Media over Rwanda in 1994: 'Een sinistere orgie van bloed en geweld'

Het is vandaag precies twintig jaar geleden dat Rwanda het toneel was van de 'snelste volkerenmoord uit de geschiedenis', die van de Hutu's op de Tutsi's. In bijna honderd dagen kwamen volgens onderzoekers een half miljoen mensen en volgens Rwandese geschiedschrijvers bijna een miljoen mensen om het leven. Een duik in het krantenarchief.

Soldaten van het RPF trekken Kigali binnen. Op de voorgrond een vrouw, vermoedelijk vermoord door het regeringsleger (15 juni 1994) Beeld ap

7 april 1994
Op 6 april 1994 wordt een vliegtuig neergeschoten met daarin de presidenten Juvénal Habayarimana van Ruanda (toen nog de spelling volgens de Volkskrant) en Cyprian Ntayamira van Burundi.

'De presidenten van Burundi en Ruanda zijn om het leven gekomen toen hun vliegtuig werd beschoten tijdens de landing op het vliegveld van de Ruandese hoofdstad Kigali, zo heeft de VN-ambassadeur van Ruanda woensdagavond in New York bekendgemaakt', meldt de Volkskrant de volgende ochtend op 7 april.

NRC Handelsblad komt diezelfde middag nog met een nieuwsanalyse. Correspondent Koert Lindijer schrijft: 'De samenlevingen van Rwanda en Burundi zijn verziekt door stammenhaat en politiek opportunisme. Het wantrouwen tussen de Hutu- en Tutsi-bevolkingsgroepen is levensgroot en heeft in Burundi in de afgelopen maanden tot een aantal bloedbaden geleid. De gewelddadige dood, gisteravond, van de presidenten van beide landen zal welhaast zeker nieuwe olie op het vuur gooien.'

De vermoorde president Juvénal Habayarimana van Rwanda Beeld Google Images
 
De samenlevingen van Rwanda en Burundi zijn verziekt door stammenhaat en politiek opportunisme.
NRC-correspondent Koert Lindijer

8 april 1994
'In Kigali, de hoofdstad van Rwanda, is gisteren totale anarchie uitgebroken', kopt Trouw twee dagen na de aanslag op de presidenten van Rwanda en Burundi. Op basis van AP en Reuters: 'Volgens ooggetuigen trokken militairen, lijfwachten van de president en gendarmes gisteren plunderend door de straten van de hoofdstad. Groepen jongeren voegden zich bij de soldaten, of trokken apart door de straten, burgers met messen en stokken dodend of hen neerschietend, meldden diplomaten en getuigen. De wijk Kimihurura, waar kampen van het leger zijn en waar ministers wonen, werd beschoten door rebellen van het Patriottisch Front van Rwanda (RPF), dat door Tutsi's wordt gedomineerd.'

De verschrikkelijke gevolgen worden direct duidelijk. Uit de Volkskrant: 'Ook de premier van Ruanda, Agathe Uwilingiyimana, is vermoord vlakbij het presidentieel paleis, aldus een VN-woordvoerder. Zeker elf Belgische VN-waarnemers zijn donderdag in Ruanda vermoord door leden van de presidentiële garde. Twee Belgen worden nog vermist.'

Rwandezen ontvluchten hoofdstad Kigali Beeld ap

11 april 1994
'In de hoofdstad Kigali zijn de afgelopen drie dagen volgens ooggetuigen naar schatting tienduizend mensen vermoord. In het gehele land wordt gevreesd dat vele tienduizenden Ruandezen om het leven zijn gekomen', is de samenvatting van de Volkskrant daags na het weekend.

Els de Temmerman, op dat moment in Rwanda voor de Volkskrant, beschrijft de gruwelijke taferelen: 'In een buitenwijk van de Ruandese hoofdstad Kigali staat een groepje juichende mannen, gewapend met stokken en hakmessen. In hun midden ligt een dode man, het gezicht naar de grond, de armen gespreid. De dood in dit kleine centraal-Afrikaanse land is een absurd feest, een sinistere orgie van bloed en geweld.'

De eerste Belgische paratroepen zijn dan al in Kigali geland om Belgen en andere buitenlanders op te halen. De Franse luchtmacht evacueerde dat weekend al 525 Fransen met transportvliegtuigen. Franse soldaten hebben de luchthaven van Kigali in handen.

Ook bijna alle Duitsers, Zwitsers, Amerikanen en Nederlanders hebben het land inmiddels met militaire vliegtuigen of onder bescherming van VN-soldaten over land weten te verlaten.

 
De dood in dit kleine centraal-Afrikaanse land is een absurd feest, een sinistere orgie van bloed en geweld
Volkskrant-correspondent Els de Temmerman

13 april 1994
Het Algemeen Dagblad schrijft dat 'een bloedbad dreigt onder de Hutu-meerderheid'. Pogingen van de Verenigde Naties een staakt-het-vuren tot stand te brengen zijn mislukt. Leiders van het Ruandese Patriottisch Front (RPF) hebben laten weten dat ze niet van plan waren een bestand te sluiten met een regering die ze niet erkennen

De interim-regering in Rwanda verlaat Kigali als gewapende Tutsi's van het RPF de hoofdstad binnentrokken.

NRC Handelsblad legt het verband met de gruweldaden in Servië: 'In zekere zin gaat het in beide voormalige en onderling vijandige koninkrijken om een zich herhalende vorm van 'etnische zuivering', misschien niet zo doelbewust als de Serviërs die bedrijven, maar wel met hetzelfde gevolg.'

Kindsoldaat van de RPF surveilleert in de straten van Kigali Beeld ap

15 april 1994
In de kranten verschijnen steeds meer aangrijpende getuigenissen van gevluchte Rwandezen. In de Volkskrant het verhaal van Monique Mujawamariya, oprichtster van de Liga voor de Mensenrechten in Ruanda. 'Ik hoorde hoe ze m'n buurman doodden. Ik ben het huis uitgerend en heb me verborgen gehouden onder een struik.'

Ze vertelt hoe ze onder de struik had gewacht tot de soldaten weg waren. Hoe ze haar huis was binnengegaan en zich had verstopt op het plafond, tussen de elektriciteitskabels. Vier dagen hield ze zich er schuil. Toen zag ze hoe groepen plunderaars naderbij kwamen, haar omheining afbraken en het waterreservoir meenamen. 'Liggend op het plafond dacht ik: ik sterf liever door een kogel dan door machetes.'

Na bijna veertig jaar als missionaris in Afrika besliste pater Gerard van Selst definitief naar België terug te keren. 'Het is te erg geweest, ik kom nooit nog terug', zegt Van Selst in Trouw.

29 april 1994
De eerste keer dat het woord 'genocide' valt, is op 29 april, drie weken na het uitbreken van de burgeroorlog. De Britse hulporganisatie Oxfam laat weten dat er een half miljoen leden van de Tutsi-stam worden vermist en dat voor het leven van de meesten moet worden gevreesd. De organisatie baseert zich op rapporten van medewerkers in het buurland Burundi en spreekt van 'genocide' door het regeringsleger en Hutu-extremisten.

Uit een verslag van De Temmerman een week eerder in de krant: 'De lijken drijven onder ons voorbij. Daar een man. Daar drie halfnaakte jongeren. Het zijn levenloze getuigen van een van de grootste volkerenmoorden uit de moderne geschiedenis. In achttien dagen zijn in Ruanda meer dan honderdduizend mensen van de Tutsi-minderheid om het leven gebracht.'

'Het grasveld rond het hospitaal lijkt op het slagveld van een overwonnen leger. Gewonden liggen overal in de regen of dolen rond met een verweesde blik. Mannen, vrouwen en kinderen met uitgestoken ogen, de neus afgehakt, de schedel gekliefd, vingers of handen afgesneden. De stank van rottend vlees is weerzinwekkend.'

 
Gewonden liggen overal in de regen of dolen rond met een verweesde blik. Mannen, vrouwen en kinderen met uitgestoken ogen, de neus afgehakt, de schedel gekliefd, vingers of handen afgesneden
Volkskrant-correspondent Els de Temmerman

14 mei 1994
Op 7 mei publiceert Volkskrant-correspondent Els de Temmerman een dagboekverslag van bijna drieduizend woorden over haar ervaringen in Rwanda en een week later volgen nog een keer twee pagina's voor deel 2 van 'Dagboek van een nachtmerrie'.

'De wereldpers stelt het verkeerd voor. Alsof het om een handvol moordende extremisten gaat', hadden de Belgische paters uit Zaza me verteld. 'De hele bevolking heeft in Kibungo deelgenomen aan de slachting. Geen enkele Tutsi kon ontsnappen. Elke honderd meter was een barricade, bemand door gewone burgers. Sommigen waren onze studenten. 'Het werk is voltooid', riepen ze ons toe. 'Alle Tutsi's zijn dood.'

'Als ik hen moet geloven, zijn in enkele weken tijd bijna een miljoen mensen in Rwanda vermoord. Ik kijk in de ogen van de moordenaars. Er is geen spoor van spijt in die ogen. Ik verlies mijn zelfbeheersing. 'Weet je wat de wereld van jullie denkt?', schreeuw ik hen toe. 'De wereld denkt dat jullie wilden zijn.'

Een fragment van de laatste dag: 'Ik heb slecht geslapen. Spookbeelden achtervolgen mij, zelfs op klaarlichte dag. Ik zie mijn kamer vol in stukken gehakte baby's. Ik durf niet meer alleen te zijn. Ik merk dat de immigratiekaart in mijn handen trilt.'

De schattingen van het aantal doden liggen inmiddels op de 200 duizend.

 
Ik heb slecht geslapen. Spookbeelden achtervolgen mij, zelfs op klaarlichte dag. Ik zie mijn kamer vol in stukken gehakte baby's
Volkskrant-correspondent Els de Temmerman

16 mei 1994
'Wat er nu in Ruanda gebeurt, is erger dan ik ooit gezien heb. Het zijn de killing fields in optima forma. Het is een slachtpartij die in aantal slachtoffers en de manier waarop er gemoord wordt, vergelijkbaar is met Cambodja. Het is anders en groter dan wat ik gezien heb in Somalië, Sudan en Bosnië', aldus toenmalig minister Pronk van Ontwikkelingssamenwerking na een kort bezoek aan de Ruandese hoofdstad Kigali. Inmiddels zijn 400 duizend Rwandezen naar andere landen gevlucht. In het land zelf zijn volgens Pronk anderhalf tot twee miljoen mensen op de vlucht.

Een dag later stemt de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in met uitbreiding van de VN-vredesmacht met 5.500 man. De Raad komt daarmee terug van zijn beslissing van 21 april om het aantal VN-militairen in Rwanda juist terug te brengen van 2.500 tot 270.

Het Algemeen Dagblad spreekt met Juliana Mukankwaya. Zij is met ongeveer dertig boeren uit de omgeving van Kigali opgepakt door het RPF. De groep zit vast in een voormalig dorpshuis in Musha. Vorige week, zegt Mukankwaya, dreef zij met andere vrouwen de kinderen uit het dorp bijeen die als vijanden werden gezien. Ze sloegen de kinderen in alle rust met stokken dood. 'Ze huilden eerst niet, omdat ze ons kenden. Ze keken ons alleen met grote ogen aan. We hebben er zoveel vermoord, we konden de tel niet bijhouden?,' aldus Mukankwaya.

Boniface Gasana (52) nodigde 15 mensen die op de dodenlijst stonden, bij hem thuis uit onder het voorwendsel dat hij ze wilde laten onderduiken. Hij liet evenwel het doodseskader van het dorp aanrukken om zijn gasten te vermoorden.

Minister Jan Pronk van Ontwikkelingssamenwerking in 1994 Beeld ANP
 
Wat er nu in Ruanda gebeurt, is erger dan ik ooit gezien heb. Het zijn de killing fields in optima forma
Minister Pronk van Ontwikkelingssamenwerking

20 mei 1994
Er gaan geen Nederlandse VN-manschappen naar Rwanda, omdat de risico's in het door burgeroorlog verscheurde land als onaanvaardbaar groot worden beschouwd. Dat is de beslissing van het het kabinet.

Correspondent Els de Temmerman is terug in Rwanda. 'Het lijkt een afstotelijke griezelfilm: de bergen lichamen die opgestapeld liggen achter deuren en huizen, in kerken en ziekenhuizen, tussen tarwevelden en bananebomen. Mannen, vrouwen en kinderen met afgehakte ledematen, vastgebonden of de armen in wanhoop gespreid.

'Alleen de geur is echt. De indringende geur van dood en verrotting die over de heuvels en dalen hangt. Zij achtervolgt ons tijdens onze drie dagen durende tocht door de oostelijke provincie Kibungo en later door de buitenwijken van de hoofdstad Kigali. De overlevenden in het dorp Rubanda lopen verwezen met ons van boerderij naar boerderij. Daar het huis van Kagambira, wijzen ze: vijftig lijken; daar dat van Shamukiga: veertig lijken; daar dat van Mushoza: twintig lijken. En dan hebben we het meer nog niet gezien: 'duizenden en duizenden lichamen'.

Drukte in een vluchtelingenkamp van het Rode Kruis Beeld ap

27 mei 1994
De eerste stappen in de richting van vrede worden gezet. RPF is bereid met het regeringsleger te gaan praten over een door de Verenigde Naties opgesteld plan om het bloedbad in Rwanda te beëindigen.

02 juni 1994
Het Ruandees Patriottisch Front laat weten het schieten op burgers te vermijden en zal trachten de VN-soldaten niet in gevaar te brengen. Dat stelt Paul Kagame, leider van het RPF.

Er is ondertussen ook veel kritiek op de manier waarop de internationale gemeenschap heeft gereageerd op de moordpartijen in Rwanda. Secretaris-generaal Boetros-Ghali van de Verenigde Naties: 'De late reactie op de volkerenmoord heeft treffend laten zien dat de internationale gemeenschap totaal niet in staat is om met een snelle en beslissende actie te reageren op humanitaire crises als gevolg van een militair conflict', schrijft Boetros-Ghali in een rapport aan de Veiligheidsraad.

 
De late reactie op de volkerenmoord heeft treffend laten zien dat de internationale gemeenschap totaal niet in staat is om met een snelle en beslissende actie te reageren op humanitaire crises als gevolg van een militair conflict
Secretaris-generaal Boetros-Ghali van de Verenigde Naties

15 juni 1994
De Tutsi-rebellen van het RPF en de interim-regering die geheel uit Hutu's bestaat, zijn een avond eerder in Tunis een staakt-het-vuren overeengekomen, meldt NRC Handelsblad op 15 juni. Het staakt-het-vuren moet het begin zijn van een alomvattend vredesproces om een oplossing te vinden voor dit conflict.

Trouw en de Volkskrant schrijven dezelfde dag dat Hutu-milities dertig tot veertig Tutsi-kinderen uit een kerk in de Rwandese hoofdstad Kigali hebben ontvoerd. Gevreesd wordt dat ze vermoord zijn. 'Als de milities mensen meenemen, doden zij ze gewoonlijk', aldus de ondercommandant van de VN-macht in Rwanda, brigade-generaal Henry Anyidoho.

Frankrijk laat een dag later weten dat het bereid is een militaire interventie te ondernemen om een eind te maken aan het bloedbad in Rwanda. Het plan wordt onmiddellijk afgewezen door het RPF. 'Frankrijk heeft het leger getraind, de presidentiële garde, het heeft in een zeker stadium zelfs tegen het RPF gevochten', zei RPF-woordvoerder James Rwengo in Brussel. 'Het mag aan geen enkele strijdmacht deelnemen, zelfs niet een van de Verenigde Naties, laat staan dat het op eigen houtje tot actie overgaat.'

VN-secretaris-generaal Boutros Ghali steunt het Franse initiatief. Frankrijk en Italië verklaren zich bereid troepen naar Ruanda te sturen om verdere slachtingen onder de bevolking te voorkomen. Maar de overige zeven landen van de West-Europese Unie (WEU) reageren terughoudend op de Frans-Italiaanse verzoeken het initiatief te steunen.

Paul Kagame, leider van de RPF Beeld ap

23 juni 1994
Op 23 juni krijgt Frankrijk groen licht van de VN-veiligheidsraad. Bij de eerste acties van de 'operatie Turquoise' zijn zeshonderd manschappen betrokken. 'Voor het eerst sinds weken, hebben we de afgelopen nacht weer kunnen slapen', aldus Marie, die zegt dat zij naar het kamp bij Cyangugu is gevlucht nadat twee van haar kinderen door Hutu-milities waren vermoord.

1 juli 1994
Op 1 juli publiceert een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties een rapport waarin wordt geconcludeerd dat 'de regering van Rwanda en de Hutu-strijdkrachten schuldig zijn aan de massaslachtingen op de Tutsi-bevolkingsgroep, die een vooropgezette en systematisch uitgevoerde campagne van genocide zijn'.

 
De regering van Rwanda en de Hutu-strijdkrachten zijn schuldig aan de massaslachtingen op de Tutsi-bevolkingsgroep, die een vooropgezette en systematisch uitgevoerde campagne van genocide zijn
Verenigde Naties

6 juli 1994
Het RPF zal binnen enkele dagen een regering van nationale eenheid vormen en een eenzijdig staakt-het-vuren afkondigen. RPF-commandant Kagame: 'We staan open voor oppositiepartijen en iedereen die niet heeft deelgenomen aan de massamoorden'. De door het RPF geleide regering zal volgens Kagame worden gebaseerd op de principes van het vredesakkoord dat een jaar eerder in de Tanzaniaanse stad Arusha werd getekend, maar nooit werd uitgevoerd. De RPF-generaal is bereid ook soldaten van het regeringsleger op te nemen in de te vormen nieuwe, nationale strijdkrachten.

11 juli 1994
Hoofdstad Kigali is al een week in handen van het RPF. 'Het is niet te geloven dat we nu de straat op kunnen zonder dat we milities tegenkomen, zonder dat we gedood worden.' De Tutsivrouw die voor een Zwitsers project werkte, geeft toe dat ze de eerste dagen na de val van de hoofdstad bang was. 'We waren verdoofd. We geloofden er niet in. De nationale radio had gezegd dat rebellen ons zouden koken en opeten. Maar ze namen ons bij de hand en brachten ons hierheen.'

Jean Kambanda, de premier van de uitsluitend uit Hutu-ministers bestaande interim-regering van de Midden-Afrikaanse staat Rwanda, geeft toe dat het Rwandese regeringsleger de strijd tegen de Tutsi-rebellen van het RPF heeft verloren.

Gewonde leden van het regeringsleger na gevechten in Kigali Beeld ap

18 juli 1994
Het RPF verovert Gisenyi, het laatste bastion van de Rwandese regering. Op 18 juli eisen de rebellen van het RPF de overwinning op. 'Wij hebben heel Ruanda veroverd behalve het Franse protectoraat. Wij garanderen alle Ruandezen stabiliteit en veiligheid', aldus RPF-leider Paul Kagame.

Twee dagen laten benoemd Kagame zichzelf als minister van Defensie en tevens vice-president. Frankrijk, dat een 'veiligheidszone' in Ruanda bewaakt, heeft de militaire overwinning van het RPF erkend.

Het RPF levert acht van de zeventien ministers. De andere negen komen uit de vier Hutu-partijen die oppositie voerden tegen het bewind van president Juvénal Habyarimana. Pasteur Bizimungu, een van de oprichters van het RPF, werd beëdigd als president, Faustin Twagiramungu als premier. Beiden zijn Hutu.

De burgeroorlog heeft dan iets meer dan honderd dagen geduurd. Hoeveel Tutsi's er zijn vermoord is nooit helemaal geteld. De Rwandese autoriteiten spreken over 1.174.000 doden. Dat komt neer op zo'n 10 duizend doden per dag, 400 per uur en 7 per minuut.

 
De Rwandese autoriteiten spreken over 1.174.000 doden. Dat komt neer op: 10 duizend doden per dag, 400 per uur en 7 per minuut.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.