Opinie

'Massaontslagen? De meeste 50-plussers merken weinig van nieuw ontslagrecht'

De claim dat de door minister Kamp voorgestelde hervorming van het ontslagrecht zal leiden tot massaontslagen onder 50-plussers is ongegrond.

Juni: Het personeel van NedCar verlaat de autofabriek nadat zij opnieuw het werk hebben neergelegd. De werknemers zijn boos omdat eigenaar Mitsubishi blijft weigeren te praten over een sociaal plan.Beeld ANP

Er is veel discussie over de hervorming van het ontslagrecht in Nederland. Discussie is goed, maar de feiten, mechanismen en het publieke belang sneeuwen nu onder in de media en in de discussie.

Eerst de feiten. Ontslagbescherming in Nederland schommelt rond het OESO-gemiddelde. Voor werknemers met een vast contract is de bescherming echter hoog en voor mensen met een tijdelijke baan laag. Er is - uitgezonderd Zweden - geen enkel Europees land waar het verschil tussen de bescherming van vaste en tijdelijke contracten zo groot is als in Nederland.

Het voorstel van minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om de bescherming van vaste contracten te verlagen en die van tijdelijke contracten te verbeteren is dus logisch.
Wat is het effect van ontslagbescherming op de werking van de arbeidsmarkt? Strikte ontslagbescherming belemmert stromen op de arbeidsmarkt. Hierdoor wordt de 'last van het werkloos zijn' gelegd bij een kleine groep mensen die moeilijk aan het werk komt.

Werknemers met vaste contracten bouwen rechten op en hebben geen prikkel om te verkassen als economische omstandigheden of de waarde van hun vaardigheden veranderen. Daarnaast openen bedrijven te weinig nieuwe vacatures om vers bloed in de onderneming te pompen. Hierdoor duurt het langer voordat werknemers op de plekken komen waar ze het meeste nodig en nuttig zijn. Ook worden innovatieve en risicovolle technologieën minder snel ontwikkeld en ingezet, omdat de kosten van een mislukking hoger zijn. Het gevolg van dit alles is productiviteitsverlies.

Voor de meeste arbeidsrelaties is een zekere mate van bescherming wenselijk, omdat het werknemers de kans biedt te investeren in bedrijfsspecifieke vaardigheden die in andere bedrijven moeilijker zijn te benutten. Niets staat individuele bedrijven in de weg om met hun werknemers een ontslagvergoeding af te spreken. We moeten dan ook oppassen met beleid dat iedereen in hetzelfde keurslijf dwingt, omdat bedrijven verschillen in hun behoefte aan flexibiliteit en werknemers in hun voorkeuren voor zekerheid. Het is beter als partijen dat bij de start van een baan onderling regelen.

Een complicatie in het debat is de belangentegenstelling tussen jong en oud. Ouderen hebben vaker een vaste baan en zullen dus een deel van hun bescherming verliezen. De claim dat dit zal leiden tot massaontslagen onder ouderen is echter ongegrond.

De meeste oudere werknemers functioneren prima en zullen weinig merken van de veranderingen. Bedrijven kunnen immers niet zomaar iemand ontslaan en ook het vervullen van een nieuwe vacature kost tijd en geld. Alleen degenen die een hoger loon hebben dan hun productiviteit zullen mogelijk een lager loon moeten accepteren of een grotere kans hebben te worden ontslagen. Er bestaat echter geen bewijs dat dit een grote groep is.

Tot slot, wat is het publieke belang? De overheid moet balanceren. Enerzijds houdt een bedrijf dat iemand ontslaat er geen rekening mee dat het de samenleving opzadelt met de plicht een uitkering te verzorgen. Dit pleit voor bescherming en een integrale behandeling van al het arbeidsmarktbeleid. Anderzijds leidt een hoge bescherming tot het openen van te weinig nieuwe banen. Hierdoor blijven werklozen langer op de bank. Te veel ontslagen moeten dus voorkomen worden, maar het openen van nieuwe banen moet niet worden gefrustreerd. Een combinatie van ontslagbescherming en subsidies op het creëren van nieuwe banen zou beide doelen kunnen verenigen.

Echter, alleen ontslagbelasting zonder baancreatiesubsidie belast de sectoren met veel in- en uitstroom (waar ook veel laaggeschoolden werken) extra en is daarom onwenselijk.

Pieter Gautier is hoogleraar Economie aan de Vrije Universiteit
Bas ter Weel is hoogleraar Economie aan de Universiteit Maastricht

 
Alleen degenen die een hoger loon hebben dan hun productiviteit zullen mogelijk een lager loon moeten accepteren of een grotere kans hebben te worden ontslagen.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden