Mazzel, lef en ploeteren; Het jongensboekenverhaal van Jeroen Beker en Frans van Gestel

Ze kennen elkaar sinds hun veertiende, leerden in gezamenlijke vakantiebaantjes de tv-studio's kennen, en debuteren nu als producent door in één klap - met steun van Filmfonds en VPRO - vier low budget-films uit te brengen....

NICOLINE BAARTMAN

VAN JEROEN BEKER en Frans van Gestel zul je geen kwaad woord horen over het Nederlands Fonds voor de Film. Het zou ontoegankelijk zijn voor nieuwkomers. Niks hoor. 'Gewoon bellen. Hebben wij ook gedaan. En dan moet je misschien wat langer wachten op een afspraak dan iemand die ze wel kennen. Maar uiteindelijk zijn ze heel bereidwillig.'

Het Filmfonds heeft zelfs zijn nek uitgestoken, is de ervaring van het producentenduo. Van de vier low budget-films die nu in Rotterdam in première gaan en volgend jaar op televisie worden uitgezonden, stond nog geen letter op papier, helemaal niets was bekend van de makers of de inhoud, toen het Filmfonds zich akkoord verklaarde als hoofdfinancier, samen met de VPRO. Goed voor 'eh, een paar ton per film'.

Jeroen Beker (32) en Frans van Gestel (33) hebben sinds twee jaar een eigen productiemaatschappij, Motel Films. Route 2000, de noemer waaronder de speelfilms van regisseurs Paula van der Oest, Karim Traïdia, Boris Conen en Mart Dominicus worden gepresenteerd, is min of meer hun debuut als producenten. Goedkope films zijn het, van rond de zeven ton, thematisch met elkaar verbonden; ze spelen aan de vooravond van de volgende eeuw, zijn geworteld in de hedendaagse actualiteit en werden in een jaar tijd gemaakt.

De Trip van Teetje van Paula van der Oest gaat over een jonge Rotterdammer die denkt de slag van zijn leven te slaan door een Russisch schip (met lading) te kopen dat in de haven aan de ketting ligt. De Poolse bruid van Karim Traïdia, naar een scenario van Kees van der Hulst, is een liefdesgeschiedenis tussen een boer uit Groningen en een Poolse vluchtelinge.

In Temmink van Boris Conen, geschreven door Arend Steenbergen, figureert een moderne gladiator bij wie een agressie-gen is geconstateerd. En in Fl 19,99 worden pasgetrouwde stellen gevolgd in een chic hotel in de nacht van 1999 op 2000.

Maar, even voor de goede orde, om misverstanden te voorkomen: 'Wij zijn géén low budget-filmbedrijf', aldus Van Gestel. Motel Films maakt net zo graag een kleine kunstzinnige film als iets groots, iets duurs, iets prestigieus.

De twee producenten kennen elkaar vanaf hun veertiende, van de middelbare school in Hilversum. Beiden gingen hetzelfde studeren in Amsterdam, geschiedenis aan de lerarenopleiding. 'Ik wilde documentairemaker worden', zegt Beker, 'daarvoor leek me zo'n studie bronnenonderzoek wel handig.' Hij is afgestudeerd leraar. Van Gestel stapte na een jaar over op de filmacademie. Via de vader van een vriendje die cameraman was, hadden ze het film- en televisiebedrijf al een beetje leren kennen. In de schoolvakanties werkten ze als pubers op de set van dramaseries als Het wassende water.

Hun successtory, bijna zo avontuurlijk als een klassiek jongensboek, is er een van mazzel, lef en ploeteren - hard werken ja. Het scheelt natuurlijk dat ze 'uit het Gooi komen en niet uit Limburg'. Ze hebben bovendien veel gereisd.

Beker: 'Je dóet gewoon.'

Van Gestel: 'Het is ook: hoe ga je met je angsten om.'

Hij had na zijn studie meegewerkt aan Tot ziens van Heddy Honigmann en Paradise Framed van Paul Ruven, toen hij door Kees Kasander, Peter Greenaways producent, werd gevraagd als productieleider voor de televisieserie Hoffman's Honger. Eigenlijk was het 'te vroeg', hij was er nog niet helemaal aan toe, maar hij zei: ja, dat lukt wel, als ik wat vrienden mee kan nemen.

Hoffman's Honger, een omvangrijke productie met een internationale crew, was zodoende hun eerste grote klus samen. Ze waren net terug van een trip door Indonesië, middenin de rimboe hadden ze gezeten bij 'van die mannen met blaaspijpjes', en het avontuur ging gewoon door.

Van Gestel: 'Zit je daar in je kloffie op kantoor, komt Jacqueline Bisset binnen met een eigen make-upman en een eigen chauffeur.' Door Hoffman's Honger kwamen ze nog een tree hoger op de ladder. 'Heel raar, dan behoor je ineens tot die kleine groep van tien, vijftien mensen die dat soort klussen aankunnen. Film is hard maar eerlijk, de tamtam gaat vrij snel.'

Beker: 'Het criterium is: word je teruggevraagd.'

Hij kreeg de kans bij de VPRO samen met Bram van Splunteren Lolamoviola op te zetten. 'Ik had iets gedaan voor een film van Pim de la Parra. Heb je meteen een naam op het gebied van low budget-films.' Er was geen geld, maar binnen acht maanden lagen er wel zeven korte films, waarvan En Route van Paul Ruven en Coma van Paula van der Oest tijdens de filmdagen van 1994 met een Gouden Kalf werden gelauwerd.

Daarna kwam Filmpje! van Paul de Leeuw. Een gigantische klus, met massascènes, er werd gefilmd op Curaçao. En de werkdruk was groot, want de film moest per se voor Kerstmis in de bioscoop. Het was bovendien lastig werken met drie verschillende producenten, onder wie Joop van den Ende en Paul de Leeuw, 'grote jongens die moeilijk op één lijn te krijgen waren'. Maar commercieel gezien was het resultaat heel bevredigend.

Beker: 'En dan kom je op een punt dat je denkt: we kunnen dit tot in de eeuwigheid blijven doen, maar veel wijzer worden we er niet van. Toen hebben we besloten voor onszelf te beginnen.' Tijdens de productie van Filmpje! waren ze al in de weer geweest met 'faxjes en plannetjes'. Ze wilden iets doen met generatiegenoten. Maar wat.

Negentigminutenfilms voor weinig geld, zo vaag was het plan aanvankelijk. Beker had bij Lolamoviola wel geleerd hoe belangrijk een goed concept is. 'Je moet dan op zoek gaan naar de ondergrens. Wat kan nog zonder dat je al te veel compromissen sluit. Je moet dus weten hoeveel geld er is voordat je een script laat schrijven. Dat je weet dat je niet op dertig locaties kunt gaan filmen of een historische film kunt maken met honderd acteurs. Je moet woekeren met je talent en je beperkingen.'

Veel geldschieters werden benaderd voor relatief kleine bedragen. De VPRO wilde graag meedoen. En ook het Filmfonds reageerde positief. Motel Films klopte precies op het goede moment aan. 'Ze waren bij het Fonds juist aan het onderzoeken hoe ze low budget-initiatieven konden stimuleren', zegt Van Gestel. 'Want ze constateerden dat regisseurs die begonnen met een korte film niet vanzelf doorgroeiden.'

Beker: 'En dat was precies wat wij ook zagen. De stap naar een lange speelfilm is heel groot. Een vijftienminutenfilmpje kost misschien een ton, terwijl je bij een speelfilm al gauw over een paar miljoen spreekt.'

In mei 1996 verscheen een oproep in diverse bladen; een open inschrijving was, vanzelfsprekend, een eis van het Filmfonds ('De VPRO en het Nederlands Fonds voor de Film zijn van plan gezamenlijk een serie low budget-speelfilms te laten ontwikkelen. . .'). Auteurs, uitvoerend producenten en regisseurs werden uitgenodigd een voorstel in te dienen. Voorwaarde was dat ze 'ten hoogste' één lange speelfilm hadden gemaakt.

'Niemand had rekening gehouden met al die mensen die wel eens een trouwreportagetje hadden gemaakt, of een horrorfilm op zolder', grijnst Van Gestel. De wildste ideeën zaten ertussen, maar liefst 238 scenarioschrijvers/

regisseurs/producenten reageerden. Het Filmfonds moest zelfs tijdelijk extra personeel aannemen om de stortvloed administratief te kunnen verwerken.

Een selectiecommissie, waarin zowel de VPRO als het Fonds waren vertegenwoordigd en Motel Films een adviserende rol had, koos in eerste instantie elf inzenders uit, die hun idee mochten uitwerken tot een 'treatment'. Daarvan werden er vervolgens zes gevraagd een scenario te schrijven. Uiteindelijk werden vier films gerealiseerd.

Krap was het, maar het is gelukt, in een jaar tijd. Van Gestel en Beker zijn gepast trots, het is ze aan te zien. Tegelijkertijd zijn ze doodmoe, dat ook, en lijken ze nog steeds een beetje verbaasd, vanwege het succes, 'omdat alles steeds maar lukt'. Hoewel.

Toen bekend was geworden dat het Filmfonds zich achter de plannen van Motel Films schaarde, ging er een storm van protest door het filmlandschap. Nog maar net in de business en dan meteen vier films produceren, was dat niet een beetje veel? Resultaat was dat twee van de vier films in co-productie moesten worden gemaakt met twee andere jonge, beginnende bedrijfjes. Daarover halen Beker en Van Gestel intussen laconiek de schouders op. Motel Films is goed begonnen, vinden zij.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden