Mastodont van schuim en hars Remie Bakker maakt niet iets wat echt is, maar wat echt lijkt

Eindelijk kunnen we nu goed zien hoe een mastodont eruitzag. Remie Bakker maakte hem uit isolatieschuim en ander materiaal. ‘Ik maak niet iets wat echt is, maar wat echt lijkt.’..

Vervaarlijke slagtanden en een schouderhoogte van 2,20 meter: het is een imposant beest dat de afgelopen maanden het licht zag in een loods op een Rotterdams bedrijventerrein. Hij is een prehistorisch familielid van de moderne olifant, en het lijkt bijna of hij leeft. Binnenkort verhuist hij naar een museum in het Franse gebied waaraan hij zijn naam dankt: ‘mastodont van Auvergne’.

Het levensechte model is gemaakt door Remie Bakker, kunstenaar en special effects-specialist in Rotterdam. Bakker begon ooit met het maken van bloederige lijken voor de tv-serie Baantjer, maar werd bekend met reconstructies van ijstijddieren als de wolharige mammoet, de steppewisent en de sabeltandtijger. Altijd op basis van de adviezen van Dick Mol, douaneambtenaar en amateurpaleontoloog te Hoofddorp, en kenner van prehistorische slurfdragers.

Mol heeft de Franse opdracht voor de nieuwe mastodont persoonlijk binnengepraat. Het Musée Crozatier in Le Puy-en-Velay, een streekmuseum met een paleontologische collectie, was vanwege een grote renovatie op zoek naar een nieuwe publiekstrekker. Men dacht aan een dinosaurusskelet, maar Mol adviseerde een model van een van de slurfdragers waarom de Haute-Loire bekend staat, uiteraard te maken door Bakker. De zuidelijke mammoet bleek te groot en te prijzig, maar de kleinere mastodont, die hier in 1828 werd ontdekt, was haalbaar.

‘Mastodonten zijn compleet andere beesten dan mammoeten’, zegt Mol. ‘Een mammoet is hoog en kort, een mastodont laag en lang. Een mammoet heeft een hoog voorhoofd en omhoog gedraaide slagtanden, een mastodont een plattere kop en rechte slagtanden. Ook de kiezen verschillen: die van de mammoet zijn lamelvormig, die van de mastodont hebben tepelvormige knobbels. Mastodont betekent ook tepeltandige.’

De dikhuiden waren er in alle soorten en maten. De door Bakker herschapen mastodont van Auvergne (Anancus arvernensis) uit het late Plioceen en vroege Pleistoceen is tamelijk klein, met een schouderhoogte van 2,5 meter. Maar de veel oudere mastodont van Borson (Mammut borsoni) werd 3,5 meter hoog en had slagtanden van vijf meter.

Beide reuzen zijn ook van Nederlandse fossielen bekend, vooral botten en kiezen van Anancus, opgevist uit de Oosterschelde. ‘Nederland heeft naast Bulgarije de grootste mastodontencollectie van Europa’, zegt Mol. ‘Die van hen zijn het grootst en oudst, 5 miljoen jaar, die van ons het kleinst en jongst, 1,8 miljoen jaar. Niet veel later stierven ze uit.’

Lang kwamen de zuidelijke mammoet – voorloper van de steppemammoet en de latere wolharige mammoet – en Anancus samen voor, bewijzen vondsten uit Auvergne en de Oosterschelde. Maar in de loop der tijd lijken de mammoeten de mastodonten te hebben verdrongen.

De twee soorten hebben wel verschillende habitats gehad, denkt Mol. Mastodonten leefden gezien hun spreidtenen op de zachte bodems van bossen en moerassen, en voedden zich met met moerasplanten. Mammoeten liepen meer op hun tenen: zij zwierven over de steppe en aten gras.

Toen bossen door klimaatverandering plaatsmaakten voor open vlakten, kregen de mastodonten het zwaar. ‘Misschien hebben erupties van de vele vulkanen in Auvergne hun de nekslag gegeven.’

Van Anancus is nooit eerder een realistisch model gemaakt, zegt Bakker. Dat gaf bij het maken verantwoordelijkheid en vrijheid. Soms is de artistieke verleiding groot, maar de fossil record beslist. ‘Ik vertaal wetenschappelijke gegevens in een beest dat je kunt tegenkomen. Ik maak niet iets wat echt is, maar wat echt lijkt. En ik gebruik daarvoor alle materialen en technieken van beeldhouwen en special effects die nodig zijn.’

Elk detail is paleontologisch verantwoord, benadrukt Mol, op basis van schedels en botten uit Auvergne en een vrijwel compleet skelet uit Roemenië. Maar er zijn ook aannamen. ‘De oren zijn gemodelleerd naar de Aziatische olifant, want het klimaat was warm en vochtig. En de staart was heel lastig, want we hebben alleen wat wervels. Hij heeft nu een olifantenstaart, niet met zulke dikke haren, maar kwastig genoeg om de vliegen te kunnen verjagen.’

Een levensechte pose was belangrijk, zegt Bakker. ‘Ik wilde geen spectaculaire dreigpose, zoals je die in Amerikaanse musea vaak ziet. Wat zo’n beest vooral deed, was eten en schijten. Hij moest dus een eetpose hebben, waarbij hij zijn slurf gebruikt en je zijn kenmerkende kiezen kunt zien. Bij zo’n dreigpose zie je meteen dat hij niet echt is. Met een kalmere pose duurt de illusie net even langer.’

Die illusie betekent wel hard werken. Bakker begint met een schaalmodel (1 op 10). Dan last hij een stalen frame, dat hij optuigt met stukken isolatieschuim die hij met de kettingzaag in vorm zaagt en met harde hars bekleedt. Op die basis komt sculpting epoxy voor de huid. ‘Als je ’s ochtends 10 kilo aanmaakt met de bouwmixer en met de troffel opbrengt’, zegt Bakker, ‘kun je de zaak nog tot vier uur ’s middags boetseren.’ Elke centimeter van de 14 vierkante meter huid modelleerde hij met de hand, en elke haar (er is een kilo paardenhaar gebruikt) is geboord en geplakt. Details als de bek zijn in klei geboetseerd en in kunsthars gegoten. Zo ook de zachtrubberen tong, compleet met papillen.

Finishing touch is een gele lis. Anancus at moerasplanten, en een bos gele lis in zijn bek leek Bakker een mooie blikvanger. ‘Daar heb ik me aardig mee in de vingers gesneden’, zegt hij. ‘Gele lis is een wilde plant en niet als kunstbloem verkrijgbaar. Ik moest hem dus zelf maken, in rubber. Bijna moeilijker dan de hele mastodont.’ Temeer daar hij een bos wilde met zowel knoppen als bloeiende en verdroogde bloemen. ‘Liefst had ik nog een machientje gemaakt, zodat de kaken de hele dag kunnen malen.’

Na ruim een half jaar van lange dagen in het atelier is Anancus nu klaar. Komende week wordt het 400 kilo zware beest in de vrije natuur neergezet om hem op de foto te zetten. Daarna zal Bakker hem demonteren voor transport naar Le Puy. Daar zal het model deel worden van een speciale expositie in Musée Crozatier over de evolutie van de slurfdragers en luister bijzetten aan de Internationale Mammoetconferentie, eind augustus in Le Puy.

Een mooi stuk Hollands glorie, vindt Dick Mol deze combinatie van paleontologie en kunst. Maar iets moet ‘Mr Mammoth’ van het hart. Het duo heeft een wolharige mammoet gemaakt voor Japan en een mastodont voor Frankrijk, maar waarom nog geen mammoet voor Nederland, mammoetland bij uitstek?

‘In de Rotterdamse haven varen elke dag de mammoettankers binnen. Bij de aanleg van de Tweede Maasvlakte komen mammoetbotten naar boven. En Bakker is een Rotterdamse kunstenaar die zo’n mammoet kan maken als geen ander. Echt iets voor het Nederlands Centrum voor Biodiversiteit Naturalis in Leiden.’

Bakker weet het niet. ‘Dick wil graag een zuidelijke mammoet maken, maar ik ben een beetje bang voor de technische problemen. Zo’n beest is 4 meter hoog. De onderdelen zijn dan zo groot, dat ze onhanteerbaar worden. Maar ja, ooit zal het er nog wel van komen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden