Mee met de natuur

'Schilderen met de zeis', zo noemt Gert Immerzeel (59) het maaibeleid op landgoed Nijenrode in Breukelen. De oever van de vijver bijvoorbeeld is goed gemaaid als er her en der een mooie rietpluim blijft staan. Wat Immerzeel maar wil zeggen: het werk van tuinbaas, het beroep dat hij 32 jaar lang beoefende op Nijenrode, is subtiel werk, op de grens van cultuur en natuur. En met een scherp oog op de historie van de buitenplaats.


Immerzeel, die sinds een half jaar officieel 'manager erfgoed' is van het landgoed met zijn monumenten en die nu de nieuwe tuinbaas inwerkt, geldt als het wandelend archief van de buitenplaats. 32 jaar lang probeerde hij, denkend vanuit de oude structuren, alle vernieuwingen op het landgoed in te passen, rekening houdend met bestaande zichtlijnen, structuren, de verhouding 'massa en open ruimte'.


Belangrijke leidraad daarbij was, zegt hij zelf: 'Met de natuur meewerken. Dat levert de mooiste resultaten op.'


Het is duidelijk: het beheer van een landgoed is iets anders dan het beheren van een natuurgebied. Maar vervolgens kan er 'met ecologisch beheer' heel wat bereikt worden. En de resultaten op landgoed Nijenrode zijn spectaculair. In de loop der jaren zijn er dertienhonderd verschillende paddenstoelensoorten gevonden, de collectie stinsenplanten is fameus, er huist een populatie vleermuizen, 120 vogelsoorten zijn gespot op het landgoed, de helft daarvan is broedvogel. En dan worden er nog regelmatig reeën, hazen, konijnen, vossen, hermelijnen, bunzingen, egels, wezels, ratten en muizen gesignaleerd en barst het water, mede vanwege het eigen waterbeheer op het landgoed, van amfibieën.


Gert Immerzeel, die zelf in het poortgebouw van het landgoed woont, geldt voor veel van zijn collega's als de ideale tuinbaas. Zeker ook voor Kees Beelaerts van Blokland, voorzitter van het Gilde van Tuinbazen dat in 2003 werd opgericht om de kennis van de rond de 250 tuinbazen in Nederland niet verloren te laten gaan.


'Een tuinbaas is voor een langere termijn verantwoordelijk voor een tuin. Een hoveniersbedrijf voert een opdracht uit, dat is toch iets anders. En een tuinarchitect ontwerpt. Een goede tuinbaas zit daartussenin. Hij overleeft ook de komende en gaande eigenaren van een landgoed, hij heeft zowel concrete ambachtelijke kennis als historische kennis van het landgoed. Dat maakt het beroep uniek.'


Het leek er even op dat het historische beroep ging uitsterven. Veel particuliere eigenarenen zagen een tuinbaas in vaste dienst als een flinke onkostenpost. Door de oprichting van het gilde proberen de tuinbazen hun beroep beter te profileren. En nu is er ook een boek, De Tuinbaas en zijn buitenplaats; werken in historisch groen. Daarin worden het vak en een groot aantal tuinbazen van buitenplaatsen geportretteerd. 'We komen uit de kast', zegt Beelaerts van Blokland. Of beter: 'We komen uit de kas.'


Dat lijkt al resultaat op te leveren. Sinds twee jaar is er een subsidieregeling voor door het Rijk beschermde monumenten. Maar Beelaerts van Blokland staat niet te juichen. 'Er is een bescheiden potje, dat is na acht aanvragen per jaar op. Bovendien is het een tombola naar welke van de circa twaalfhonderd groene monumenten geld gaat.'


Volgens Beelaerts van Blokland zijn tuinbazen gewend om te werken met steeds kleinere budgetten. 'Ze doen alles om de gevolgen van het geldgebrek te verbergen. Ze werken nog maar wat langer door, of ze verbergen de slecht onderhouden plekken voor het oog van het publiek. Ik zeg weleens: je moet de brandnetels af en toe juist voor de voordeur laten staan.'


'Het bijzondere aan veel buitenplaatsen is dat ze op rijke grond liggen', zegt tuinbaas Immerzeel, terwijl hij wijst op de eerste stinsenplanten van het jaar, sneeuwklokjes. 'Bos ligt in Nederland altijd op arme grond, de landbouw heeft de beste grond in gebruik. Maar landgoederen zijn uitzonderingen. De rijke eigenaren konden zich een landgoed op rijke grond permitteren. Vandaar dat je hier, als je goed beheert, een grote rijkdom aan plantensoorten kunt creëren.'


Tuinieren met historisch besef kan nog veel toevoegen. Immerzeel: 'Ik zie veel oude foto's of beschrijvingen van deze buitenplaats. Daar staan op een bepaalde plaats seringen. Dan denk ik niet: ik ga maar even naar het tuincentrum om wat seringen te kopen. Nee, ik ga dan specifiek op zoek naar die betreffende soort. Dat is wat een tuinbaas onderscheidt van bijvoorbeeld een hovenier: hij kent de geschiedenis van het landgoed. Hij weet precies waarom een bepaalde boom staat waar hij staat. En wat de bedoelde structuur is van het landgoed.'


En dan zijn er nog de specifieke problemen van het beheren van een buitenplaats. Hij wijst op een paar jonge linden die een paar eeuwenoude eiken afwisselen in een laan op het landgoed. 'Jonge eiken groeien niet in de schaduw van oude eiken. Dus hebben we hier zaailingen van een linde geoogst en verder gekweekt op de kwekerij. Die kunnen wel in schaduw opgroeien, om zo het laanpatroon te behouden.'


Typisch aan een tuinbaas, aldus Immerzeel: 'Het zijn ook allemaal kwekers. Vroeger hielden tuinbazen onderling wedstrijden. Landgoedeigenaren staken elkaar de loef af met bijzondere planten of groenten die hun tuinbazen hadden gekweekt.'


Op Nijenrode heeft Immerzeel als vaste bewoner te maken met een specifieke groep gebruikers: de studenten van de Nyenrode Business Universiteit. 'Hier onder dit prieel verzamelen ze zich vaak 's avonds, in de zomer. Dat geeft vaak troep en lawaai, en dat is geen pretje. Maar een paar zomers geleden zag ik hier op een mooie ochtend opeens een lange tafel staan, met een damasten kleed en lege champagneflessen en glazen. Goed, de studenten hadden duidelijk niet opgeruimd, maar het zag er wel prachtig uit, zo in het ochtendlicht. Precies de rijke sfeer die hoort bij een buitenplaats.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden