'Medailles zijn leuk, maar dit geeft meer voldoening'

Welke rol speelt afkomst in Nederland? Robert Vuijsje onderzoekt het in een reeks interviews. Voormalig atlete Nelli Cooman ( 51 ): 'Bij mij ging het altijd anders dan bij de rest.'

Nelli Cooman. Beeld Robin De Puy

In de Nederlandse sport was Nelli Cooman de eerste. 'Ik weet dat veel mensen het niet zien, maar als zwart én vrouw was het echt moeilijker. Het was geen leuke periode, met veel discriminatie. Bij mij ging het altijd anders dan bij de rest van de atleten.'

Wat ging anders?

'In 1987 kreeg ik pas mijn eerste trainingskamp, in Portugal. Betaald door de Portugese bond. Ik was toen al jaren Europees kampioen, ik had een wereldrecord gelopen. De faciliteiten waren voor mij anders. Voor mij stelden ze speciale limieten om aan grote toernooien te mogen meedoen. In 1988 was 11,50 seconde de internationale limiet om op de 100 meter aan de Olympische Spelen te mogen meedoen. De Nederlandse bond besliste dat ik 11,10 moest lopen omdat ik er anders niets te zoeken had.

'Bij de andere atleten hadden ze niet zulke scherpe limieten. Het verhaal was: ja maar zij doen niet mee op het allerhoogste niveau en jij wel, dus voor jou moeten de limieten strenger zijn. Ik liep in de tijd van Florence Griffith-Joyner, haar wereldrecords staan nog steeds. Ze liep extreem hard. Mijn limieten werden verbonden aan haar tijden. Om me te kwalificeren moest ik zo hard werken dat ik kapot was als het toernooi begon.'

Nelli Cooman

Cooman (Suriname, 1964) werd twee keer indoor wereldkampioen op de 60 meter en zes keer Europees kampioen. Op dezelfde afstand liep ze een wereldrecord. Ze werd negentien keer Nederlands kampioen. In 1986 werd Nelli Cooman in Nederland Sportvrouw van het jaar.

Hoe was het contact met de Nederlandse bond?

'Ik deed wat ze wilden dat ik deed. Het kostte te veel energie om met de bond bezig te zijn, ik moest me richten op mijn trainingen en wedstrijden. In Nederland was ik de eerste die fulltime met atletiek bezig was en de eerste met een shirtsponsor. Het is niet makkelijk om dat te doen als klein zwart vrouwtje. Hier wordt gedacht in hokjes en hiërarchie. Ze zeiden over mij: Nelli heeft niet gestudeerd, dus ze zal wel dom zijn.

'In Nederland waren geen collega's met wie ik hierover kon praten. Op toernooien moest je samen in de bus van het stadion naar het hotel. Ik zat een keer in de bus te wachten. Voorin zaten atleten die niet zagen dat ik er al was. Een atleet vroeg toen: 'Wat doen die Surinamers hier eigenlijk, ze horen niet voor Nederland te lopen als ze geen Nederlands paspoort hebben.'

'Ik ging veel om met Amerikaanse atleten. Eerst vroegen ze: 'Ben jij Nederlands?' Ze wisten niet dat hier donkere mensen woonden. Die Amerikanen hadden een eigen zwarte arts en een eigen fysio en een eigen kok. Ik had een ander contact met ze dan met mijn Nederlandse collega's. We trainden ook samen. Alleen Carl Lewis was niet zo geïntegreerd in dat wereldje, die had een blanke manager.'

(Tekst gaat verder onder foto).

Nederlands of Surinaams?

Nederlands
'Ik voel me overal thuis, maar ik wil altijd graag terug naar Nederland.'

Surinaams
'Tijdens al dat gedoe op de Olympische Spelen voelde ik dat ik een Surinamer was.'

Eten
'Zuurkoolstamppot op z'n Surinaams met zout vlees.'

Partner
'Ik viel altijd op blanke jongens.'

Mohammed cartoons
'Het is maar een tekening, alleen vind ik wel dat je mensen moet respecteren in hun geloof. Je moet niet provoceren.'

Archiefbeeld van Nelli Cooman. Beeld anp

Hoe was het om naar Nederland te komen?

'Toen ik 8 was verhuisden we van Suriname naar Rotterdam, de West- Kruiskade. Ik ben een echt mama's-kindje. De overgang was niet groot omdat ik mijn moeder erbij had. En mijn zusjes. Als mijn moeder er is, maakt voor mij de rest niet uit. Na een uur maakte ik al vriendjes, met wie ik nog steeds contact heb. In onze buurt woonden verschillende soorten mensen. Ook veel blanke mensen, we noemden ze oom en tante. Het leuke is dat hun kinderen nu gemixt zijn met Turken of Marokkanen of Surinamers of Kaapverdianen.

'Die mix vind ik leuk. Het was niet allemaal negatief. In de atletiek heeft het me sponsors gebracht die mijn kleur geweldig vonden. Door de tegenwerking was ik extra gemotiveerd. Het kwam ook van de andere kant. Surinamers zijn net krabben in een ton. Als er één omhoog kruipt, willen de anderen hem omlaag halen. Ik dacht dat ik support zou hebben van Surinamers. Nou, ammehoela.

'Op de Olympische Spelen van 1988 wilde de rest van de estafetteploeg op de 100 meter niet met me lopen. Ze vonden dat ik een diva was, ik mocht geen shirtsponsor hebben. Dat gezeur van die wijven, ik denk dat ze ongesteld waren. Martha Derby, met wie ik nu weer goed ben, koos de kant van de blanke atletes.

'De bond wilde mijn trainer niet accrediteren. Dat was hun manier om me te laten weten: opzouten, Cooman. Via de Surinaamse bond heb ik geregeld dat hij alsnog meekon naar het toernooi. Het was binnen één minuut rond. Daarom liep ik bij de openingsceremonie met een anisa, zo'n Surinaamse hoofddoek.'

Archiefbeeld van Nelli Cooman. Beeld anp

Op het laatste WK atletiek won Dafne Schippers goud op de 200 meter. Waarom werd zo benadrukt dat zij de enige blanke atlete was in de finale?

'Eigenlijk was het een beetje raar. Dat kind is gewoon wat ze is. Ik begrijp de trots van de Nederlanders, maar wij kijken veel te zwart-wit. Al die wetenschappelijke onderzoeken over verschillen tussen zwarte en witte atleten zijn leuk, maar je moet er gaan staan en het doen. Daar is niets wetenschappelijks aan. Mijn dochter zit op hockey. Dat zou ze dan niet kunnen omdat ze donker is? Ze is trouwens wel snel.'

In gesprek

Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Beste vriend) interviewt voor V bekende en minder bekende Nederlanders over de rol die hun afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met politicus Bram Moszkowicz (Limburgs en Joods) en cabaretier Johan Fretz (Surinaams).

Waarom stopte je met atletiek?

'Ik was verliefd en zag mijn man te weinig, ik keek in zijn mooie blauwe ogen en dacht: ik wil een kind van jou. Voor dat kind wilde ik zelf zorgen. Het duurde vijf jaar voor ik zwanger was. Pas toen ze naar de kleuterschool ging, ben ik weer aan het werk gegaan.

'Die medailles waren leuk, maar wat ik nu doe, geeft me meer voldoening. Ik ben ambassadeur voor een stichting die patiënten en gehandicapten weer aan het sporten krijgt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden