Max Pam: Gaat Thierry Baudet te werk met dezelfde integriteit als zijn opa, dan hoeven wij ons geen zorgen te maken

Een maand geleden schreef ik Thierry Baudet een verrijking voor de Nederlandse politiek te vinden. Dat kwam mij op tegengestelde reacties te staan, die soms door hele families heenliepen. Zo werd ik op Twitter beknord door Bert Vuijsje - voormalig adjunct van deze krant - terwijl ik gelijktijdig een mail ontving van zijn broer, de socioloog Herman Vuijsje, die schreef dat eindelijk iemand eens had verwoord wat hijzelf over Thierry dacht.

In alle tegenspraak moest ik natuurlijk ook de gewetensvraag stellen waar mijn sympathie voor de persoon van Thierry vandaan komt. Als het zou blijven bij een politicus die piano speelt en die ook weleens een boek leest, was mijn kinderhand wel snel gevuld. Maar een duidelijk antwoord had ik niet, totdat ik een paar dagen geleden in het Nederlands Dagblad een boeiend artikel las van Willem Bouwman met de kop: 'Thierry Baudet lijkt soms op zijn opa'.

In het stuk probeert Bouwman aan te tonen dat Thierry veel ideeën heeft overgenomen van zijn grootvader Ernest Philippe (Han of Henri) Baudet (1919-1998). Deze Baudet was hoogleraar in de sociale en economische geschiedenis. Later zou hij zich aan de TH in Delft bezighouden met de geschiedenis van innovaties.

In veel opzichten had Baudet afwijkende opinies, onder meer over ras, erfelijkheid, intelligentie en emigratie. De destijds verguisde prof. Buikhuisen, die criminaliteit aan erfelijke eigenschappen had gelinkt, kon op zijn sympathie rekenen.

Dat Henri Baudet zich op deze terreinen vrij kon (en wilde) uitspreken, heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat hij in de oorlog moedig was geweest. Bij een overval op zijn verzetsgroep was hij de enige die per toeval overleefde, waarmee hij naar eigen zeggen voldeed aan de definitie van Willem Frederik Hermans: 'Een held is iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest'. Alleen: zonder helden is geen oorlog te winnen. Typisch voor de Baudets is misschien ook dat Henri tijdens de bezetting aan een 'wereldvreemd proefschrift' werkte, dat de opvattingen van Augustinus tot onderwerp had.

Na de bevrijding zou Thierry's opa als ANP-verslaggever de politionele acties in Indonesië verslaan. Hoewel hij zichzelf vooral zag als een waarnemer, lag zijn sympathie bij de Indonesiërs en betreurde hij het dat de Nederlandse regering maar niet wilde inzien dat de Nederlandse troepen als een bezettingsmacht opereerden, zoals Duitse soldaten dat hadden gedaan in Nederland.

En dan citeert Bouwman uit een interview met Henri Baudet, dat ik in 1986 voor NRC Handelsblad heb gemaakt. Dat was ik totaal vergeten! Ik weet niet hoe het onbewuste werkt, maar ineens begon het me te dagen. Bijna 32 jaar geleden was ik naar Groningen gereisd om Thierry's opa op te zoeken. Ik kende hem al uit de schaakwereld, want als opsteller van allerlei beleidsnota's speelde hij een belangrijke rol in de KNSB.

Zoals het een professor betaamt, woonde hij in een voornaam herenhuis. Binnen heerste een geordende chaos van boeken, muziekpapier en muziekinstrumenten, van schaakborden en schaakstukken. Baudet had zelf iets van een verlopen edelman, iets zigeunerachtigs ook, een man van het soort waar vrouwen onmiddellijk voor vallen en dan niet eens de lelijksten. Ik voelde mij onmiddellijk bij hem thuis.

Er is toen veel besproken. Ik kan hier niet alles citeren, maar Baudets opvattingen over emigratie en ras zullen meer nieuwsgierig maken dan zijn ideeën over Europa. Destijds was er nog geen sprake van Afrikaanse bootvluchtelingen, maar emigratie lag toen ook al gevoelig. De titel van Baudets afscheidscollege in Groningen (1984) luidde: Bloedsporen in grensgebieden. Hij sprak over de Ghanezen, die in het Indisch leger hadden gediend en die Nederlandse nazaten hadden gekregen. Onderzoek wees uit dat deze nazaten aan een erfelijke vorm van bloedarmoede leden.

Bestudering van emigratiestromen zou, zo meende Baudet, het verloop van erfelijke ziekten in kaart kunnen brengen. Op die manier kon men niet alleen nagaan of bij Joden bepaalde oogziekten meer voorkomen, maar ook of het waar is dat zij meer talent hebben voor muziek, schaken en andere intellectuele bezigheden. 'Ik zie wel in dat je dit soort vragen bijna niet meer kunt stellen, want Hitler ligt nog vers in ons geheugen, maar moeten wij deze taboes blijven respecteren?', vroeg hij zich af. Overigens spraken wij in dat interview nog gewoon over blanken en negers.

Als Thierry met dezelfde integriteit te werk zal gaan als zijn grootvader hoeven wij ons geen zorgen te maken, maar de laatste tijd zie ik hem vaak in amusementsprogramma's optreden. De ijdelheid spat ervan af en ik hoor veel slogans. Een politicus leidt een ander leven dan een professor. Het zal afhangen van adviseurs, die hem in het gareel weten te houden.

Meer over