Opinie

Meavita is niet het einde van megalomanie

Hoe komt het dat mensen als Huub Möllenkamp en Loek Hermans het met hun grootheidswaan zover wisten te schoppen en dat niemand hen tegen heeft durven houden?

Beeld anp

Van de vluchtelingen afgezien, stond het binnenlands nieuws deze weken in het teken van de ontsporing van het in pseudo-ondernemingen veranderde maatschappelijk middenveld, gesymboliseerd door Meavita en Rochdale en gepersonificeerd door Loek Hermans en Huub Möllenkamp.

Over de manier waarop Möllenkamp voor de rechtbank tot aan zijn in de Volkskrant uitvoerig geciteerde slotpleidooi blijk heeft gegeven van gebrek aan enig inzicht in wat hij veroorzaakt heeft, en zich zonder zich om zijn slachtoffers te bekommeren wentelde in zelfbeklag, is door anderen al voldoende gezegd; ik zal dat hier niet herhalen.

Belangrijker is de vraag, hoe het komt dat zulke mensen het met hun, zich ook tot hun eigen persoonlijke levenssfeer uitstrekkende, grootheidswaan zover wisten te schoppen en dat niemand hen tegen heeft durven of willen houden. En de vraag of dat in de toekomst anders zal zijn.

Hoe laten de schandalen in de semipublieke sector zich verklaren?

De schandalen bij semipublieke organisaties als Rochdale, Meavita en NS zijn eenvoudig te doorgronden: er zaten megalomane managers achter en falende toezichthouders met te veel bijbanen. Of is er toch meer aan de hand?

Managementdenken

Dat brengt ons bij de toezichthouders - bij mensen als Loek Hermans. Het probleem met hem en de zijnen was niet dat hij er een aantal bijbanen op nahield. Het Senatorenschap is tenslotte maar voor één dag in de week, dus dat biedt op zich best ruimte. Het gevaar van belangenverstrengeling laat ik hier even terzijde, dat kan eigenlijk alleen maar opgelost worden door de Eerste Kamer op te waarderen tot een voltijdsparlement.

Het probleem was, dat Hermans - overigens zeker niet als enige - er veel teveel van dat soort bijbanen op nahield. Dat betekent ofwel dat ze te slecht betaald worden, zodat Hermans er een dozijn van nodig had om de huur op te kunnen brengen, ofwel dat hij zichzelf schromelijk overschatte.

Vermoedelijk toch meer dat laatste, mede gebaseerd op het steeds wijder verbreide misverstand dat je besturen kunt zonder inhoudelijk verstand van zaken. De opmars van dit managementdenken vanuit de wereld van het zakenleven betekent dat steeds vaker over de hoofden van de deskundigen - de professionals die het echte werk in zorg en onderwijs verrichten - heen beslissingen worden genomen op basis van abstracte bestuursmodellen, waarbij van een grote mate van uitwisselbaarheid wordt uitgegaan.

Dat valt weer niet los te zien van de vele wisselingen van baan en branche waarin de bestuurder in het kader van zijn carrière werkzaam is. Niet meer opgeklommen in de eigen organisatie, komt hij van buiten, en vertrekt na een paar jaar weer naar elders, om daar een nog grotere slag te slaan. Of zo'n CEO nu kinderen, koeien of knopen aanstuurt: dat maakt voor het op de Business-school aangeleerde winst-, groei - en bedrijfsmodel niets uit.

Hermans en Meavita: hij had niet alleen de ballen verstand van gezondheidszorg, hij beschikte - gezien de aard van de ontsporing - niet eens over de noodzakelijke dosis gezond boerenverstand. Want de crux bij de catastrofe had iedereen kunnen verzinnen: dat er geen landelijke markt voor thuiszorg bestaat. Dat is een bij uitstek regionale markt, omdat een alfahulp die in Leiden woont echt niet twee cliënten in Groningen onder haar hoede nemen zal. Dat maakt een fusie tussen thuiszorginstellingen in beide steden onzinnig. Dat had dus ook Hermans moeten zien.

Loek Hermans Beeld anp

Slinkse wegen

Dat was immers de taak van de toezichthouders, en zou nog speciaal het nut van inhoudelijke buitenstaanders daarbinnen kunnen zijn: om tegenwicht te bieden aan de waan van de dag, die hier - maar niet alleen hier - vooral uit grootheidswaan heeft bestaan. Daarin heeft Hermans gefaald.

Hoe dat komt? Omdat hij ook zelf - via het oldboys-network aangezocht, en dus te dicht staand op degenen die hij controleren moest - teveel opgesloten zat in de modieuze bubble van 'markt', 'groei' en 'internationale concurrentie' die juist aan die megalomanie ten grondslag lag en nu ook de Munt de das om heeft gedaan. Hij was geen tegendenker, wat hij uit hoofde van zijn controlefunctie had moeten zijn, hij boog steeds juichend mee.

De grote makke, die aan alle soortgelijke ellende in de hoek van zorg, onderwijs en woningbouw ten grondslag ligt, is dat het hier geen echte bedrijven zijn die op een echte markt opereren. Als ze dreigen om te vallen, worden ze - als onmisbare collectieve voorzieningen - toch door de staat gered. En de bestuurders hoeven in feite aan niemand verantwoording af te leggen. De rol van de aandeelhouders zou vervuld kunnen worden door de echte belanghebbenden, de artsen of docenten. Maar die staan zonder enige echte inspraak buiten spel. En dus gaat het onverminderd door.

Een schoolvoorbeeld vormt de Universiteit van Amsterdam, waarvan het college van bestuur na de jongste Maagdenhuisbezetting nog zoveel beterschap had beloofd. Daarvan is geen sprake. Voor onderwijs is nauwelijks geld, zoals uit de vele goedkope flexcontracten blijkt waaraan - zie de Volkskrant van 12 november - langs slinkse wegen wordt vastgehouden.

Maar tegelijk dreigen de honderden miljoenen verslindende verhuisplannen voor de Letterenfaculteit, waar niemand van de wetenschappelijke staf ooit in is gekend, er dezer dagen gewoon ongeacht alle gegronde bezwaren stug doorheen te worden gejast, omdat een megalomaan glimmend gebouw als vertoon van daadkracht zo goed staat op het eigen bestuurders-cv.

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden