Mededogen in een oude loods

Eindspel..

* * * *

Vlissingen Is het een goed idee een zwartgallig stuk van Samuel Beckett te spelen in een desolate hal van een oude scheepswerf. Ja, een heel goed idee zelfs, dat in Eindspel, de voorstelling die Albert Lubbers nu regisseert in het Zeeland Nazomer Festival, ook nog eens bijzonder goed uitpakt. Waar eerder deze week in Molières De Misantroop vorm (villa) en inhoud (komedie over hypocrisie) elkaar behoorlijk in de weg stonden, biedt Eindspel een voorbeeldig samengaan van stuk en locatie.

Immers: de oude plaatwerkerij van de voormalige Scheldewerf in Vlissingen heeft geen functie meer, en de personages in Eindspel eigenlijk ook niet. Zoals in al zijn stukken is het wachten op wat komen gaat het onderwerp, en dat wachten is altijd op niets. In Eindspel zijn de blinde, kreupele Hamm en zijn bediende Clov de hoofdpersonen. In een afgesloten ruimte doden zij de tijd met nutteloze handelingen en nutteloze gesprekken. Hun levens bestaan uit rituelen die geen betekenis meer hebben: Hamm verliest zich in verhalen die er niet meer toe doen, Clov kijkt af en toe naar buiten maar ziet niets. Waarschijnlijk is alles, al het leven, uitgestorven.

Net als in Wachten op Godot en Happy Days heeft Beckett in Eindspel de menselijke angst voor het einde (‘Het einde zit al in het begin, en toch ga je door’) meesterlijk in taal samengevat. Zijn tekst vraagt evenwel om een lichte aanpak, niet om ernst en zwaarte. Lubbers en zijn spelers hebben dat goed begrepen. Meestal wordt het stuk in een kleine ruimte gespeeld, om de benauwdheid te beklemtonen, maar in deze enorme hal is juist het ruimtelijke effect verrassend. De grauwe, afgeleefde omgeving ondersteunt het gevoel dat alles binnenkort voorbij is, en de verlossing – door wie of wat dan ook – nabij.

De speelstijl, vooral van Koen van Impe als de blinde Hamm, is tamelijk barok. Technisch knap en met veel stemmingswisselingen geeft hij met zijn spel een eerbetoon aan de taal van Beckett. Maar invoelbaar maakt hij het drama niet, daarvoor is zijn acteren net iets te gewild virtuoos. Fabian Jansen daarentegen, een jonge acteur met een robuust postuur, maakt van bediende Clov een ideaal Beckett-personage. Zijn voortdurende getob, het hijgerige gesleep met de trap om naar buiten te kunnen kijken, zijn even aandoenlijke als hopeloze hulpvaardigheid, dat alles speelt hij prachtig uit.

Eindspel is een voorstelling die rechtstreeks uit de allerlaatste schuilplaats van de mensheid lijkt te komen – maar uiteindelijk toch niet somber stemt. Omdat er ondanks de uitzichtloosheid ook mededogen is. Meer kan een mens niet wensen, zoveel wordt duidelijk in die oude loods in Vlissingen.

Hein Janssen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden