Reportage waterschappen

Meekijken met een brandweerpiloot en een droogtecoördinator: zij houden de boel veilig in tijden van droogte

Voorlopig gaat het niet regenen, zegt het KNMI. Dus neemt het brandgevaar toe. Dijken drogen uit, boeren moeten zich behelpen met grondwater. En ook dat dreigt schaars te worden. Op pad met een brandweerpiloot en een droogtecoördinator.

Brandweerpiloot in actie. Beeld Marcel van den Bergh

Gerard Riensema heeft zijn Cessna 172 nog maar net de lucht in gestuurd of recht voor zich, aan de horizon, ziet hij hem hangen: een dikke, zwarte rookpluim. Meteen zoekt de ervaren vliegenier contact met de brandweer, 400 meter lager aan de grond. ‘Het is in de buurt van Nunspeet, denk ik. Ik ga even die kant op.’

Riensema vloog 31 jaar voor KLM de wereld over – ‘Af en toe een biertje doen in New York, ik mis het nog steeds.’ Tegenwoordig laat hij zich als gepensioneerd man inhuren door de brandweer. In de warmste maanden van het jaar, zeker in tijden van droogte, trekken dagelijks tot vier vliegtuigen de lucht in boven de kwetsbaarste natuurgebieden van Nederland: de Utrechtse Heuvelrug en het oosten van het land. Boven de Veluwe cirkelen dagelijks zelfs twee vliegtuigen met verkenners van de brandweer.

Hun doel: rook en vuur opmerken voordat het te laat is. ‘Vanaf de grond kunnen wij een brand op 1 kilometer afstand misschien niet eens zien. Maar in de lucht kun je tot wel 40 kilometer ver kijken’, zegt Jan van der Poel. Hij is een van de tachtig luchtverkenners van de brandweer die in het voorjaar en de zomer de natuur extra scherp in de gaten houden.

Op vliegveld Teuge (in Gelderland), het vaste vertrekpunt van de verkenningsvluchten, verzamelen zich deze woensdag specialisten van de brandweer, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. De specialisten verblikken of verblozen niet door de aanhoudende droogte en warmte.

‘Het is wel vaker droog in Nederland. En alert zijn we altijd’, zegt Albert-Jan van Maren, landelijk projectleider natuurbrandbeheersing van de brandweer. Paraat zijn en genoeg mankracht achter de hand hebben, dat is volgens hem wat telt. Wel worden er vanwege de droogte bij een natuurbrand minstens vier blusvoertuigen op af gestuurd. Moet er worden opgeschaald, dan komen er nog vier bij.
Lees verder onder de graphic

Code oranje

Ook de waterschappen, Rijkswaterstaat en het KNMI maken zich nog geen al te grote zorgen, hebben ze eerder op de dag laten weten op een gezamenlijke persconferentie in Someren (Noord-Brabant). De aanvoer door de Rijn en de Maas is nog steeds voldoende, het IJsselmeer is voldoende als buffer. ‘Landelijk ziet de waterhuishouding er vrij goed uit’, aldus Hans de Vries van de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW).

De partners spreken zelfs van ‘code groen’. Toch constateert Jos Kruit, droogtecoördinator bij het waterschap Aa en Maas, langs de Kleine Aa in Someren – een beek zonder water – dat ‘de urgentie op de hoge zandgronden veel groter is’. ‘Ik zou het hier code oranje noemen’, zegt hij.

Het beekdal staat droog. Op de bodem van de Kleine Aa zijn slechts modder te zien en enkele lege bierblikjes. Zo liggen veel kleine beken in Zuidoost-Brabant erbij. ‘De Kleine Aa staat symbool voor de droogte’, vertelt Kruit.

De stuw verderop langs de beek heeft in deze kurkdroge periode tijdelijk zijn functie verloren: er valt weinig meer te regelen met het waterpeil. Een droog beekdal is funest voor flora en fauna. ‘Als de modder ook nog opdroogt, gaan de larven van libellen, kevers en andere insecten dood. Dit is slecht voor de biodiversiteit’, zegt Kruit.

Jos Kruit in actie. Beeld John van Hamond

Beregeningsverbod

West- en Noord-Nederland hebben daarentegen amper problemen. ‘Laag Nederland’ kan vertrouwen op de grote rivieren, legt Cees van Bladeren van de Unie van Waterschappen uit. In ‘Hoog Nederland’ (het zuiden en oosten), dat het moet hebben van grondwater en neerslag, is de situatie nijpender. Voor de drinkwatervoorziening is er weliswaar voldoende grondwater, maar vooral de landbouw en de natuur beginnen steeds meer last te krijgen.

Dijkgraaf Lambert Verheijen van waterschap Aa en Maas heeft vorige week al een beregeningsverbod voor boeren afgekondigd met oppervlaktewater uit kanalen, beken en sloten. ‘Door lage waterstanden en afvoeren kan er schade optreden aan oevers en kaden’, aldus Verheijen. De maatregel is ook bedoeld ter bescherming van planten en dieren in sloten en beken.

Boeren mogen hun gewassen alleen nog met grondwater bevloeien. Maar daarvan is het peil flink gedaald, door het tekort aan neerslag. ‘Wat mij zorgen baart, is het uitputten van het grondwater’, aldus de dijkgraaf. ‘Er zit geen boer zonder water op dit moment. Maar als de droogte nog lang aanhoudt, kan dat ertoe leiden dat we ook een beregeningsverbod met grondwater moeten afkondigen.’

Nog zeker twee weken

Wat dat betreft heeft KNMI-medewerker Edwin Büscher minder goed nieuws. Volgens hem houdt de droogte nog zeker twee weken aan. Ook de voorspelde onweersbuien in Limburg zullen nauwelijks soelaas bieden. ‘Het neerslagtekort is veel groter dan normaal’, aldus Büscher. ‘En de grootste tekorten zijn in het oosten en zuiden van het land.’

Het Brabantse drinkwater wordt uit diepere grondwaterlagen gehaald dan het grondwater waarmee boeren hun land beregenen. Daardoor zijn er nog geen zorgen voor het drinkwater. Het waterschap probeert boeren aan te zetten tot duurzaam waterbeheer op eigen erf en landerijen. Want door de klimaatverandering wordt het weer ‘extremer’. Twee jaar geleden zuchtte Someren in de maand juni nog onder een enorme wateroverlast en hagelbuien die voor tientallen miljoenen schade aanrichtten.

Net als de brandweer zijn ook de waterschappen dezer dagen extra alert op natuur-, berm- en dijkbranden, en op de verzwakking van dijken en kades. Maar ze letten vooral op de gevolgen die de droogte heeft voor natuurgebieden. Waar mogelijk, worden maatregelen getroffen. Zo heeft het waterschap Aa en Maas nabij de voor Nederland unieke hoogveengebieden de Groote Peel, Deurnsche Peel en Mariapeel een zandwinplas in gebruik genomen als waterbuffer.

In de zandplas Hoogdonk ten zuiden van Deurne kan 100 duizend kuub water (oftewel 100 miljoen liter) worden opgeslagen. ‘Dit gebufferde water kan worden gebruikt als bijvoorbeeld de watertoevoer vanuit de Maas wordt gekort bij aanhoudende droogte’, aldus Verheijen. ‘Het achterliggende gebied kan dan nog twee weken van water worden voorzien.’

Brandweerverkenner Van der Poel heeft Nederland vanuit de lucht de afgelopen maanden geler zien worden, droger. Zorgen maakt hij zich niet. ‘Al zou het schelen als de mens nog bewuster omgaat met water, en oplet wat hij in de natuur doet.’ Een rondslingerend waterflesje kan een perfect vergrootglas zijn voor de brandende zon, waarschuwt hij.

Vooruitstrevend

De brandweer en de beheerders van het Nederlandse groen overleggen het hele jaar door over de bereikbaarheid van de brandgangen, de locaties van het bluswater en eventuele veranderingen in de vegetatie. ‘Als een gebouw in brand staat, weet je wat je kunt verwachten. Maar een natuurbrand is dynamisch’, zegt projectleider natuurbrandbeheersing Van Maren.

Om zo goed mogelijk te kunnen voorspellen hoe het vuur zich gedraagt als bijvoorbeeld de struiken op de Veluwe vlam vatten, liet de brandweer een zogenoemde vegetatiekaart opstellen. Met behulp van satellietgegevens kan tot op 5 meter nauwkeurig worden vastgesteld of de bodem bestaat uit jonge of oude heide, uit naaldbos of loofbos en uit droog of nat grasland.

‘Ik durf wel te zeggen dat geen brandweer in de wereld over zo’n kaart beschikt’, zegt Van Maren. Het toont volgens hem aan hoe vooruitstrevend de Nederlandse brandweer werkt, ook al komen grote natuurbranden hier zelden voor. ‘Gelukkig maar’, zegt hij. ‘In Zuid-Europese landen duren natuurbranden soms dagen, zonder dat er een slachtoffer valt. Wij kunnen ons in dit dichtbevolkte land zulke branden niet veroorloven.’

Volgens Van Maren is elke brand met een emmer water te blussen, ‘zolang je er maar snel genoeg bij bent’. Nog beter is het om uitslaande natuurbranden te voorkomen, bijvoorbeeld door natuurgebieden en campings anders in te richten. ‘Je kunt als campingeigenaar je naaldbomen vervangen door een beukenhaag, want die brandt minder goed. En een bufferzone tussen bos en heide is ook handig: heide herstelt goed na een brand, bos niet.’

Hoog in de lucht kan piloot Riensema de contouren van de rookpluim steeds beter uittekenen. Maar dicht bij het vuur zal hij vandaag niet komen. Een ander vliegtuig, met een brandweerverkenner aan boord, is de plek des onheils al genaderd. Het blijkt slechts een in brand gevlogen tractor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.