'Mastodonten' helpen CDA uit moeras

Het CDA moet zijn ideologische uitgangspunten oppoetsen ende internationale ervaring van zijn politieke kanonnen koesteren...

Ton Planken

De brieven van Lubbers, Veerman en Klink hebben genadeloos blootgelegd dat het CDA absoluut geen solide bestuurspartij meer is. Tegelijk wijzen zij ook de weg hoe ooit nog uit het moeras te komen. De brieven zijn dus nuttig. Zij maken duidelijk wat er de afgelopen decennia geleidelijk verloren is gegaan in de besluitvorming van deze middenpartij.

Allereerst de nalatigheid van de huidige generatie politici om hun principes telkens en telkens weer scherp voor ogen te nemen – en onder de aandacht van ons burgers te brengen! – en van daar uit door te redeneren naar de politieke stellingname en mogelijke consensus. Dan waren die veel te late discussies over het wel of niet samenwerken met scheurmaker Wilders voorkomen.

Daarnaast heeft het collectieve geheugen in Kamerfracties als die van het CDA te lijden gehad van de te grote doorstroming en verjonging. Er is te veel ervaring met het politieke handwerk verloren gegaan.

Dat hebben we kunnen zien aan de manier waarop de conflicten met de PvdA in het vorige kabinet zijn verlopen; de veel te haastige en solistische herbenoeming van Balkenende tot lijsttrekker; de onderschatting wat er leeft onder de kiezers in de thuislanden Brabant en Limburg en nu dan de ondoordachte start van de onderhandelingen met de PVV.

Een prominent aspect van dat collectieve geheugen is precies datgene wat de zogenoemde mastodonten in het CDA vertegenwoordigen. Want opvallend is de grote buitenlandervaring of internationale kijk van vrijwel al die CDA-prominenten.

In de onderhandelingen die zij als Nederlandse bewindslieden moesten voeren en de contacten die zij moesten onderhouden, hebben zij de druk ervaren van politici en staatslieden van heel wat grotere landen, met heel wat grotere belangen en afbreukrisico’s, en dus met heel realistische inzichten hoe je een consistente (machts-)politiek op basis van welke principes moet voeren.

Een leerschool van onschatbare waarde, die je dwingt tot nadenken over waar je zelf staat, als land, als coalitie en als partij en wat je zelf het beschermen waard acht. De CDA-prominenten hebben zich dat kritische zelfonderzoek eigen gemaakt.

Van de 21 CDA-Kamerleden daarentegen hebben er welgeteld 2 (twee) buitenlandervaring, in die zin dat zij keihard geconfronteerd zijn met de realiteit van politieke pressie, dan wel met geweld en onderdrukking.

Hanke Bruins Slot, die als legerofficier een periode in Afghanistan heeft gezeten en Kathleen Ferrier die tien jaar ontwikkelingswerk in Zuid-Amerika heeft gedaan, waarvan zeven jaar in Chili ten tijde van Pinochet. Het is niet toevallig dat ook Ferrier nu tot de dissidenten behoort.

Geen misverstand, al die andere CDA-Kamerleden hebben grote kwaliteiten, zijn sterk gemotiveerd en kunnen ongetwijfeld óók nadenken. En via de Kamercommissies van Buitenlandse Zaken en Defensie komt een aantal van hen ook wel eens ergens. Maar het is kennelijk toch te weinig om hun gepokte en gemazelde partijgenoten gerust te stellen. Of beter: hun zwijgen is de prominenten nu teveel geworden.

Want zet daar de gebundelde ervaring van de drie oud-premiers De Jong, Lubbers en Van Agt en de oud-EU-commissarissen Andriessen en Van den Broek eens tegenover. Van Agt, die had te worstelen met de kruisrakettenkwestie. Lubbers, die zelfs de Duitse Hereniging te ver vond gaan en er meedogenloos door Kohl op is afgerekend.

Want dat hebben die oudgedienden ook gemeen. Ze hebben de periode na de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog meegemaakt. En Vietnam, Iran-Irak, de genocide in Rwanda en het drama Joegoslavië. Arie Oostlander sprak ooit met Karadzic toen die zich al verlekkerde op het conflict dat in Joegoslavië zou gaan losbarsten. De verbijsterde Oostlander hoef je niet meer te vertellen wat ‘Wilders’ in de hand kan werken.

De meest superieure ervaringsdeskundige is ongetwijfeld oud-premier Piet de Jong, die als onderzeebootcommandant tijdens de Tweede Wereldoorlog zowel Duitse als Japanse militairen de dood in heeft moeten jagen. Dan ga je vanzelf terugkijken naar het punt waar zulke gruwelijke ellende ontstaat: grondstoffenbehoefte, Lebensraum idem, machtshonger, superioriteitsgevoelens, discriminatie, enzoverder.

Dan besef je hoe kwetsbaar een samenleving eigenlijk is en hoe snel je erbij moet zijn als de eerste tekenen van zulk gruwelijk verval zich aandienen. Dat is wat de CDA-prominenten ongetwijfeld meer drijft dan welk ijdel trekje ook.

Dat is voor jongere mensen in Nederland maar moeilijk voor te stellen. We zíjn toch verdraagzaam? Iedereen kríjgt hier toch de ruimte? En we hebben de EU toch? Doen wij het dan soms zo fout?

Het is niet voor niets dat het CDA-kader in gemeenten en provincies wel kan leven met de gedoogsteun van de PVV. Die zijn gewend aan de meest wonderlijk samengestelde colleges waarin samengewerkt wordt tussen GroenLinks en VVD; SP en ChristenUnie; PvdA en SGP of lokalo’s. Dan gaan de ideologische kantjes er wel vanaf. Dan heb je geleidelijk minder animo om medevolksvertegenwoordigers, de media en het grote publiek lastig te vallen met je principes. Dan ben je maar gewoon pragmatisch, met hier en daar een likje ideologische verf; leven en laten leven. En de carrière wil ook wat.

Dat gedrag zien we ook te veel terug op het nationale vlak. Maar dan moet je niet raar opkijken als kiezers ook het onderscheid tussen partijen niet goed meer zien en massaal naar de persoon Pim Fortuyn of Jan Marijnissen, en van Rita Verdonk naar de persoon van Geert Wilders hollen, als ze ergens de buik van vol hebben. Of van de lokale en straks de provinciale politiek moeiteloos wederom een nationale afrekening maken.

Zo bezien moeten we splijtzwam Wilders misschien wel dankbaar zijn voor wat hij aan politieke leerstof losmaakt. Poets je ideologische uitgangspunten op en draag ze consequenter uit. Ga je zonodig eerst herbronnen. En koester de harde internationale ervaring van je politieke kanonnen. Niet omdat zij per definitie gelijk zouden hebben. Maar om veilig te stellen dat de meest cruciale factoren daadwerkelijk worden meegewogen en vroegtijdig in het juiste referentiekader worden gezet.

Geef hen een kwaliteitszetel of bind hen aan je fractie als meediscussiërend adviseur wanneer grote issues dat nuttig maken.

Bouw je besluitvorming anders op. Eerst de principiële vragen bespreken en dus de bedding schetsen waarbinnen de consensusvorming heeft te blijven. Dan inhoud en procedure. En ten slotte de praktische vraag: kan het werken? Dan zwalk je niet zo snel het moeras meer in.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden