Matige impact, toch mooi ***

Sterk in soepel mengsel van hiphop en breakdance.

ANNETTE EMBRECHTS

Dans

Door Compagnie La Baraka & Ballet Contemporain d'Alger

9/6, Stadsschouwburg Amsterdam. T/m 12/6. hollandfestival.nl

Tien ijzeren tonnen staan in u-vorm op toneel. Daartussen danst een opvallende tientonner - een van de acht mannelijke dansers uit de Frans-Algerijnse voorstelling El Djoudour (De wortels). Juist hij krijgt van choreograaf Abou Lagraa de mooie taak aan het slot van deze dansvoorstelling, over het Arabisch taboe op lichamelijk contact tussen de seksen, een danseres zacht te omarmen. Net voor het licht dooft, reinigen ze elkaar met water uit één van de tonnen. Alsof ze elkaar de zegen geven voor hun dappere poging het taboe te slechten. Een ontroerend slotbeeld, zeker als je weet dat Lagraa deze voorstelling heeft gemaakt met moslimmannen uit Algiers, die zijn opgegroeid met een verbod op het aanraken van vrouwen in het openbaar, zelfs als de dame in kwestie je vrouw is. Lagraa ziet in die onderdrukking een bron van agressie. Het mag dus een overwinning heten dat het achttal daar staat, met op ademafstand zes danseressen in korte broekjes en later zelfs even in donker ondergoed. Vijf kwartier lang hebben ze elkaar voorzichtig opgezocht, met als resultaat: een lift op de schouders, op elkaar afrennen met reikhalzende ledematen, ruggelings langszij schuren, vluchtig rakende vingertoppen en tot slot die wassing.

Toch zou El Djoudour aan impact winnen, wanneer Lagraa ons meer deelgenoot maakt van de weerstand die hij in de studio bij de mannen heeft moeten overwinnen (ook bij de vrouwen, maar die zijn meer gewend door hun Europese dansopleiding). Het lijkt of de in Frankrijk opgegroeide Lagraa zich heeft ingehouden, mogelijk omdat hij de voorstelling ook in zijn geboorteland Algerije wil laten zien. Pas met de culturele achtergrond in je achterhoofd begrijp je de gemaskeerde opbouw en schat je de ingehouden agressie op waarde, bijvoorbeeld bij een solerende man die pas na lange aarzeling een vrouw in zijn domein toelaat. Ook de tederheid die klinkt uit de drie live gezongen liederen van de in Algerije beroemde zangeres Houria Aïchi, krijgt meer context als je weet dat zij slechts bedekt kan zingen over de passie van geliefden, als was het een verlangen tussen broer en zus. Nu hoor je in de mooie a-capellazang vooral een contrapunt voor het zachtjes roffelend geluidsdecor én een zalvend gebaar, alsof zij de dansers toestemming geeft voor hun ontluikende duetten.

Wel is Lagraa sterk in zijn soepele mengsel van hiphop en breakdance met moderne danslyriek. De gefragmenteerde freezes uit popping & locking gaan naadloos over in lange ruimtelijke lijnen van golvende ledematen.

Twee jaar geleden debuteerde Lagraa in het Holland Festival met Nya, een vat vol explosieve energie van fanatieke mannen van de straat (onder wie de 'tientonner'). Nu zijn ze officieel lid van het nieuwe ensemble Ballet Contemporain D'Alger en zien ze zich geconfronteerd met danseressen van Lagraa's Compagnie La Baraka (onder wie zijn vrouw). Het revolutionaire van die confrontatie zit onderhuids verscholen en in die vaten.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden