MAX MOSZKOWICZ

'MIJ KRIJGEN ZE NIET', dacht Max Moszkowicz in het vernietigingskamp Auschwitz. Zijn moeder hadden ze al snel gekregen, direct na aankomst ging ze naar de gaskamer....

Ze kregen hem niet. Hij werd als puber gevormd in het kamp, want hij wilde overleven. Hij is een vechter. Het kamp draagt hij tot vandaag met zich mee. Mij krijgen ze niet. Het is andersom nu. Hij krijgt wat hij wil.

Als enige keerde hij na de oorlog terug. Geboren in Essen. Zijn joodse ouders ontvluchtten Duitsland toen Hitler aan de macht kwam en belandden in het katholieke Limburg. Daar bleken ze evenmin veilig: in 1942 werd het gezin gedeporteerd. Alleen Max keerde terug, 18 jaar oud maar veel ouder. En alleen. Hij werd opgenomen in een katholiek pleeggezin, werd zelf katholiek, en trouwde drie jaar later met de dochter. De twee begonnen een garen- en bandwinkeltje, in de voetsporen van vader Moszkowicz die textielhandelaar was geweest.

De zaak liep goed, spoedig werden filialen geopend, maar Max ontleende weinig intellectuele bevrediging aan de handel in sokken en onderbroeken. Hij had zijn voor de oorlog afgebroken gymnasiumopleiding inmiddels voltooid (vier jaar deed hij in één jaar) en ging rechten studeren in Nijmegen. Hij reed heen en weer met de auto, terwijl zijn vrouw de winkel deed. Zo werd Max Moszkowicz advocaat.

De bekendste advocaat van Nederland is hij. Advocaat van kwade zaken, wordt hij wel genoemd. Maar wat zijn dat? Niemand is intrinsiek slecht, zegt hij. Moszkowicz is een advocaat van 'zaken zijn zaken'. Hij is zakenman en wat hij verkoopt is recht. Hij verdedigt bijna iedereen, behalve oorlogsmisdadigers. Zaken zijn zaken en daarom kunnen zware criminelen, verkrachters, drugshandelaren en bankrovers, terecht bij Moszkowicz. Ieder heeft recht op verdediging. Hij verdiept zich niet in de vraag of iemand het gedaan heeft. Hij wil het zelfs niet weten. Het zou hem beïnvloeden.

De strafprocessen vormen een kleine minderheid van de zaken die zijn firma behandelt, ze zijn wel het uithangbord boven de winkel. . Moszkowicz zoekt nadrukkelijk de publiciteit. Uit ijdelheid natuurlijk, maar ook om in zaken te blijven. Hij loopt daarbij op de rand van wat mag, en lacht om de afgrond. Ze krijgen hem niet. Zo heeft hij het gemaakt. Hij verdedigde bekende criminelen als Aage M., de Heineken-ontvoerders, meester-oplichter Heer O. In de bajes wordt mond-tot-mondreclame gemaakt en geeft men elkaar zijn telefoonnummer. Moszkowicz heeft status onder de zware jongens, en omgekeerd: wie door Moszkowicz wordt verdedigd, verhoogt zijn aanzien.

Hij oogt als een kruising tussen oud-boksscheidsrechter Ben Brill en oud-voetbalscheidsrechter Leo Horn. Mannen die hun formaat vooral ontleenden aan hun autoriteit. Moszkowicz is klein van stuk, stevig gebouwd. De lippen veelal tot een dunne streep opeengeklemd, de mondhoeken neerwaarts gebogen in misprijzen of achterdocht. Hij straalt gezag uit, dwingt respect af. Met hem valt niet te sollen. Hij kent zijn zaakjes. Hij hoeft niet te schreeuwen in de rechtszaal, niet met zijn armen te zwaaien.

Hij is het sterkst als hij zwijgt. Dan zegt hij het meest. Als hij poseert voor een foto kan hij er uit zien als een gecoiffeerd cherubijntje, maar vaker straalt hij de bonkige zelfverzekerdheid uit van de judoka met zwarte band; want dat is hij ook. Hij is immer klaar voor het gevecht. Op de mat of in de rechtbank. Hij is niet geboren als een grootmoedig verliezer. Hij wil winnen. Altijd. Met dat doel treedt hij in het strijdperk. Als een chirurg concentreert hij zich op het gat in het groene laken waar hij zijn werk moet doen. Er is geen plaats voor emoties, want die staan de precieze hantering van de scalpel in de weg. Opwinding of boosheid komt zelden aan de oppervlakte. Hooguit gaat hij dan nog zachter praten. Hij lijkt soms naar woorden te zoeken, bouwt ogenschijnlijk denkpauzes in, formuleert niet spectaculair - dat alles is slechts schijn. Hij denkt razendsnel maar verraadt dat niet. Niemand weet dat hij al drie zetten voor staat. Hij noemt zijn werk een hobby, een sport. Maar ook een intellectuele krachtmeting. .

Hij is een ouderwets man. Hij hecht aan omgangsvormen en gedraagt zich immer voorkomend. Nooit zal hij de rechter in de rede vallen of de officier beledigen. Als een der laatsten buigt hij nog voor de rechtbank als hij binnentreedt. Hij spreekt van edelachtbare. Hij omringt zich thuis en op kantoor met antiek en schilderijen en andere herinneringen aan het verleden. Hij leest met een gouden lorgnet. Hij bedient zich in woord en geschrift van archaïsche uitdrukkingen als 'evenwel', 'voorwaar', 'welnu'. Hij is de geboren acteur, die zonder theatrale middelen, slechts met zijn zachte stem en zachte 'g', ook de achterste rij weet te bereiken. Hij lijkt soms zelfs timide in zijn optreden, maar dat is onderdeel van zijn tactiek. Hij bespeelt de rechter, de officier, de pers, zijn publiek.

Een advocaat van standing doet geen strafzaken, heet het. Moszkowicz is nergens vies van. Hij is er een vermogend man mee geworden. Hij heeft strafpleiters opgeleid (Doedens, Hiddema) die door hun luidruchtige kledij, hun gebetenheid en hun opzichtige levenswandel wat zijn doorgeschoten in het kopiëren van hun leermeester, maar Moszkowicz wil zelf ook tonen wat hij heeft bereikt. Hij laat zich rijden in een Jaguar, neemt soms het vliegtuig voor een binnenlandse bestemming, en kleedt zich zichtbaar duur. Soms valt hij uit zijn rol en overschrijdt hij zijn eigen beschavingsgrens. Tijdens het proces tegen 'de Hakkelaar' stapte hij met bontjas en borsalino als de godfather van het Nederlandse strafrecht uit zijn auto.

Van de Maastrichtse society maakt hij geen deel uit. Ze moeten hem niet. Zowel de industriële als de intellectuele elite beschouwt hem als een parvenu, als een omhoog gevallen middenstander, als een nouveau riche die geld gemaakt heeft in de onroerendgoedhandel en die declaraties schrijft met aanzien des persoons. Zelf spreekt hij van 'inhalende rechtvaardigheid', maar vijandige confrères noemen het inhaligheid.

'Dee kleine joet', noemen ze hem veelzeggend in het roomse Maastricht, wat niet antisemitisch bedoeld heet, maar wel schraapzucht en sluwheid doet doorklinken. Hij wil altijd de eerste viool spelen. Niet alleen als musicus, ook in de politiek. Achttien jaar was hij voorzitter van de VVD-fractie in Maastricht, tot hij op een onverkiesbare plaats terechtkwam. Alles moest zoals hij het wilde en het bestuur pikte zijn dominante opstelling niet meer. Zijn Liberale Partij Maastricht haalde het vervolgens niet, evenmin zijn Realisten 81 bij de Kamerverkiezingen. Hij ving aanvankelijk ook bot bij de ballotagecommissie van de elitaire Maastrichtse Watersport Club en toen hij eindelijk lid was, versjteerde hij de lol van de roeiende leden door met een speedboot golven te veroorzaken op de Maas.

Moszkowicz lijkt er niet meer mee te zitten. Ze wilden hem niet? Dan niet. Hij heeft iets bereikt en kan kopen wat hij wil, zij het steeds met korting. Een ochtendkrant hoeft om een uur 's middags nog maar de helft te kosten want je verkoopt hem toch niet meer, kreeg de man van de benzinepomp te horen. Veel vrienden heeft hij niet, cafés bezoekt hij zelden, buiten de deur dineert hij weinig meer, omdat hij sinds hij weer een orthodoxe jood is, zoveel mogelijk kosjer wil eten. Vakantie vindt hij weinig zinvol, theaters ziet hij zelden van binnen, hij houdt niet van 'social talk', hij werkt. Hij heeft zijn hele leven gewerkt, om zijn verleden te verwerken. Als jongetje werd hij in Duitsland op straat met stenen bekogeld en uitgescholden: Jude!, Schwein! Door te werken heeft hij alles kunnen kopen, ook zijn ongrijpbaarheid, want krijgen kunnen ze hem niet meer. Alleen keerde hij terug uit het kamp. Alleen is hij onbereikbaar geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.