nieuws

Mbo’s gaan ook na corona verder met online onderwijs, tegen de wil van de Kamer

Minstens vijf mbo-instellingen hebben besloten vanaf het nieuwe schooljaar een deel van hun onderwijs permanent online te geven. Die keuze gaat in tegen een motie die de Tweede Kamer onlangs aannam, en stuit op onbegrip bij sommige docenten.

Online-les op het Jan van Brabant College in Helmond. Een aantal mbo's wil het onderwijs deels online blijven geven.  Beeld ANP
Online-les op het Jan van Brabant College in Helmond. Een aantal mbo's wil het onderwijs deels online blijven geven.Beeld ANP

De Kamer stelde onlangs nog dat onderwijs alleen ‘onder dwingende omstandigheden en bij hoge uitzondering’ online zou mogen plaatsvinden. Dit naar aanleiding van het besluit van mbo-instelling Albeda (Rijnmond) om ook na de coronacrisis gedeeltelijk online onderwijs te geven.

Bij navraag van de Volkskrant blijkt dat het Albeda (21.000 studenten) vasthoudt aan dat idee. Daarin staat het niet alleen, want ook het MBO Utrecht (5.000), het Graafschap College (Doetinchem, 9.000), het ROC A12 (Ede, 6.000) en het Deltion College (Zwolle, 19.000) beginnen het nieuwe onderwijsjaar met vakken die geheel of gedeeltelijk online worden gegeven.

Tijdens de coronacrisis zagen mbo’s zich net als alle onderwijsinstellingen genoodzaakt hun lessen grotendeels online te geven. Daarover ontstonden zorgen bij onder meer de Onderwijsraad en de Sociaal-Economische Raad (SER). Zo zou het schadelijk zijn voor het mentale welzijn en leiden tot onderwijsachterstanden.

Hybride onderwijs

Maar volgens de mbo-besturen heeft de pandemie bewezen dat online lesgeven ook grote voordelen heeft. Zo sluit een combinatie van online en offline les (‘hybride’ onderwijs) volgens de onderwijsinstellingen aan bij de flexibiliteit waarom de arbeidsmarkt vraagt en blijft er zo meer tijd over voor les in kleine groepjes op locatie.

Hoeveel lessen online worden gegeven, verschilt per mbo en per opleiding. Bij het ROC A12 krijgen studenten op mbo-niveau vier dit schooljaar gemiddeld één dag per week online les. Daarna kan dat oplopen naar 40 procent online onderwijs voor mbo-niveaus drie en vier.

Alle scholen beklemtonen dat de kern van mbo fysiek onderwijs blijft, maar stellen dat sommige vakken, zoals Nederlands en Engels, geschikt zijn om (gedeeltelijk) online aan te bieden. ‘Iedereen die zegt dat digitalisering geen belangrijke rol gaat spelen in het toekomstige onderwijs, heeft niet goed opgelet’, vindt Ron Kooren, collegevoorzitter van het Albeda.

Bang om op Instagram te belanden

De plannen leiden tot onbegrip bij docenten. ‘Ik vind dat het onderwijs mensenwerk is’, zegt docent Engels en burgerschap Patrick Woudstra van het Graafschap College in Doetinchem. Zijn studenten krijgen vanaf september tweederde van de lessen burgerschap, Engels, Nederlands en rekenen online. ‘Ik zie in het klaslokaal aan de lichaamstaal wie het snapt en wie niet op zit te letten. Met dertig man online is dat onmogelijk’.

Woudstra voorziet problemen, want een vak als burgerschap leent zich niet voor een online omgeving, vindt hij. ‘Als je een discussie wilt, over bijvoorbeeld de situatie in Afghanistan of discriminatie, moet je dat in een veilige omgeving kunnen doen. Online lukt dat niet, want studenten zijn bang opgenomen te worden en op Instagram te belanden.’

Lerarenvakbond AOb vreest voor de autonomie van docenten. ‘Het kan niet zo zijn dat er vanuit het bestuur een percentage online onderwijs wordt opgelegd’, zegt AOb-bestuurder Henrik de Moel. ‘Op het mbo is de afspraak dat het onderwijsteam besluit hoe een vak wordt vormgegeven’. Alle mbo-besturen zeggen dat te respecteren. ‘We stellen geen harde maxima of minima aan het aantal lessen dat online plaatsvindt’, zegt bestuursvoorzitter Joany Krijt (MBO Utrecht).

Studenten zijn verdeeld over online onderwijs. Uit een recente enquête van Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (onder 452 mbo-studenten) blijkt dat meer dan 60 procent ook de niet-praktijkvakken ‘vooral of helemaal fysiek’ wil volgen. ‘Maar het is superouderwets om naar school te gaan om de hele dag achter een tafel te zitten luisteren, bijvoorbeeld als je op één dag alleen Engels, Nederlands en een ander theorievak hebt’, zegt Jelmer Becker, voorzitter van de studentenraad van het MBO Utrecht.

SP-Kamerlid Peter Kwint, die deze zomer de motie indiende waarin fysiek onderwijs als norm wordt gesteld, is van plan te bekijken of de politiek dwingender kan opleggen dat onderwijs alleen bij uitzondering digitaal wordt gegeven. ‘We investeren nu niet voor niets massaal miljarden voor inloopprogramma’s vanwege onderwijsachterstanden. Als online onderwijs zo perfect werkte, was dat niet nodig geweest.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden