Media Atjeh schikken zich

Naar Amerikaans voorbeeld werkt nu ook het Indonesische leger met embedded journalists. De liefde tussen leger en pers loopt echter snel deuken op: 'schadelijke' berichten zijn verboden....

'Je stelt verdomme vragen als een buitenlandse journalist! Hoe durf je zoiets te vragen!' Generaal Bambang briest van woede. De kleine journalist krimpt in elkaar, en hij wordt nog kleiner als de generaal brult: 'Hoe heet je?' Een adjudant kijkt op het naamkaartje en schrijft met een dreigende blik de naam van de boosdoener op een vel papier.

'Waar is je loyaliteit!?', bast de generaal. De journalist zwijgt bedremmeld. Hij druipt af en durft zelfs geen antwoord meer te geven op de vraag: 'Wat vroeg je? Waarom is de generaal zo boos?' Bleekjes mompelt hij alleen: 'Ik heb een verkeerde vraag gesteld.' 'Ja maar welke?' 'De vraag was verkeerd.' Meer durft hij niet zeggen.

Loyaliteit, dat is wat het Indonesische leger van 'zijn' journalisten verwacht. Loyaliteit wordt zeker verwacht van de embedded journalists die donderdag naar het strand zijn gebracht om de helikopter van generaal Bambang te zien landen en hem zijn mariniers te zien toespreken. De journalisten zijn embedded (een fenomeen dat is afgekeken van de oorlog in Irak), zij hebben een cursus gehad van het leger, zij mogen mee met het leger, zij mogen alles zien en filmen.

In ruil wordt van hen wel verwacht dat zij constructief en vooral positief berichten over wat zij zien. Dat is geen wens, het is een richtlijn.

Voor buitenlandse journalisten geldt die richtlijn niet. Zij mogen ook niet mee met de embedded collega's. 'Dit is nieuw voor ons', zegt Yany, een collega van luitenant-kolonel Firdaus, in Lhokseumawe. 'Wij proberen het eerst uit met onze eigen mensen, voordat we buitenlanders gaan meenemen.'

Het leger wil buitenlanders niet in gevaar brengen, zegt Yani. Het leger verwacht van hen kennelijk ook niet de 'loyaliteit' die nodig is om ze een voorkeursbehandeling te kunnen geven. 'Bule (een scheldwoord voor buitenlanders, red.) schrijven toch alleen maar negatief over het Indonesische leger', laat generaal Bambang zich in zijn woedeuitbarsting ontvallen.

Indonesië worstelt binnen een week al met de 'openheid' waarmee het de militaire operatie in Atjeh heeft ingezet. Graag zou het leger de wereld willen tonen dat het ditmaal - in tegenstelling tot vroeger - wél rekening houdt met mensenrechten, en wél gedisciplineerd kan optreden, en dat het niets te verbergen heeft. 'U mag zich overal vrij bewegen. U kunt met onze militairen mee. Vraagt u wat u wilt en wij zullen u helpen', zegt luitenant-kolonel Firdaus op de tweede dag van de operatie - tegen buitenlandse verslaggevers.

Maar een incident in het dorp Cot Ie Jue slaat twee dagen later al een deuk in de liefde tussen leger en pers. Het officiële legerbulletin meldt dat in Cot Ie Jue een aantal GAM-leden (Beweging Vrij Atjeh) in een vuurgevecht is doodgeschoten. Buitenlandse media melden hoe daar, volgens lokale ooggetuigen, zeven ongewapende jongens in de leeftijd van 12 tot 18 jaar zijn gedood.

De Indonesische Koran Tempo neemt het bericht - uit buitenlandse bronnen - over en meldt op zijn voorpagina dat het leger 'zeven jongens' heeft doodgeschoten.

De krant wordt tot de orde geroepen. Twee journalisten van Tempo worden door de militaire politie naar het dorp gebracht. Daar staan vier getuigen klaar om te verklaren dat de zeven doden allemaal bekende 'GAM-spionnen', waren. Koran Tempo moet de volgende dag zijn bericht herzien.

Tempo heeft gezondigd tegen de nieuwe regels die op de derde dag van de gevechten zijn ingesteld. De legerleiding - die sinds het uitroepen van de staat van beleg bepaalt wat er in Atjeh gebeurt - voert censuur in voor de Indonesische pers: het wordt Indonesische journalisten vanaf dat moment verboden berichten te publiceren die 'schadelijk' zijn voor het leger en de overheid.

Dat komt erop neer dat alleen de officiële, door het leger verstrekte versies van gebeurtenissen mogen worden afgedrukt. Het is absoluut verboden leden van de GAM aan het woord te laten. Lokale journalisten durven zelfs geen ooggetuigen te interviewen of buitenlandse media te citeren als die iets berichten wat haaks staat op wat de militairen verklaren.

De Atjese media schikken zich in hun lot. Zij durven al lang niet meer aan eigen nieuwsgaring te doen. Een Atjehse journalist: 'We zijn bang. Niemand weet wanneer journalisten een doelwit zullen worden in deze oorlog.' Hij vreest niet alleen de woede van het leger, maar ook die van de GAM. Dreigementen van de rebellen leidden in augustus 2000 tot een tijdelijke sluiting van de grootste krant van Atjeh, Serambi. De GAM was boos op de krant, omdat die te weinig de GAM-versie van de gebeurtenissen gaf.

Buitenlandse journalisten worden niet aan censuur onderworpen. Ook hun vrijheid wordt langzaamaan ingeperkt. Zij kunnen niet meer vrijelijk naar Atjeh reizen. Sinds maandag moeten zij beschikken over een schriftelijke toestemming van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ook moeten zij zich melden bij de legerleiding in Jakarta, en eenmaal in Atjeh wordt hun gevraagd zich ook daar overal te melden bij het leger. Voor hun eigen veiligheid, aldus het leger.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden