Medisch onderzoek kan niet zonder apen

Het advies geen proeven meer uit te voeren op mensapen klinkt radicaler dan het is. Die proeven vinden nu al bijna niet meer plaats....

Coenraad Hendriksen

In 1999 werden in Nederland 723.816 dierproeven verricht op 681.884 proefdieren. Dat betekent dat een deel van de dieren, 20.054 wel te verstaan, voor meerdere proeven werden gebruikt. Van het totaal aan proefdieren behoorden 613 dieren tot de categorie der primaten en hier weer van waren 7 mensaap. Ik geef deze cijfers om te laten zien dat procentueel de primaten maar een zeer klein deel van het proefdiergebruik uitmaken (0.1%).

Toch zijn het vooral deze dieren die vaak de discussie over de toelaatbaarheid van het uitvoeren van dierexperimenteel onderzoek beheersen. Eigenlijk is dat merkwaardig. Nog niet zo lang geleden is een einde gemaakt aan de beschermde positie die honden, katten, apen en paarden innamen in de Wet op de dierproeven. Deze wet stelt in ons land de kaders onder welke omstandigheden, voor welke doeleinden en door wie proefdieren (in de zin van de wet alleen gewervelde dieren) mogen worden gebruikt. Terecht werd in de motivatie meegenomen dat bescherming niet gerelateerd mag zijn aan zoiets als de 'aaibaarheids-factor'.

Voor de primaten heeft dit besluit nooit gewerkt. Acties zijn opvallend vaak gericht tegen het gebruik van apen in het onderzoek, maar ook onderzoekers leggen andere normen aan wanneer het om apen gaat. Anders dan ratten of muizen overleven deze deze dieren veelal het experiment en worden hergebuikt en ook het aantal dieren per test is in de regel vele malen lager dan bij onderzoek met knaagdieren het geval is. Het zijn zeker niet alleen economische motieven die hieraan ten grondslag liggen.

Van alle primaten die in Nederland in onderzoeksinstellingen zitten, zijn de meeste gehuisvest bij het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) in Rijswijk, een instituut dat zich internationaal profileert als kenniscentrum op het gebied van onderzoek in apen. Dat maakt het instituut kwetsbaar, zoals regelmatig is gebleken. Dit en het feit dat het het instituut moeite kost om zelf de broek op te houden, hebben de afgelopen jaren geleid tot enkele studies die een antwoord moesten geven op de vraag of het wenselijk is het instituut in stand te houden.

Vorige week lekte de conclusies uit van een studie uitgevoerd door de Commissie Berns, een commissie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen die in opdracht werkte van van de minister van Onderwijs (de Volkskrant, 26 en 27 april). De aanbevelingen zijn helder; stop de experimenten met chimpansees en continueer het onderzoek met lagere apen.

Van de eerste aanbeveling zeggen leden van de commissie dat dit een belangrijke doorbraak is. Daar zijn enkele nuances bij te maken. Allereerst werden er in 1999 'maar' zeven proeven met mensapen uitgevoerd. Tel daarbij het feit dat Nederland nog het enige land is binnen Europa waar onderzoek met mensapen gebeurt en het zal duideljk zijn dat het laten wegvallen van dit onderzoek geen grote consequenties zal hebben voor het biomedisch onderzoek. Daarnaast kan dit onderzoek nog altijd buiten de Europese grenzen plaatsvinden.

Voor de volledigheid, in de Verenigde Staten bestaan meerdere instellingen die onderzoek op chimpansees doen. De aanbeveling om in Nederland dit onderzoek te stoppen, hoezeer ik elke beperking ook toejuich, hoort dan ook thuis in de categorie window-dressing.

Dan de aanbeveling over het continueren van het onderzoek met lagere apen. Onzin zegt Proefdiervrij, er zijn immers allerhande alternatieve, proefdiervrije onderzoeksmethoden aanwezig. Mogelijk is dit op individueel testniveau vaak zo, in algemene zin waag ik dit te betwijfelen. Apen worden vooral gebruikt voor het testen van vaccins en geneesmiddelen. Veelal vindt dit onderzoek in de eindfase van de ontwikkeling van deze producten plaats, als een laatste controle voordat het middel in een klinisch onderzoek de mens ingaat.

De enige manier waarop we het gebruik van apen kunnen verminderen is door van deze producten af te zien, of een zeker risico te accepteren bij de toepassing er van. In een maatschappij die in toenemende mate volledige veiligheid eist van alles wat wordt toegediend, lijkt me dit een utopie.

Ik kan me dan ook vinden in de algemene conclusie van de Commissie Berns dat apen voorlopig nodig blijven voor onderzoek. De commissie stel verder dat met betrekking tot dit onderzoek bijzondere condities moeten gelden. Ik ben benieuwd waaraan hierbij gedacht wordt; extra stimulering en financiering van het onderzoek naar alternatieve methoden bijvoorbeeld?

Tenslotte blijft de vraag of we voor het onderzoek met primaten een speciaal instituut nodig hebben. Ik sta daar nogal ambivalent tegenover. Het concentreren van dit onderzoek in een specialistisch centrum creëert expertise, zowel voor wat betreft de verzorging en huisvesting van de dieren als voor wat betreft het onderzoek.

Anderzijds echter zal een instelling die alleen maar onderzoek met apen doet, in de strijd om het bestaan alles in het werk te stellen om onderzoek aan te trekken. Daar zitten we niet echt op te wachten. Ik zou me dan ook voor kunnen stellen dat de minster, gezien het voorgaande, besluit het BPRC in stand te houden, maar dat de vraag of individuele testen mogen worden uitgevoerd, per geval moet worden beantwoord door een volledig onafhankelijke commissie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden