REPORTAGE

Mee met de jetters van de Waddeneilanden

Al die toeristen die naar de Waddeneilanden gaan, kunnen er alleen komen doordat een handjevol mensen de geulen openhoudt. Zoals Mark en Siem, die hier al jaren op zee dobberen. V dobberde even mee.

Machinist en kok Siem van Dam. Beeld Renate Beense

De eerste week van januari was de Glinder, het vaarwater tussen Lauwersoog en Schiermonnikoog, precies diep genoeg voor de veerboot. Na de storm van vorige week lag er een meter zand bij op de bodem. De Waddeneilanden vormen al jaren Nederlands populairste vakantiebestemming. Maar zonder de baggeraar kwamen we er niet.

Er valt een dichte, vuile, koude regen, het wad is vlak en grijs en eindeloos. Van de kade op West-Terschelling maakt zich een blauw-wit schip los en draait naar het zuidwesten.

'Brandaris, hier de Jan van Gent', klinkt het bij de kustwacht in de vuurtoren. 'We gaan de haven verlaten richting de slenk voor baggerwerkzaamheden. Ik meld me straks wel weer.'

'Succes, Jan van Gent', zegt de Brandaris.

De Jan van Gent is een voormalige kokkelvisser waar ze een paar buizen aan hebben gehangen, vertelt Mark Zijlstra, de schipper. En wat hij doet is niet het zand omhoog halen, maar het losblazen, waarmee het aan het opkomende water wordt meegegeven. Het is een methode die ooit is ontwikkeld voor de grote rivieren. Zo helpen hij en Siem van Dam, de machinist en kok, de eilanden bereikbaar te houden voor de grote boten.

'Die slenk verandert', zegt Mark. 'En de natuur helpt mee. Soms. Binnenkort hoeven we op dit stuk niet meer te zuigen. Anders verandert er te veel.' Het wad is altijd in beweging. Volgens Mark heeft de boeienlegger dit jaar al drie keer de boeien verplaatst.

Mark en Siem. Beeld Renate Beense

Jetten

De Waddeneilanden trekken een onophoudelijke stroom toeristen, terwijl de geulen door een handjevol mensen worden opengehouden. Met zijn tweeën dobberen Mark en Siem hier alweer een paar jaar op zee, Siem zelfs al zeven jaar, eerst met een andere schipper. 'Die kon jetten en tv kijken tegelijk', zegt hij. 'Dat kan Mark niet.' Jetten, zo wordt het wegblazen van het zand genoemd. Na een storm is het alle hens aan dek. Soms werken ze hier, tussen Harlingen en Terschelling, dan weer bij Lauwersoog of liggen ze onder Ameland, waar ze wakker worden gehouden door het blaffen van de zeehonden. Spekbulten, noemt Mark ze. Meestal gaan ze 's nachts op het werk voor anker. Siem: 'Dan leg je en je kan gelijk beginnen.' Dat ze in de haven van West waren terechtgekomen kwam door motorpech, al had het een voordeel: dat ze gister weer eens samen aan de bar hadden gezeten. Soms als ze 's avonds onder de kust liggen, horen ze van de wal muziek en feestgedruis. 'En met geen mogelijkheid dat je d'r bij kan komen. Of je moet er wielen onder zetten.'

(Tekst loopt verder na de foto)

Baggeren met schipper Mark Zijlstra. Beeld Renate Beense

Rustig werk

Allebei zijn ze in de 50, komen ze van Wieringen en zijn ze visser geweest, zoals het met veel Wieringer jongens ging. 'Op zich was dat ook een overzichtelijk leven', zegt Mark. 'Vrijdag dronk je 20 bier, zaterdag dronk je 25 bier, zondag dronk je 20 bier en dan ging je maandagochtend weer voor vijf dagen de zee op.' Hij heeft een expressieve manier van praten en doen.

Siem minder. Siem heeft nog bij de vader van Mark, die onderwijzer was, in de klas gezeten. Mark kijkt op een beeldscherm. Dat geeft 8,01 kilometer per uur aan.

Siem: 'Ik vind het wel mooi met z'n tweeën, je hebt veel vrijheid. De baas, Boskalis, zit in Rotterdam.'
(...)
'Het is rustig werk, geen zwaar werk.'
(...)
De TS 10, een garnalenkottertje, tuft voorbij.
(...)
'En je bent samen met de natuur', besluit Siem. Hij gaat maar eens een rondje maken.

In een blauwe multomap schrijft hij voor de aannemer op wat ze doen:
ma v 13-1700 - den oever b.slenk
j 1700 begonnen 21.15 gestopt b. slenk
di. v 6.15 -9.00 b.slenk
w 900 -1030 wachten op tij
j 1030 begonnen 15.15 gestopt slenk
v 1030 -2000 slenk - haven - west
woe) v 600 - 1200 tersch zw 17 geen werk
v 12.00-12.30 ts slenk
j 12.30 begonnen gestopt slenk
v

De v is varen, de j is jetteren of jetten, de w is wachten, meestal op de vloed. Nu varen ze dus. Mark wijst op een boei. 'Dat is de GL2A. Die weet ik uit m'n hoofd. Die heb ik al twee keer laten afborrelen.' Afborrelen is laten zinken. In de dichte regen doemt een ander baggerschip op. 'Wij jetten, maar die is aan het kutteren.' Misschien is dat een grapje.

Siem, op het voorschip, zet de deur van een van de machinekamers vast met een touw. Hij moet schreeuwen vanwege de herrie. 'Elk half uur de jetpomp, de vacuümpomp, dit is de aandrijving, ik kijk effe naar de druk, ruik of-ie gasolie lekt, of koelvloeistof, dat is zo'n zoetige lucht, de vetpotten nakijken, de V-snaartjes van de vetpompen, de ellebogies... Je gaat 99 van de 100 keer voor lul, maar zo moet je niet denken.' Hij ruikt en luistert vooral of er niks aan de hand is, meer nog dan dat hij kijkt. Met liefde spreekt hij over de machines en het schip; over de twee sterke Scania-motoren, of over de werking van de jetpomp.

Hoewel hij altijd gehoorbescherming draagt, heeft hij een lichte piep in zijn oren gekregen die er niet uitgaat. Ook in de kombuis en in de stuurhut is het lawaai oorverdovend als ze aan het baggeren zijn: meer dan 100 decibel. Boven mindert Mark vaart en laat de buis in een bocht van de vaargeul zakken. Siem start de pomp. Die brult, met 4 tot 5 centimeter tegelijk wordt de bodem op een diepte van vier meter afgeschraapt, je kunt het volgen op een scherm. Verder zie je er weinig van, op een lichte verkleuring van het water na. Mark: 'Het zijn altijd dezelfde plekken waar het ligt.'

'Een soort Pacman is het, zie je? Je hapt kleurtjes weg. Met zeemanschap heeft dit natuurlijk niks te maken, op een schermpje kijken.'

'En op een of andere manier is dit een plekkie... Dat kleeft een beetje...'

'Brandaris, de Jan van Gent is begonnen met baggeren, hoor.'

(Tekst loopt verder na de foto)

Beeld Renate Beense
Beeld Renate Beense

Eten doen ze meestal in de stuurhut, zegt Siem, bijna nooit aan tafel. Hij komt boven met een kan koffie. Ze drinken uit plastic bekertjes. 'Om zes uur, 's middags om twaalf uur, en 's ochtends in de loop weg. En om 10 uur gaat Mark naar de wc en dan smeert-ie ook een broodje. Half tien een bakkie, vier uur een bakkie. Dat je wat regelmaat hebt.' Hij haalt één schouder op. 'Wat je aan de wal ook hebt.' Die wc blijft aardig schoon, want de boodschappen worden aan de golven meegegeven. Mark: 'Ik pies altijd overboord.' 'Ik ook. Maar 's morgens op een winterdag ben je wel klaarwakker.'

Praten lijken ze niet veel te doen. Siem: 'Hij is nu bezig, dan praten we niet. Ieder heb z'n dingetje. Dan ben ik met 't eten bezig ofzo. Of met de machine.' En als ze praten? 'Over algemene dingen', zegt Siem. 'En over vroeger. Hij is ook visserman geweest.' Mark: 'Op een gegeven moment ben je ook wel een beetje uitgepraat natuurlijk.' Sinds kort heeft hij een abonnement op Netflix, waardoor ze 's avonds naar een film kunnen kijken. 'En dan onder de vette lappen.' Die heten niet voor niks zo: 'Aan boord van de vissersschepen was het al heel wat als je je sokken uitdeed.' Slapen, zegt hij, gaat altijd goed: 'Elk moment van de dag kan ik slapen. Dat hou je over van de visserij.'

Visserman, zeggen ze in Wieringen. En óp Wieringen, want voor de Wieringers is het nog steeds een eiland. Jeroen, de broer van Mark en winnaar van de Annie M.G. Schmidt Prijs, zingt zowel over Wieringen als over het vissersbestaan; Mark vertelt er niet alleen aan boord, maar ook in het theater verhalen over. En laatst nog op de VPRO-radio. Op zijn 16de ging hij voor het eerst naar zee. 'Dan ben je nog hartstikke jong, natuurlijk. Je nieuwe maats kom je tegen, allemaal dronken als een kanon. 'Van wie ben jij er ien?' 'Van de schoolmeester.' 'Van meester Zijlstra? Dat wordt nooit wat met jou!' Hij had het zwaar gehad in het begin: 'Het onregelmatige slapen, de golven, het af en toe harde onderlinge leven aan boord - maar vijftien jaar met je harses in het buiswater, daar word je wel sterk van. En dat je het samen op een schip moet zien te redden.'

Wat hij geleerd heeft? Hij denkt even na. 'Dat je dicht bij jezelf moet blijven. En de zee is groot en machtig, ik heb wel dingen meegemaakt dat je denkt: wow. Ruzies, ongelukken of bijna-ongelukken, zo groot ben je niet.' Aan mist heeft hij een enorme hekel. 'Als het de hele dag mistig is, ben je 's avonds helemaal naar de klote. Ook op het wad. Hoewel je radar hebt, AIS (Automatic Identification System, red.), alles. Maar evengoed.' Ze werken zo'n zestig uur in vier dagen, daarna gaan ze drie dagen naar huis. In die drie dagen doet Siem nog wat klusjes aan boord en haalt boodschappen. Dan moet hij toch met z'n vrouw naar de Deen.

Machinist en kok Siem van Dam. Beeld Renate Beense

Nu staat hij onder zijn capuchon een sigaretje te roken en over het water te kijken. Hij heeft er één keer in gelegen. 'Van zo'n klein kokkelvisjagertje. Tussen wal en schip, met overal ijs. M'n maat zag het - ik kon nog net een bal vastpakken. Als je in het water ligt, is het schip hoog, hoor', zegt Siem. 'Zo vaak als ik op de Noordzee ben geweest met windkracht 9, 10 - en dan zal je in de haven verdrinken.' Eerst rookte hij ook in de stuurhut en de kombuis, maar toen hij twee weken ziek was, kreeg Mark een vervanger die niet rookte. En werd hij, vertelt hij, veel frisser wakker. 'Ik zeg toen hij terugkwam: 'Je moet voortaan maar buiten roken.' Vindt-ie geen probleem hoor. Thuis mag hij ook niet roken.' Omgekeerd vindt Siem het niet prettig dat Mark zich weinig aan het schip gelegen is. Mark: 'Siem wel. Ik noem het weleens de Siem van Gent. Het is Siem z'n kindje. Maar als morgen de Jan van Gent zinkt, ben ik 't overmorgen vergeten.'

Mark is zzp'er, Siem is in vaste dienst bij Boskalis. Siem zou, in tegenstelling tot zijn schipper, best tot zijn pensioen op de Jan van Gent willen blijven. Mark valt het ontbreken van een gewoon sociaal leven steeds zwaarder, zegt hij. Hij mist zijn vriendin steeds erger. En als hij ermee ophoudt? Siem: 'Dan ga ik varen.' Ook Siem heeft de vereiste diploma's. Hij heeft het er al over gehad met de baas. Dan wordt hij de schipper en komt er een nieuwe machinist. Mark pakt nog even een kantje mee: 'Daar ligt nog wel wat, en dan is het hier klaar.' In de verte schijnt een eenzame zonnestraal precies op het gasplatform boven de Zuidwalvulkaan, en kun je door de verrekijker zeehonden over de Griend zien hobbelen. 'Moeten we jullie er in Harlingen even afgooien?' Volgens Mark heeft Harlingen de mooiste skyline van de wereld, 'met die twee torens'. We varen. 'En zie je dat witte torentje?' Daar zit de havendienst. 'Dit is de Jan van Gent. We komen zo naar binnen als het mag.' 'Meer maar aan van de Holland af, Jan van Gent.'

Siem gooit de trossen om de bolders, om vijf uur wordt het donker. Als Mark de motoren uitschakelt, valt er een suizende stilte. Voor een half uur, drie kwartier komt broer Jeroen de kombuis binnenvallen, die de positie van de Jan van Gent op het internet gevolgd had. Ze halen herinneringen op aan gruwelijk hoge zeeën, dronken kapiteins, overboord gespoelde vissers, een opgeviste V1 die 25 meter onder water ontplofte - 'en iedereen leefde nog. Maar ze hadden allemaal alle botten in hun benen gebroken.' Het zijn avonturen die je op de Jan van Gent niet zult beleven. Hoewel Jeroen wel even samen Harlingen in had gewild, kiezen Mark en Siem een uur later weer het zeegat, om nog een paar uurtjes te jetten. Ze steken hun hand op, al snel zie je twee deinende lichten, dan enkel een flakkerend lichtje in een groot, zwart vlak.

Siem. Beeld Renate Beense
Beeld Renate Beense
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden