Me, Myself and Marlene

Hoe tik je een Marlene Dumas op de kop? Waar hang je zo'n doek? En steek je dan nog wel een sigaret op? V sprak met verzamelaars die hun 'Dumas' afstaan voor haar grote retrospectief in het Stedelijk.

'Jesus serene' op de overzichtstentoonstelling van Marlene Dumas in het Stedelijk museum te Amsterdam. Loopt van 6 september 2014 tot 5 januari 2015. Foto -

In huizen van verschillende kunstverzamelaars gaapt het komend jaar een lege plek aan de wand. Want voor de grote solotentoonstelling van Marlene Dumas in het Stedelijk Museum in Amsterdam, de eerste in Nederland in twintig jaar, met bijna tweehonderd werken, komen de bruiklenen van heinde en verre. Uit depots en opslagbunkers, maar ook uit huiskamers, slaapkamers en werkkamers. Naast 27 musea gaven 36 particuliere verzamelaars hun Dumas in bruikleen.

Verzamelaars houden van alle kunstdisciplines het meest van schilderkunst. In die twintig jaar bleek Marlene Dumas de koploper van een groepje dat, tegen de hausse van video- en installatiekunst in, 'koppig is blijven schilderen', zoals de Belgische verzamelaar Dirk Schutyser zegt. Schilders als Dumas redden dus niet alleen hun eigen metier, ze redden ook de kunstmarkt, die nu weer volop floreert. In die twintig jaar stegen de prijzen tot astronomische hoogten. Een schilderij van Marlene Dumas uit midden jaren negentig brengt momenteel op een veiling miljoenen op.

Hoe is dat, een Dumas in huis? De waarde maakt dat bruikleengevers terughoudend zijn, maar niet alleen daarom: het gaat om het werk, om de kunstenaar die zij zo bewonderen, niet om hen. Bij uitzondering werden vijf verzamelaars(paren) bereid gevonden om hun 'Marlene' thuis te laten bekijken.

The Image as Burden, solo Marlene Dumas, 6/9 t/m 4/1, Stedelijk Museum Amsterdam. Daarna Tate Modern, ­Londen en Fondation Beyeler, Basel.
stedelijk.nl

Reserveruitjes

De aquarellenserie Jesus Serene (1994) is ingewikkeld bezit. Marlene Dumas ziet haar aquarellen graag los aan de muur geprikt, maar verzamelaars Henk en ­Victoria de Heus-Zomer kozen na overleg met haar voor 21 minimale lijsten en UV-werend glas. ‘Het zit in een pakket met twee reserveruitjes erbij, zodat er geen kleurverschil kan ontstaan als er ooit een breekt’, leggen ze uit. Het geheel staat opgeslagen in de kluis voor werken op papier en hangt, als het niet in bruikleen of op reis is, één keer per jaar rond Pasen voor maximaal drie maanden in de hal – in ‘diffuus noorderlicht’. In Amsterdam hangen 12 van de 21 exemplaren.

Henk en Victoria de Heus-Zomer en Jesus Serene en Naomi

Henk en Victoria de Heus-Zomer (1942 en 1944), eigenaars van veevoederbedrijf ­Koninklijke De Heus Voeders, verzamelen kunst sinds 1989. In 2013 en 2014 lieten ze voor het eerst grote delen uit hun collectie zien in drie Nederlandse musea: het Singer ­Museum, Museum Belvédère en Museum Boijmans Van Beuningen.
Bruiklenen: Jesus Serene (1994) en
Naomi (1995)

Naomi is bij uitzondering even thuis. Ze hangt op een rek in een volledig geklimatiseerde kluis, in het gezelschap van Toon Verhoef, Neo Rauch, een vroege Constant, nog een Dumas. Henk de Heus haalt haar zelf op, van achter een deur van 30 centimeter dik, om voor de foto even in de woonkamer te hangen.

Het echtpaar De Heus-Zomer - '48 jaar getrouwd waarvan 25 jaar verzamelend' - ontvangt thuis in Barneveld met versnaperingen, sigaretten en verhalen, net zoals ze de door hen aangekochte kunstenaars vaak onthalen. Marlene Dumas was er meermalen, 'echt een ménsen-mens, en zo ben ik ook', zegt Victoria de Heus-Zomer.

De twee werken van 'Marleen' die nu naar Amsterdam, Londen en Basel vertrekken, zijn nauw met elkaar verbonden. Dat zat zo: in 1994 kocht het paar de serie Jesus Serene, 21 maal het gezicht van Christus, gemodelleerd naar oude kunstwerken en hedendaagse foto's. Hun eerste Dumas, maar ook hun eerste serie, hun eerste werken op papier. Kapot waren ze ervan. Henk: 'Het raakte ons geloofsleven, de twijfels die wij als gereformeerden in de jaren zeventig en tachtig hadden gehad over wie Christus nu eigenlijk was.' Victoria: 'Ik zie er alle versies van de ­Jezusfiguur in. Een Grieks-orthodoxe, een katholiek-lijdende, ook een beetje een boze Jezus.' Er is niet één gezicht of één Christus, vertelt ze haar kleinkinderen weleens als de serie rond Pasen in de ruim bemeten hal hangt, want: 'Jezus zit in wat jij zelf doet.'

Enfin, ze kochten de serie nadat ze er afbeeldingen van op een affiche hadden zien staan, heel ongebruikelijk voor hen. Vervolgens bezochten ze in Turijn een Dumas-expositie - eens kijken hoe hun aanschaf er in het echt uitzag. Nog mooier dan ze dachten. En toen hing daar ook, hoog boven een deur, de 'Naomi'. Victoria's stem schiet omhoog: 'We wisten niet wat we zagen. Die blik, dat hautaine...' Soms bekijkt ze het schilderij met een hand voor haar blikveld, per onderdeel. Dan klopt er niets van: scheve ogen, wanstaltig opgeblazen lippen. Maar samen klopt die hooghartige uitstraling. Victoria: 'Ik wist niet wie Naomi Campbell was, ik koop nooit modebladen, ben ook helemaal niet merkbewust. Nee, ik dacht aan de bijbelse Naomi, die haar land en haar volk en ook haar God verliet omdat ze geen honger wilde lijden.' Een interpretatie die de ook zo bijbelvaste Marlene Dumas weleens van haar heeft geleend.
Bij de eerste Dumas hadden ze hun adviseur Deborah Wolf nog geconsulteerd, die hen als beginnende verzamelaars wegwijs maakte.

'Moet je doen, dat wordt een hele grote', had zij gezegd. Nu beslisten ze ter plekke, eensgezind als altijd. Henk: 'We zijn de straat op gegaan, als de mieter op zoek naar een telefooncel. Met onze laatste muntjes galerie Paul Andriessen gebeld, of het nog te koop was. En dat was het.'

De kunst moet gezien, beleefd en besproken worden. Om de drie maanden wisselt de opstelling in het hele huis. Ze haalt de witte handschoentjes tevoorschijn en daar komt Naomi; een vroege 'lachende Chinees' van Yue Minjun moet ervoor plaatsmaken. Ladder erbij, Henk erop en eraf, Victoria geeft aan. Voorzichtig, maar ook weer niet té. 'Wij leven met die werken', zegt Henk de Heus, 'bij mooi weer staan de deuren open. En wij zitten hier lekker te roken, hoor.'

Victoria de Heus-Zomer, Henk de Heus en Naomi. Victoria: 'We wisten niet wat we zagen. Die blik, dat hautaine...' Foto Judith Jockel

'Die blik, dat hautaine...'

Enfin, ze kochten de serie nadat ze er afbeeldingen van op een affiche hadden zien staan, heel ongebruikelijk voor hen. Vervolgens bezochten ze in Turijn een Dumas-expositie - eens kijken hoe hun aanschaf er in het echt uitzag. Nog mooier dan ze dachten. En toen hing daar ook, hoog boven een deur, de 'Naomi'. Victoria's stem schiet omhoog: 'We wisten niet wat we zagen. Die blik, dat hautaine...' Soms bekijkt ze het schilderij met een hand voor haar blikveld, per onderdeel. Dan klopt er niets van: scheve ogen, wanstaltig opgeblazen lippen. Maar samen klopt die hooghartige uitstraling. Victoria: 'Ik wist niet wie Naomi Campbell was, ik koop nooit modebladen, ben ook helemaal niet merkbewust. Nee, ik dacht aan de bijbelse Naomi, die haar land en haar volk en ook haar God verliet omdat ze geen honger wilde lijden.' Een interpretatie die de ook zo bijbelvaste Marlene Dumas weleens van haar heeft geleend.
Bij de eerste Dumas hadden ze hun adviseur Deborah Wolf nog geconsulteerd, die hen als beginnende verzamelaars wegwijs maakte.

'Moet je doen, dat wordt een hele grote', had zij gezegd. Nu beslisten ze ter plekke, eensgezind als altijd. Henk: 'We zijn de straat op gegaan, als de mieter op zoek naar een telefooncel. Met onze laatste muntjes galerie Paul Andriessen gebeld, of het nog te koop was. En dat was het.'

De kunst moet gezien, beleefd en besproken worden. Om de drie maanden wisselt de opstelling in het hele huis. Ze haalt de witte handschoentjes tevoorschijn en daar komt Naomi; een vroege 'lachende Chinees' van Yue Minjun moet ervoor plaatsmaken. Ladder erbij, Henk erop en eraf, Victoria geeft aan. Voorzichtig, maar ook weer niet té. 'Wij leven met die werken', zegt Henk de Heus, 'bij mooi weer staan de deuren open. En wij zitten hier lekker te roken, hoor.'

Ondernemer Rattan Chadha en Sad Romy

Ondernemer Rattan Chadha (Delhi, 1949) richtte in 1986 het kledingbedrijf Mexx op, dat hij in 2001 voor honderden miljoenen euro verkocht. Recentelijk begon hij de internationale hotelketen CitizenM. Chadha bezit de kunstruimte KRC Collection in Voor­schoten. Hij bezit huizen in Engeland, ­Frankrijk, India en Nederland. Bruikleen: Sad Romy (2008)

Telefonisch vanuit Frankrijk: 'Ik had al een kleiner werk van Marlene Dumas uit de portrettenserie over Bin Laden. We - mijn fulltime curator Liesbeth Willems en ik - zochten echter al langer een major work. Marlene Dumas ziet haar werk liever naar musea gaan. Toen ze begreep dat ik een serieuze verzamelaar ben, was ze bereid me iets te verkopen. Ik kon in 2008 iets komen uitzoeken bij galerie Zeno X in Antwerpen.

'Het was de ongelooflijke tristesse in het schilderij die me diep raakte. Ik wist eerst ­helemaal niet dat het over Romy Schneider (Frans-Duitse actrice, 1938-1982, red.) ging en dat doet er ook niet toe. De triestheid van een getormenteerd bestaan, van Romy of van elke andere persoon, die zien we hier.

'Maar - I'm a positive guy. Daarom heb ik het schilderij in de woonkamer van mijn huis in Londen opgehangen naast The ­Garden of Earthly Delights van Raqib Shaw. Heel kleurrijk, heel seksueel, echt a celebration. Aan de andere kant hangt een Picabia. Met die Marlene Dumas daartussen is het voor mij compleet, alles wat we in het leven tegenkomen: optimisme, verdriet, humor.

'Nu het werk weer voor lang in bruikleen gaat, zal ik het echt missen. Als ik in Londen ben ga ik eens rustig tegenover die lege muur zitten met mijn iPad op schoot en kijken wat uit mijn collectie van zo'n vierduizend stuks daar zou werken. En na afloop hang ik het weer terug, definitely.

Rattan Chadha over Sad Romy: 'Het was de ongelooflijke tristesse in het schilderij die me diep raakte.' Foto Judith Jockel

'Toen ik dit kocht was ze al wereldberoemd. Dat maakt het duur, ja, en dat is ingewikkeld - je moet jezelf veel meer vragen stellen. Als ik zo veel geld ga betalen, weet ik dan zeker dat ik het zo mooi vind? Dat ik er echt verliefd op ben? Dat het in mijn collectie past? Wat ik heb betaald? Dat herinner ik me niet, maar best veel geld, haha.

'Kort na de aankoop werd ik bij haar thuis uitgenodigd, we hebben koffie gedronken en gegeten. We konden het heel goed met elkaar vinden. Mijn God, wat een ongelooflijke vrouw. Ze liet me zien hoe ze werkt. Duizenden, nee honderdduizenden foto's heeft ze bewaard sinds de jaren tachtig. Advertenties, polaroids, krantenfoto's, allemaal heel goed onderzocht en gedocumenteerd. Ze vertelde me dat ze onze Mexx-advertenties uit de jaren tachtig nog had. Die bewaarde ze als inspiratiebron! Fantastisch.

'We hadden het vooral over hoe ze werkt, hoe ze het uitzoekt, hoe ze soms stukken wegscheurt en schildert. Er stonden daar een paar heel mooie werken maar ze zei: nee hoor, die zijn verschrikkelijk, niemand houdt er van, ik maak ze kapot. Ik zag daar voor miljoenen euro's verscheurd worden.

'Ik zou zeker meer werk van haar willen hebben.Die serie voor de Manifesta, met grote Russische homoseksuele kunstenaars, als daarvan iets op de markt komt, koop ik het meteen.

'Ik heb plannen voor een museum in ­Amsterdam. Ik wil een leuk, interactief museum voor de jeugd. Een 20-jarige die nu een museum in loopt wordt helemaal niet aangesproken, die begrijpt er niets van. Het werk van Marlene Dumas zou ik daar niet ophangen. Dat is als eindproduct denk ik te ingewikkeld. Daarvoor moet je geleefd hebben. Maar als ik haar onderzoek, haar achtergrond en haar werkwijze er op de één of andere manier zou kunnen laten zien - dan wel.'

De Gentse advocaat Dirk Schutyser en Liberty

De Gentse advocaat Dirk Schutyser was van 1994 tot 2008 voorzitter van de Vereniging van Vrienden van het Stedelijk Museum voor Aktuele Kunst (S.M.A.K.) in Gent en wordt wel 'de man achter Jan Hoet' genoemd. Hij verzamelt kunst sinds zijn 18de.
Bruikleen: Liberty (1993)

Dat de woning van de Schutysers niet als een typisch vol verzamelaarshuis oogt, ligt aan het 'hang'-principe van Dirk Schutyser: 'Eén wand, één werk.'

Tegen elke wand hangt een kunstwerk met museale allure. Een beeld van Thomas Schütte, een schilderij van Johannes Kahrs en een met kunstboeken gevulde kast. Feilloos trekt Dirk Schutyser - kunstverslaafd sinds zijn 12de, toen vader hem op een trip naar ­Parijs elke dag bij een ander museum afzette - de juiste catalogi tevoorschijn. 'Ah, kijk, een tekening van een potplant uit 1971; da's misschien wel mijn lievelingswerk van Dumas'.

Het meisje met de vuile handen, Liberty, hangt altijd in het zicht - als ze niet in bruikleen is, want het is een geliefd werk. 'Ik wil er graag elke dag oogcontact mee kunnen hebben', zegt Schutyser. Nu hangt het nog thuis bij het raam, straks is het voor bijna een jaar op reis. 'Ik ga dat zeker missen.' Hij buigt zich naar het werk. 'Zo kwetsbaar, die handjes... En dat randje onbewerkte doek aan de zijkant, zó mooi.' De band met een kunstwerk, zeker na dik twintig jaar, omschrijft hij 'zoals de band met een kind. Dat kan ook wel eens lastig zijn, maar je bouwt er iets mee op. Ik hoop nooit iets te hoeven verkopen.'

'Ik koop van vrijwel elke kunstenaar drie werken, zodat ik ze later als drie pakketjes aan onze kinderen kan geven', zegt ­Schutyser. Deze eerste aankoop van een ­Dumas was het resultaat van een lange zoektocht. Juist begin jaren negentig steeg de waarde van Dumas' werk behoorlijk en galeristen wachtten soms met verkopen. ­Marlene Dumas zelf zag haar werk juist graag in musea en dat was begrijpelijk, vindt Schutyser: 'Ik denk niet dat er een kunstenaar is die zijn werk voor de beslotenheid van een gezinswoning maakt, eigenlijk.'

Toch kon hij in 1993, op een dinsdag, twee dagen voor opening bij galerie Zeno X in Antwerpen naar de expositie Give the people what they want komen kijken. Hij herinnert het zich goed: het was meteen raak.
'Binnenkomen, zien, beslissen.' Hij betaalde er 130.000 Belgische frank voor, zo'n 3.250 euro. De waarde nu? 'Niet te ver­zekeren.'
Dirk Schutyser noemt zich een 'modale verzamelaar', met zo'n 125 werken.

Dirk Schutyser en Liberty. 'Ik wil er graag elke dag oogcontact mee kunnen hebben.' Foto Judith Jockel

Kwetsbaarheid

De kenmerken van die verzameling zitten eigenlijk allemaal in Liberty vervat. Hij zegt: 'De persoonlijkheid van de kunstenaar speelt voor mij altijd mee: dat hele kwestbare van ­Marlene zit in haar werk én in haar zelf. ­Altijd weer die twijfel, hoe gevierd ze ook is. Dat zie ik erin terug.'
'Ik houd ook van generatiegenoten, zo geboren midden jaren vijftig - hun problematiek is de mijne. Dat is natuurlijk, hè.' En van die generatie dan vooral degenen die 'koppig zijn blijven schilderen', ook al was dat een hele tijd not done.

Figuratieve schilderkunst is het veelal. En de mens in verdrukking, dat spreekt hem als advocaat ook aan. De mens die niet mondig is, die zichzelf niet kan verdedigen. Destijds hingen er nog twee meisjesportretten naast zijn Liberty, namelijk Justice en Equality. Beroepshalve had hij misschien Justice moeten kiezen, maar hij viel voor het meisje dat ­Vrijheid heet.

En kijk, in 1998 en in 2001 stond juist háár beeltenis centraal in de grote wandkleden The Benefit of the Doubt van Marlene Dumas die in het Paleis voor Justitie in Den Bosch en in het Constitutioneel Gerechtshof in ­Johannesburg geïnstalleerd werden. ­
Toch gerechtigheid.

36 particulieren

op de tentoonstelling The image as Burden van Marlene Dumas hangen bijna tweehonderd werken. Dumas ziet haar werk het liefst in museale collecties; toch zijn 36 van de 63 bruikleengevers particulier. ‘Een mooie betrokkenheid’, volgens het Stedelijk Museum in Amsterdam. De bruiklenen komen uit ­Nederland, België, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Zwitserland en de VS.

Alied Ottevanger en Tederheid en die derde persoon

Alied Ottevanger (1955) is conservator toegepaste kunst en vormgeving bij het ­Centraal Museum in Utrecht, Arjen Kok (1957) is senior onderzoeker bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Tijdens hun studie kunstgeschiedenis richtte het stel het nog steeds bestaande kunstblad Metropolis M op. Ze verzamelen sinds 1981.
Bruikleen: Tederheid en die derde persoon (1979/1981)

Als in het museumdepot het bubbeltjesplastic van het grote werk wordt gehaald, breekt het gezicht van Alied Ottevanger open in een lach die niet meer weggaat. Vijftien jaar geleden gaven Arjen Kok en zij dit werk aan het Centraal Museum in bruikleen en nu ziet ze het voor het eerst terug. Haar ogen lichten op; een dierbare vriend is plotseling opgedoken.
Arjen: 'Alied schreef als eerste uitgebreid over Marlene Dumas, die een sleutelfiguur in een nieuwe generatie schilders was. Op basis van gesprekken met de kunstenaar zelf, dat was destijds heel ongewoon.' In 1981 zagen ze in Museum Fodor dit werk, dat uit drie losse onderdelen bestaat: drie filmstills uit tijdschriften, een grote frottage op ragdun rijstpapier en een handgeschreven titelkaartje. Alied: 'We waren er meteen weg van. Raadselachtig, maar ook zo open, door die drie delen.

Niet zo dwingend, zoals collages soms kunnen zijn.' Arjen: 'Wat mij aansprak is die wonderlijke mengeling van het conceptuele en het tactiele. Marlene is er hands-on mee bezig, het is aangeraakt, en dat voel je hier heel goed.'

Maar het kostte meer dan 1.000 gulden, en dat was toen de absolute grens.

Alied Ottevanger en Tederheid en die derde persoon. 'Niet zo dwingend, zoals collages soms kunnen zijn.' Foto Judith Jockel

Arjen: 'Toen belde twee jaar later, heel sympathiek, galerist Paul Andriessen ons op, die dit onthouden had. Het werk kwam weer beschikbaar. Het koste toen 1.500 gulden, precies het bedrag dat ik net daarvoor uit een erfenis van mijn oma had gekregen. We hebben het meteen hieraan uitgegeven.'

Het stel woonde destijds in de Bijlmer, 'mooie flats hoor'. Marlene Dumas kwam kijken, het werk moest los op de wand geprikt worden. Maar als de balkondeuren open stonden, hing het in de luchtstroom te wapperen. Er werd toch besloten het zelf in te lijsten - met advies van Dumas' docent Jan Dibbets. 'Zonlicht is altijd slecht', leest Alied voor uit oude aantekeningen, 'papier bestellen als 'achtergrondpapier' bij CapiLux aan de Basisweg in Amsterdam'. Na een verhuizing stond het een tijdje op de redactie van Metropolis M, daarna hing het vanaf 1986 in hun huis in Den Haag.

'Wij kopen wel eens wat, maar we zijn geen verzamelaars', zeggen ze beiden. Toch hangen en staan er nu dertig, veertig, waarschijnlijk wel meer werken van bekende en onbekende kunstenaars in huis aan alle wanden, op de schouwen, in de gang, langs de trap. Daartussen ook speelgoed, mooie kaarten, foto's, bloemen - het is zeker geen museum. Arjen: 'Het kopen was zeker in het begin een manier om ons te verbinden aan een generatie waarmee we ons verwant voelden.' Alied: 'En provocatief was het ook wel: het was de tijd van 'problem-solving art' en wij kochten... dít. We kochten ook figuratieve dingen en daar werden we echt wel eens om aangevallen.'

Het is geen verzameling, het is 'ons leven', zegt Arjen Kok. 'Je koopt iets waar je gelukkig van wordt, en dat moment blijft bij dat werk horen.'
Tederheid en die derde persoon werd steeds vaker uitgeleend, Marlene Dumas' ster steeg. Dat kwetsbare werk, hoe konden ze daar zorg voor dragen? Vijftien jaar geleden ging het naar het Centraal Museum. Dat was, zeggen ze eensgezind - en de spijt klinkt er toch doorheen - een verstandig besluit.

Mimi Dusselier en The Image as Burden

Onderneemster Mimi Dusselier runt met haar broer het familiebedrijf Bonnetterie Dusselier NV, import van textiel, in het Vlaamse Meulebeke. Zij verzamelt kunst 'zodanig lang dat u dat niet moet opschrijven'. Sinds tien jaar doet zij dat samen met haar partner, verzamelaar Bernard Soens.

Bruikleen: The Image as Burden (1993)

Er was aarzeling. Mimi Dusselier treedt niet graag op de voorgrond. Ze leent de werken uit haar ongelooflijke collectie grif uit, maar verlangt bijvoorbeeld geen eigen 'plaats', geen museum, zoals momenteel zo gewild onder verzamelaars in België. Over dit werk van Marlene Dumas wil ze bij uitzondering wel praten, 'omdat daar voor mij een mooie geschiedenis aan vastzit'.

Mimi Dusselier: 'In België was het werk van Marlene Dumas denk ik nog nooit getoond toen ik het in 1992 voor het eerst zag in het Van Abbemuseum in Eindhoven en bij galerie Isabella Kacprzak in Keulen. Dat was in de tijd dat het allemaal nog langzaam ging. Niet zo van rush, fwiet...' (wappert met haar handen) '... nieuwe naam, al verkocht. Het was gemakkelijker.

'Ik had Dumas daar gezien en ik was overtuigd. Kort daarop kondigde een galerie in België een tentoonstelling met haar aan en ik zei tegen de galerist: ik ga dat bij u kopen. Ik was een zekere klant.

'Op het moment van de opening, maart 1993, lig ik in het ziekenhuis in Gent, herstellend van een niertransplantatie. Maar allez, tijdens de opening van Marlene Dumas, dat kan toch niet!

'In die tijd gingen die transplantaties nog niet zo vlot als nu hè. Ik mocht eigenlijk geen bezoek hebben. Iedereen moest binnenkomen met maskers op, van tevoren handen wassen, geen bloemen mee naar binnen, geen geschenken. En toen, vlak voor de tentoonstelling, is galerist Frank Demaegd naar mij toe gekomen met drie werken. Drie echte schilderijen.
'Hij heeft ze op de tafel bij mijn bed gezet waar normaal de medicatie stond. Ik lag nog aan de slangen en zo, maar ik kon al wel weer spreken.
'Ik zeg altijd: had ik daar op dat moment niet gelegen, had ik zeker meer gekocht of misschien een groter werk want ik was zo... zó vast van zin om dat te kopen. Maar ik koos daar voor dat beeld van die vrouw die ligt, met een gevoel van... aaaach' (zware zucht).


Mimi Dusselier en The Image as Burden. 'Voor mij was en is er zeer veel emotie in dat werk.' Foto Judith Jockel

'Het is een man die een vrouw in zijn handen heeft. Maar het is vooral: totaal afhankelijk zijn, afhangen van anderen. Op dat moment had ik dát gevoel. Ik kon niet opstaan, het paste heel goed bij mij. Voor mij was en is er zeer veel emotie in dat werk.

'Werken van Marlene Dumas zijn altijd zo innerlijk. Het gaat niet om het beeld, maar om het innerlijk dat er uitkomt. Het is zeer, zeer sterk. Dat sterke zit ook in dat zwart-wit, en dan een klein beetje kleur. Ik heb het vanochtend nog goed gezien, toen ze het kwamen halen voor transport naar het Stedelijk, het lag hier op tafel voor het conditie-rapport. Een heel raar beetje blauw in het gezicht, dat is het. Haar werken zijn nooit aantrekkelijk, maar het trekt u toch aan.

'Ik heb Marlene Dumas pas later ontmoet. Ah, jíj bent het die dat gekocht heeft in de kliniek, zei ze. Dat er iets nog voor de opening verkocht was, dat was destijds ongewoon.

'Ik kan die situatie nu moeilijk loskoppelen van dat werk. Ik zie altijd mijn ziekbed voor me. Maar ik zie het wel graag hoor, ik ben tenslotte goed uit die operatie gekomen, ik leef er nog steeds mee. Ik ben ook nog altijd blij met het schilderij gebleven, het is uiteindelijk allemaal plus geweest. Het werk hangt nu bij mij op de slaapkamer.

'Het Stedelijk Museum heeft me in een heel vroeg stadium benaderd voor de bruikleen. Het draagt de titel van de tentoonstelling: The Image as Burden. Ik was vereerd. Het zegt me dat ik een goed werk heb gekozen, in die toestand nog wel.'

The Image as Burden, solo Marlene Dumas, 6/9 t/m 4/1, Stedelijk Museum Amsterdam. Daarna Tate Modern, ­Londen en Fondation Beyeler, Basel.
stedelijk.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.