Mecenaat moet weer statussymbool worden

De regering-Rutte stuurt aan op een hernieuwde bloei van het kunstmecenaat. Nadat de financiering van kunst decennialang in handen was van overheid en (deels) bedrijfsleven, is het nu de beurt aan particuliere weldoeners. Niets nieuws onder de zon. Het mecenaat is zo oud als de kunsten zelf. In de Oudheid en Renaissance, maar ook in de late 19de eeuw speelden weldoeners en opdrachtgevers een centrale rol in het culturele leven. Ze golden als belangrijke financiers van de kunsten, en staken elkaar de loef af met omvangrijke opdrachten aan schilders, schrijvers en componisten. Door hun steun ontstond veel van ons belangrijkste culturele erfgoed.

Helleke van den Braber

De term 'mecenas' heeft dan ook een positieve bijklank. Wie geeft aan de cultuur is onbaatzuchtig en betrokken, en profileert zich als ervaren kunstkenner, met voldoende smaak en inzicht om uit al die armlastige kunstenaars precies de juiste keuze te maken. De geschiedenis leert immers dat weldoeners zich onsterfelijk kunnen maken door de goede (want later wereldberoemde) protegés aan zich te binden. Weldoeners zijn, zo weten we uit eerdere gouden tijden van het mecenaat, vooral uit op erkenning en prestige.


Wie aandringt op een vruchtbare 'geefcultuur' zal aspirant-mecenassen moeten aanspreken op hun passie en interesse. Weldoeners zijn bereid hun portemonnee te trekken voor kunst die hen persoonlijk raakt en waar ze de meerwaarde van inzien. De geschiedenis leert bovendien dat de succesvolle mecenas een persoonlijke en duurzame band onderhoudt met 'zijn' kunstenaars. Geen wonder dat moderne mecenassen er niet voor voelen mee te betalen aan de elektriciteitsrekening van de concertzaal, maar wél willen bijdragen aan de aanschaf van een peperduur, maar uniek muziekinstrument voor een getalenteerde jonge musicus.


En vlak ook de prestigefactor niet uit. De opdrachten die de familie De Medici in de Renaissance gaf, waren bedoeld als demonstratie van rijkdom en legitimering van machtsaanspraken. De rijke burgers die eind 19de eeuw het Rijksmuseum en het Paleis voor Volksvlijt lieten bouwen, deden dat als teken van hun culturele macht en als legitimatie van hun eigen, burgerlijke cultuur. Mecenaat heeft altijd gedraaid om het etaleren van gezag en status. Er is geen reden te veronderstellen dat een hedendaags mecenaat zich daaraan kan of wil onttrekken.


Dat blijkt bijvoorbeeld uit de Werdegang van Joop van den Ende, op dit moment de belangrijkste cultuurmecenas van ons land. Van den Ende steekt zijn activiteiten bepaald niet onder stoelen of banken. Via zijn site vandenendefoundation.nl worden zijn weldaden aan een groot publiek bekendgemaakt. In interviews is hij opmerkelijk open over zijn agenda, en benadrukt hij dat hij via zijn weldoenerschap erkenning nastreeft van wat hij de culturele elite noemt.


Toch zijn veel moderne mecenassen huiverig voor al te veel publiciteit, omdat zij kritiek en wantrouwen vrezen. Mecenassen worden al snel verdacht van bemoeizucht. Hun betrokkenheid bij een kunstenaar wordt vaak opgevat als een teveel aan inmenging in diens persoonlijke artistieke keuzes. Bovendien loopt de hedendaagse weldoener de kans beschuldigd te worden van pronkzucht, hoogmoed en arrogantie. Toen Joop van den Ende in 2001 zijn Foundation lanceerde, liet hij weten zijn geld te investeren vanuit een welgemeende behoefte armlastige kunstenaars te ondersteunen. Cynisme was zijn deel. In tal van commentaren werd zijn altruïsme in twijfel getrokken. Van den Ende zou vooral uit zijn op het 'kopen' van de erkenning die hem als producent van publieksmusicals was onthouden - wat hij later ook erkende.


Wie het mecenaat wil bevorderen, moet dus omstandigheden creëren waarin de mecenas optimaal in staat wordt gesteld eer voor en erkenning van zijn goede werken op te strijken. In Nederland ontbreekt de publieke erkenning dat grote weldoeners niet alleen de kunst en cultuur, maar ook de samenleving een belangrijke dienst bewijzen. Het weldoenerschap zou weer een statussymbool moeten worden, niet alleen een middel om binnen een vrij kleine artistieke kring toegang te krijgen tot culturele macht.


Helleke van den Braber

Helleke van den Braber is werkzaam bij Algemene Cultuurwetenschappen, Universiteit Nijmegen. Om het kunstmecenaat te bevorderen, moet de mecenas in staat worden gesteld eer en erkenning voor zijn goede werken te krijgen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden