Maximum bereikt, betaal anders

Veel Nederlanders hopen dat de crisis aan hun deur voorbij gaat. Maar de werkelijkheid klopte al aan de deur bij Dirk, die al maanden op zoek is naar een bijbaantje; bij Carlijn, die net voor zichzelf is begonnen; en bij Michel, die zijn ontslagbrief op de mat vond....

Wanneer Dirk Tinga (26) uit zijn werk kwam, ging hij steevast even bijkletsen in het café met een biertje of wat, een hapje eten erbij, en koffie met whisky toe. Zo’n avondje bijkletsen met vrienden kostte gauw 80 euro. Nu neemt Dirk zijn vrienden mee naar de Aldi om eten te kopen. Daarna koken ze thuis en kijken ze een film op tv. ‘Ook leuk’, zegt Dirk. ‘Maar toch minder.’ Vorig jaar mei nam Dirk na veel wikken en wegen ontslag. Hij had een prima fulltime baan in de ict, met leuke collega’s en elke maand 1.350 euro netto op zijn rekening. Maar voor zijn carrière leek het hem beter zijn hbo-opleiding communicatiesystemen af te maken. Hij dacht zijn opleiding in driekwart jaar te kunnen afronden en zichzelf in die tijd te kunnen bedruipen met een bijbaantje van hooguit twee dagen per week. Toen kwam de crisis. ‘Ik zag niets aankomen. De beurs en die beurskoersen interesseren me niet zo. Pas toen Fortis in oktober werd genationaliseerd, viel bij mij het kwartje.’ Zijn opzegtermijn zat er toen net op en zijn baas had zojuist afscheid van Dirk genomen. Met een etentje, een feestje en het kolossale horloge dat Dirk nu om zijn pols heeft. Hij houdt van gadgets. Naar een bijbaantje is Dirk nu al zes maanden vergeefs op zoek. Eerst wilde hij iets in de ict-branche. ‘Iets dat mooi staat op mijn cv.’ Maar die eis liet hij al snel vallen. ‘Het uitzendbureau heeft geen werk voor me, behalve wat spoedklussen. Ik ben al blij als ik een week de jassen kan aannemen bij het Van Goghmuseum. Of als ik anderhalve week formuliertjes kan invoeren op de computer. Maar tussendoor zit ik weken te wachten op werk. En op geld.’ Voor Dirk en zijn generatiegenoten is de economische crisis nieuw. ‘Ik had nooit gedacht dat ik er in welvaart op achteruit zou kunnen gaan. Het is een reality check. Opeens besef ik dat ik geen huis zal kunnen kopen in Amsterdam voor mijn 30ste. Dat ik niet automatisch op mijn 65ste met pensioen kan en dat werk niet altijd leuk is. Ik hoor veel mensen zeggen dat ze hun werk niet zo leuk vinden, maar dat ze vanwege het geld toch aan hun baan vasthouden. Dat vind ik best heftig.’ Dirk ploft in een verveloze leren bank en schuift de lege pilsflesjes en de resten lasagne opzij die zijn huisgenoten de avond ervoor hebben achtergelaten. ‘Dat is niet van mij, hoor. Ik koop exclusief bij de Aldi.’ Zijn vaste lasten zijn laag: 450 euro huur inclusief internet, gas en elektriciteit. Zijn zorgverzekering kost 100 euro en de telefoon 30 euro. Toch stond Dirk in januari 800 euro rood en moest hij de huur van die maand nog betalen. Voor het eerst in jaren moest hij geld lenen bij zijn vader, vertelt hij met tegenzin. ‘Afschuwelijk. Niet dat ik me schaam. Maar in een flits realiseerde ik me dat als alles tegenzit ik straks misschien weer bij mijn ouders moet gaan wonen. Vroeger leefde ik met de zekerheid dat ik het altijd wel zou redden. Ook toen ik nog studeerde. Maar nu is pinnen in de winkel een avontuur. Als vroeger de pinautomaat zei: ‘Maximum bereikt’, leefde ik gewoon een weekje op bruin brood en dan kwam er wel weer studiefinanciering of salaris binnen. Nu komt er soms niets. Die onzekerheid laat me niet los, het zit altijd in mijn achterhoofd.’ In de binnenstad komt Dirk niet meer. Te veel verleidelijke etalages met mooie kleren en spannende gadgets. Te veel gezellige cafés. Waarom zou hij zichzelf kwellen? Of hij geen spijt heeft dat hij zijn baan heeft opgezegd? Dirk: ‘Het is ongelukkig getimed. Maar als ik niet afstudeer, is dat ook zonde. Waar ik spijt van heb, is dat ik geen grotere financiële buffer heb aangelegd. Ik gaf elke maand alles uit. Pas op het laatst ben ik een beetje gaan sparen.’ Dat gaat Dirk in de toekomst anders doen, neemt hij zich voor. ‘Dat heeft de crisis mij geleerd. Een Diesel-broek van 240 euro koop ik niet meer. En ik ga een flinke buffer aanleggen, al was het alleen maar om op mijn 65ste met pensioen te kunnen. Ik wil niet tot mijn 67ste werken zoals het kabinet nu voorstelt. Op die leeftijd zijn veel mensen al dood.’

Het elegante Nespresso-apparaatje staat werkloos – met het snoer eromheen gedraaid – in een hoek van de keuken. De cupjes zijn op en sinds Michel Faber (40) weet dat hij werkloos wordt, heeft hij geen nieuwe besteld. ‘Ik ben een koffiefanaat, maar Nespresso is nu eventjes te duur’, zegt Michel terwijl hij naast zijn vriendin Linda op de bank gaat zitten met een kopje Senseo. Het tv-journaal staat aan. ‘De Tweede Kamer wil werklozen verplichten elke baan te accepteren’, zegt de nieuwslezer. ‘Daar begint het gesodemieter al’, bromt Michel. Michel is ramp equipment specialist op Schiphol. Dat wil zeggen: hij laadt en lost bagage en versleept vliegtuigen bij Menzies Aviation. Zijn werkgever heeft bij het CWI ontslag aangevraagd voor 256 mensen. Dat is meer dan de helft van het personeel. En Michel hoort bij de ongelukkigen. ‘Ik dacht eerst dat die hele crisis mijn deurtje wel voorbij zou gaan. Maar nee. Er gaan steeds minder kisten de lucht in. En vaak halfleeg. In de zeven jaar dat ik nu op Schiphol werk, heb ik het nog nooit zo stil meegemaakt. Griezelig stil. Het doet een beetje denken aan de periode na 11 september 2001.’ In de nasleep van 11 september werd Michel als bagageafhandelaar ontslagen bij de KLM. Hij kon opnieuw aan de slag bij Menzies, maar daar moet hij nu ook weg. Per 1 mei of 1 juni. Over de precieze datum van het collectieve ontslag wordt al sinds november gesteggeld. Hij heeft kringen onder zijn ogen. ‘Hij heeft vroege dienst gehad’, zegt Linda. Michel knikt. ‘Ik ben er goed ziek van. Dat ook. Ik ben 40. De arbeidsmarkt is niet zo makkelijk meer op die leeftijd.’ Michel verdient gemiddeld 1.750 euro netto inclusief toeslagen voor onder meer onregelmatig werk. Zodra zijn ontslag ingaat, denkt hij terug te vallen naar 1.400 euro. Michel: ‘Eigenlijk heb ik me daar nog niet in verdiept. Ik ga er niet van uit dat ik maanden werkloos thuiszit. Hoewel ik op Schiphol geen kans maak. Deze crisis is echt groot.’ Linda: ‘Soms dringt het opeens tot me door en krijg ik pijn in mijn buik.’ Ook al weet Michel niet precies hoe groot de terugval zal zijn, in zijn hoofd spookt al vijf maanden de vraag hoe hij zijn ‘economietje’ van vijf – en soms zeven – personen ook in de toekomst draaiende kan houden. Hij en Linda wonen samen met haar drie kinderen. De twee kinderen van Michel wonen bij zijn ex-vrouw. Om het weekend komen ze logeren. Om te beginnen heeft Michel zijn krant opgezegd. ‘Dat vind ik nog het ergst.’ Ze zijn geen lid meer van de bibliotheek. Voor 2009 is er geen vakantie geboekt. Linda heeft de Viva en de Flair de deur uit gedaan. Uit eten zijn ze sinds november 2008 niet meer geweest.

Of toch, één keer: met een dinerbon die ze van haar ouders cadeau hadden gekregen. De tweeling Sam en Cas (9) kunnen op judo blijven, want dat betalen opa en oma. Demy (12) blijft voorlopig op streetdance, want ook dat betalen de grootouders. ‘Godzijdank hebben we geen dure hypotheek’, verzucht Michel. ‘We zijn allebei niet materialistisch opgevoed’, zegt Linda, ‘ik denk toch dat dat scheelt. Wij hoeven geen dikke auto en twee badkamers. Echt niet.’ Vooral als ze boodschappen doet, dringt het in volle hevigheid tot Linda door dat ze voorzichtig moet doen. Soms wordt ze recalcitrant. ‘Dan prop ik de kar lekker vol met de gedachte: nu kan het nog.’ Maar meestal houdt ze zich keurig aan haar lijstje en haalt ze alleen wat ze nodig heeft. ‘Veel huismerken. Geen zakken chips. Het hoognodige. Maar hoe ik het ook wend of keer, met vijf tot zeven personen ben ik toch 160 euro per week aan boodschappen kwijt. Minstens.’ Nu betaalt Michel de helft van de vaste lasten. Straks kan dat niet meer en zal Linda het merendeel van de vaste lasten moeten opbrengen terwijl ze met twee parttime baantjes net 800 euro netto verdient. Bovendien vallen in de zomer haar horeca-inkomsten weg. Linda: ‘Vanaf mei komt er maandelijks minder geld binnen dan we nodig hebben.’ De tweeling van 9 weet van niets; ze zijn nog te klein. Alleen de oudste van 12 weet vaag van de crisis en het ontslag van Michel. Linda: ‘De dag in november dat de brief kwam waarin stond dat Michel boventallig was, zat hij de hele dag met collega’s te bellen. Dat hoorde de oudste natuurlijk.’ Michel: ‘Maar je stelt zo’n kind meteen weer gerust. Dat het allemaal weer goed komt. Ook al is het onzekerheid troef. Maar je wilt voorkomen dat zo’n kind eronder gebukt gaat.’ Op twee dingen zal Michel nooit bezuinigen. Het lidmaatschap van de vakbond de Unie is heilig voor hem. ‘Ze konden de gedwongen ontslagen niet voorkomen, maar ze hebben hard voor ons geknokt en toch veel bereikt.’ En de Peugeot uit 2006 die voor de deur van hun doorzonwoning staat, houdt Michel hoe dan ook aan. ‘Ik hoef geen spoilers of brede banden, maar zonder auto kan ik niet naar mijn werk en straks geen werk zoeken. Ik kan niet zonder.’ Inmiddels is de definitieve ontslagbrief binnen: op 29 april staat Michel op straat.

Eigenlijk hadden Carlijn Offergelt (43) en haar man dit jaar een verbouwing op stapel staan. Ze wilden een serre-achtige werkkamer creëren door het balkon op de eerste verdieping te overkappen. Maar dat gaat dus even niet door. Met dank aan de kredietcrisis. En dit jaar gaat de familie Offergelt niet met vakantie naar Thailand of Mexico, zoals in voorgaande jaren. Ze wijken uit naar een Europese vakantiebestemming: Italië, met de auto. ‘Even geen geld over de balk smijten in deze onzekere tijden’, is Carlijns devies. Offergelt is marketingdeskundige. Ze werkte altijd in loondienst, maar ze droomde van een eigen bedrijf. Je niet te hoeven voegen in een organisatie, maar zelf de lijnen uitzetten. Niet doen wat de baas zegt, maar zelf de baas zijn. Een paar jaar geleden zette ze de eerste stap door freelancer te worden. Een gouden tijd brak aan, zeker in financieel opzicht. ‘Het geld stroomde binnen: gemiddeld tienduizend euro bruto per maand.’ Carlijn gaf het gretig uit aan mooie kleren, vakanties, dinertjes en alles wat het leven comfortabel maakt. En tegelijkertijd legde ze een flinke buffer aan om de sprong naar het echte ondernemerschap te wagen. En toen ze oktober vorig jaar sprong, barstte de crisis los. ‘Ik zie mezelf niet als een slachtoffer’, vertelt een opgewekte Carlijn in het kantoor van haar tweemansbedrijf. ‘Ik zit niet zo snel bij de pakken neer. Maar ik werk me nu wel een slag in de rondte. Aan mijn bedrijf kan ik geen geld onttrekkken. Daarom gebruik ik mijn spaargeld om mezelf van een salaris te voorzien.’ Haar bedrijf heet Was Will Das Weib en het legt zich toe op vrouwenmarketing. Het vereist veel geduld om in deze tijden klanten te werven, weet Carlijn inmiddels. ‘Het duurt ontzettend lang voordat bedrijven een beslissing nemen om al dan niet met je in zee te gaan. Onze nieuwste klant heeft vijf maanden gedubd. Vijf maanden! Dat heb ik nog nooit meegemaakt. Elk dubbeltje wordt omgedraaid.’ Door de crisis komen de opdrachtgevers niet naar Carlijn toe. Daarom stapt ze zelf op potentiële opdrachtgevers af. ‘We benaderen bedrijven met de vraag of ze tien minuten de tijd hebben. In die tien minuten presenteren we een marketingstrategie waarmee zij hun omzet kunnen vergroten. Soms doe je al die moeite voor niets, maar dat is het risico dat je in een tijd als deze moet accepteren.’ Carlijn is zo iemand die denkt dat elke tegenslag ook kansen biedt. En stiekem hoopt ze dat de kredietcrisis minder hard toeslaat bij kleine bureaus als het hare. ‘Omdat we geen overhead hebben en een lage huur, want voorlopig zetelt ons hoofdkantoor in een antikraakpand.’ Thuis hoeft Carlijn geen pijnlijke bezuinigingen uit te voeren. Met de 2.500 euro die ze maandelijks van haar spaarrekening haalt en de 1.800 euro die haar man als parttime geluidstechnicus verdient, kunnen ze royaal leven. Ze rijdt in een tweedehands auto, maar dat deed ze voor de crisis ook al. En als het mooi weer is, verplaatst ze zich nog steeds met de motor. Ook tennissen, hockey en golfen gaan door. Hoe duur dat eigenlijk is, drong pas tot haar door toen ze voor dit interview haar huishoudboekje erbij pakte. Op boodschappen wordt evenmin beknibbeld. ‘Als de vis erg duur is, eten we tóch vis. Maar we gaan beslist minder uit eten. Dat is wel zeker. En ik ga niet met een vette creditcard de stad in om een paar dure laarzen of een leuk jurkje te kopen. Ik heb wel genoeg kleren in de kast hangen.’ Zonder kredietcrisis was de familie Offergelt wellicht verhuisd naar een koophuis aan de overkant van de straat dat een slagje groter is dan hun huidige woning waar het soms een beetje passen en meten is met twee puberende kinderen. Maar de medewerkers van De Hypotheker hielpen Carlijn snel uit de droom. De inkomensterugval in huize Offergelt leidt niet tot ruzie. ‘We maken over van alles ruzie, maar nooit over geld’, lacht Carlijn. ‘Als er veel geld is, geven we veel geld uit. Of liever gezegd: geef ík veel geld uit. Mijn man zal het een zorg zijn. Nu er minder geld is, geef ik ook minder geld uit.’ Bang voor de toekomst is ze niet. ‘Niet dat ik helemaal geen zorgen heb, maar ik kan het met mijn spaarpot een hele tijd uitzingen. Ik heb nog nooit zonder werk gezeten. Ik kom er wel, is het niet linksom dan wel rechtsom. Zo ben ik gebakken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden