Meebekeuren met de politie

winschoten 'Kom op. Waarom nou niet?' Een jongeman met een penetrante dranklucht om zich heen snapt niet waarom hij niet zo'n kekke BOB-sleutelhanger krijgt. 'Die moet je verdienen', zegt de vrijwilliger van Veilig Verkeer Nederland. De jongen sputtert nog even tegen. Uiteindelijk druipt hij af.

Vrijdagavond laat, een parkeerplaats langs de A7, richting Duitse grens. De politie houdt een grote verkeerscontrole. Samen met Belastingdienst, douane en Koninklijke Marechaussee controleren ze op vrijwel alles: papieren, alcohol, verlichting, openstaande boetes, rode diesel, te gladde banden¿ Bijzonder: 32 van de dik tachtig medewerkers zijn leden van de vrijwillige politie. Voor hen is de controle met name georganiseerd: als 'opscherpertje'. En: om hen te laten leren van de andere partijen.


De instructies zijn helder. Geen rijbewijs is een boete, geen kentekenbewijs een waarschuwing. Kapotte verlichting: zestig euro, tenzij de lampen ter plekke gerepareerd worden. Motorrijders controleren of automobilisten niet stiekem snel hun gordel om doen. Agenten bij de benzinepomp houden in de gaten of niemand probeert de controle te omzeilen, of snel drugs dumpt in de prullenbak. En aan het begin van de afzetting staat een auto met scanapparatuur. Die scant het kenteken van elk voorbijrijdend voertuig. Is de auto onverzekerd of staan er snelheidsboetes open? De overtredingen worden onmiddellijk doorgegeven per portofoon.


De parkeerplaats is verdeeld in tien met lint afgezette vakken. Er staan busjes, er zijn drugshonden. Ook een witte tent die je doorgaans ziet als er een lijk is gevonden. Vanavond niet. Rond tien uur zit de tent vol met snert-etende agenten.


Een van de politievrijwilligers is de 49-jarige Renske uit Bedum. Vroeger wilde ze al bij de politie, maar ze was te klein. Jaren later hoorde ze dat er ook vrijwillige politie bestond. 'Ik dacht: ik ben vast te oud, maar dat bleek niet zo te zijn. Na de screening kon ik met de opleiding beginnen.'


Weekendtrainingen

Renske heeft het eerste jaar van de drie jaar durende opleiding er op zitten. Een avond per week heeft ze les, in het weekend zijn er vaak trainingen. Een beroepsagent ziet het verschil met de vrijwillige politie; de burger mag er niets van merken. Deze verkeerscontrole is haar eerste.


Eerste 'patiënt': een Duitser. Renske inspecteert zijn rijbewijs. Dat is in orde. Renske loopt om de auto heen. 'Verlichting is oké', concludeert ze. De man moet nog even blazen. Hij krijgt de P van Prima.


Ook voor de 30-jarige Irene is het de eerste grote controle. In een auto zitten twee broers, midden twintig. Mag Irene de papieren even zien? Ai! De chauffeur heeft zijn rijbewijs niet bij zich.'Ik wist niet dat er controle was', zegt hij. Maakt niet uit, zegt Irene professioneel: streng, maar vriendelijk. 'Je rijbewijs moet je altijd bij je hebben.' De jongeman krijgt zestig euro boete. Of ze in die tent aan het barbecueën zijn, vraagt hij jolig. 'Tsja meneer, we zijn hier hard aan het werk. Dan moet je ook wel eens wat eten.'


Achteraf zegt ze: 'Toen ik ze zag, dacht ik: stapje achteruit. Maar het scheelt een hoop hoe je mensen benadert. Wat je zaait, oogst je.' Ook Irene wilde ooit bij de beroeps. 'Op dit moment past dit heel goed bij me. Ach, ik zie wel waar mijn kansen liggen.'


De reservepolitie - voorloper van de vrijwillige politie - werd in 1948 opgericht. Maar de dreiging van een Koude Oorlog verdween en de doelstellingen verschoven. Het werd belangrijker de beslotenheid van de organisatie te doorbreken, zegt Sander Schelberg - voorzitter van de Landelijke Organisatie van Politie Vrijwilligers, de LOPV. 'Mensen met andere achtergronden kijken heel anders tegen de dingen aan. Het is daarom goed als zij kritisch meekijken.'


Vrijwilligers volgen een opleiding van drie jaar; een avond per week, met vaak trainingen in het weekeinde. Na afronding mogen ze onder meer toezicht houden bij evenementen, controles uitvoeren en arrestanten insluiten. Vrijwilligers dragen, net als de beroepsagenten, een uniform. Ze mogen geen vuurwapen dragen, maar wel een wapenstok, pepperspray en handboeien.


Nederland telde eind vorig jaar 1.518 politievrijwilligers. In 2000 waren dat er nog 2.008. Betekent niet per se een daling, zegt Schelberg. Want: het aantal vrijwilligers kan afnemen, maar het aantal volontairs tegelijk groeien. Volontairs zijn mensen die specifieke kennis hebben - bijvoorbeeld op ict-gebied - en deze inzetten bij de politie.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden