NieuwsFarmaceutische industrie

Medicijnprijzen ontbreken in langverwachte gedragscode farmaceuten

De nieuwe gedragscode die de farmaceutische industrie heeft opgesteld, was bedoeld als ‘moreel kompas’. Maar de code rept met geen woord over het heetste hangijzer in de maatschappelijke discussie over de geneesmiddelenfabrikanten: de hoge prijzen van nieuwe medicijnen.

Honderden patiënten komen ieder jaar in het ziekenhuis om het leven door een medische misser, zonder dat deze worden doorgegeven aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Beeld ANP

De code, waaraan twee jaar lang is gewerkt en die vrijdag wordt gepresenteerd aan minister Bruins van Medische Zorg, moest een ‘keerpunt’ vormen in de maatschappelijke onvrede over de farmabedrijven.

Het negeren van de prijzendiscussie is opmerkelijk, omdat de industrie zelf had aangekondigd dat de code een ‘intrinsieke gedragsverandering op het gebied van transparantie en betaalbaarheid’ zou aanjagen.

Minister Bruins en het Zorginstituut, dat adviseert over de toelating van nieuwe middelen tot het basispakket van de zorgverzekering, hebben de hoge medicijnprijzen meermalen ‘maatschappelijk onaanvaardbaar’, ‘onethisch’ en ‘chantage’ genoemd. 

Volgens Aarnoud Overkamp, voorzitter van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG), zijn bindende afspraken over het prijsbeleid van de veertig aangesloten bedrijven niet mogelijk, omdat de internationale hoofdkantoren de prijzen doorgaans bepalen, en omdat de mededingingsautoriteit dat niet zou toestaan. ‘De branchevereniging kan weinig vinden van individueel prijsbeleid.’

Onderlinge prijsafspraken mogen inderdaad niet, zegt Ellen ’t Hoen, patentrechtdeskundige en kritisch volger van de farmaceutische industrie, ‘maar het is onzin om te zeggen dat dit een toezegging om redelijke prijzen te hanteren in de weg staat. Net zoals dat de industrie kan toezeggen de hoge prijzen uit te leggen door bijvoorbeeld de kosten openbaar te maken.’  

In de code conformeren de geneesmiddelenfabrikanten zich wel aan een internationale lijst van ‘gidsende principes voor goed bestuur’ van farmaceutische bedrijven, maar daarin staat juist expliciet dat transparantie over ‘prijzen, winstmarges en kortingen’ niet tot die principes behoort.

Toezicht

Het toezicht op de code is in handen van een onafhankelijk adviescollege, dat ook ongevraagd advies kan uitbrengen. Voorzitter van dat college is André Rouvoet, oud-minister en de afgelopen acht jaar voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland. Ook hem ‘viel het op’ dat het dure-medicijnen-vraagstuk in de gedragscode niet aan bod komt. ‘Ik ben meer van het aanmoedigen dan van het overvragen, maar de code moet een paar tandjes scherper. Als je als farmaceutische industrie transparantie centraal wilt stellen, zal het vroeg of laat wel over die prijzen moeten gaan. De samenleving wil weten hoe die tot stand komen. Ik wil naar de grenzen zoeken hoe ver wij als adviescollege daarin kunnen gaan. Het is goed denkbaar dat wij stappen gaan zetten waarvan de Vereniging wellicht zegt: dit hadden we ook weer niet voor ogen.’

Farmaceuten-voorman Overkamp noemt de code ‘een schitterend document, een mijlpaal in onze geschiedenis’. In vier hoofdstukken (Integriteit, Transparantie, Maatschappelijke Verantwoordelijkheid, Kwaliteit), met in totaal 38 gedragsregels, leggen de farmaceuten uit waaraan zij zichzelf en elkaar willen houden. ‘Het is belangrijk dat dit een keer goed is opgeschreven. Keulen en Aken zijn ook niet in één dag gebouwd. Dit is fundament waarop we verder gaan bouwen.’

Wilbert Bannenberg, voorzitter van de Stichting Farma ter Verantwoording, die de excessen van de farmaceutische industrie via juridische procedures wil aanpakken, is ‘zwaar teleurgesteld’. ‘Ze leggen in feite alleen uit dat ze zich aan de wet zullen houden. Maar dat moesten ze al.’

Wat er wel in de code staat:

-Artikel 1.1 stelt dat de farmaceuten ‘open en verantwoord’ zullen handelen ‘in overeenstemming met de belangen van patiënten en van de volksgezondheid in het algemeen’.

Het sterkste punt uit de code, vindt Farma ter Verantwoording-voorzitter Bannenberg. Want, zegt hij, nu de uitgaven aan dure weesgeneesmiddelen (medicijnen voor zeldzame ziektes, waar nog geen andere behandelingen voor bestaan, red.) met 9 procent per jaar stijgen, en er nog 57 nieuwe, dure weesgeneesmiddelen op de rol staan (terwijl de uitgaven van ziekenhuizen niet mogen stijgen), zullen de kosten van die weesgeneesmiddelen andere behandelingen verdringen. Daarmee gaat de volksgezondheid er niet op vooruit. ‘Dan zullen ze dus iets aan hun prijzen moeten doen.’

-Artikel 2.7 verplicht de aangesloten bedrijven om jaarlijks te rapporteren hoeveel zij uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling van geneesmiddelen in Nederland. Het is een stapje op weg naar meer transparantie van de ontwikkelingskosten van medicijnen. Problematisch is wel dat de openheid niet per medicijn geldt, en ook niets zegt over de totale ontwikkelingskosten, omdat het meeste onderzoek in het buitenland plaatsvindt.

- In Artikel 2.9 beloven de farmaceuten de overheid te ondersteunen ‘bij het maken van goede voorspellingen van uitgaven aan geneesmiddelen’. Volgens VIG-voorzitter Overkamp ‘staan we op een keerpunt als het gaat om gentherapie en maatwerkgeneeskunde. Dat gaat ook in de kosten grote veranderingen brengen. Het heeft voor de overheid meerwaarde de branche te gebruiken om een goede inschatting te maken.’

-In Artikel 3.5 beloven de fabrikanten dat hun beleid erop is gericht ‘om geneesmiddelen duurzaam beschikbaar te hebben en te houden en geneesmiddeltekorten te voorkomen’. Dat is momenteel een groot probleem, in 2019 moesten apothekers bij 1.492 medicijnen ‘nee’ verkopen. ‘Hier dachten alle leden hetzelfde over’, zegt Overkamp, ‘en erkennen we dat wij op onze manier een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van de tekorten’.

Een onafhankelijk adviescollege, onder leiding van André Rouvoet, houdt toezicht op de code. Dat controleert de verslagen van aangesloten farmaceuten, die daarin moeten aangeven hoe zij de code hebben toegepast. Het college schrijft ook elk jaar zelf een – openbaar – verslag, kan openlijk afstand nemen van gedrag van de leden, kan zelfs voorstellen een lid te royeren, én kan ongevraagd advies geven over uitbreiding van de code. Rouvoet:’Wij zijn niet de cheerleaders van de farmaceutische industrie. Wat mij over de streep trok om ‘ja’ te zeggen tegen deze functie is dat de leden aangaven echt te willen veranderen, dat de code een levend document is. ‘Dat zul je dan merken ook’, zeg ik er bijna dreigend bij.’

Wat er niet in de code staat:

-Niet alleen de hoge prijzen worden genegeerd, ook over andere hete hangijzers in de geneesmiddelendiscussie is niets in de code opgenomen, zoals het zo lang mogelijk vasthouden aan patenten en octrooien, en het misbruik van de weesgeneesmiddelenwetgeving, waardoor voor al langer bestaande middelen marktexclusiviteit kan worden aangevraagd.

Een van de redenen om met de gedragscode te komen was juist het gedrag van de Italiaanse farmaceut Leadiant (geen lid van de VIG), die het middel CDCA – al jaren goedkoop op de markt tegen galstenen – opkocht om als middel tegen de erfelijke stofwisselingsziekte CTX in te kunnen zetten. Het bedrijf vroeg en kreeg daarvoor marktexclusiviteit en kon zodoende de prijs gigantisch verhogen. De VIG sprak hier toen wel z’n afkeuring over uit, maar in de code staat hier niets over. Rouvoet: ‘De spelregels in de code moeten verder gaan dan wet- en regelgeving, zodat we een volgende keer dat zoiets voorbij komt, dat beet kunnen pakken en kunnen zeggen: nee, zo moet het niet. Die concretisering moet er op een aantal punten echt nog in.’

-Een belangrijk probleem, vindt Bannenberg van Farma ter Verantwoording, is dat andere partijen dan de leden zelf of het adviescollege niet kunnen klagen. Het is een puur interne code. ‘Wij als stichting hebben hier niets aan. De farma blijft een black box, want mogelijke klachten zijn niet openbaar.’

Dirkje kan nu lopen, maar goedkoper worden haar geneesmiddelen er niet op.

Het lijkt een verhaal uit een spannend jongensboek: hoe een brutaal ziekenhuis een grote farmaceut te slim af is.

Vals spel in de farmacie: de pil is hetzelfde, de prijs een veelvoud.

Baas Zorginstituut: ‘De farmaceutische industrie duwt ons met de rug tegen de muur – en dat voelt niet prettig.’

In zijn strijd tegen machtsmisbruik door de farmaceutische industrie houdt apotheker Paul Lebbink het graag praktisch. ‘De prijs van deze medicijnen in een gepatenteerde verpakking is 69 euro. Als ik ze zelf in een zakje doe, kosten ze nog geen 10 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden