg ligt / nimmermeer in drab'. Twee regels die Pfeijffer vroeger konden troosten want 'ze verbeeldden tegelijk de ondergang van het avondland en het gevoel dat je hebt als je uit bad komt'. Totdat Pfeijffer op een kwade dag het woordenboek pakte en de woorden 'meeps' en 'barg' opzocht: 'Daar heb ik spijt van. Nu ik weet wat deze woorden betekenen, hebben de verzen aan betekenis ingeboet. De toverspreuk doet het niet meer.'

Het is jammer dat in deze Bzzlletin de 'gebeurende' dichters niet zelf aan het woord komen, want het zou interessant zijn om te vernemen wat zij vinden van poëzie als 'toverspreuk'. De kans bestaat dat zij een soortgelijke betovering zoeken, alleen niet in papieren woorden maar in het ritme van de voordracht. Ze noemen zich niet voor niets 'gebeurende' dichters. Op hun wijze van voordragen gaat Pfeijffer echter geheel niet in. Een gemiste kans, want anders had hij geweten dat de door hen zo hoog in het vaandel gedragen verstaanbaarheid tijdens hun voordrachten grotendeels wordt opgeofferd aan de roes van het moment.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden