Masculien feminisme

Feminien feminisme zou het niet als vooruitgang beschouwen wanneer vrouwen zich in bed als mannen gaan gedragen. Met de feministen van Opzij heb je geen mannelijke chauvinisten meer nodig....

Het feministische maandblad Opzij is verjongd om meer jongere lezers aan te trekken. Het lezeressenbestand veroudert blijkbaar en het gerestylede decembernummer lonkt nu naar jongere vrouwen met koppen als: 'Seks is geen plicht - op naar een tweede seksuele revolutie'. 'En ook: Het naveltruitje is een blijvertje'.

Aandachtig bladerend en hier en daar iets lezend, vraag ik me af wat er nieuw is aan de uitstraling van Opzij, afgezien van de frissere opmaak. Een nieuwe koers - bijvoorbeeld een wat meer vrouwvriendelijke toon - zit er kennelijk niet in. Het blijft duidelijk dat vrouwen van Opzij mannenlevens moeten leiden.

Hoofdredacteur Cisca Dresselhuys verzucht bijvoorbeeld in haar introductie onder de kop 'Ruziënde moeders' dat het zo moeizaam praten is over het onderwerp nut en noodzaak van betaald werk voor alle vrouwen. Steeds meer vrouwen gaan uit werken en daarvoor zijn goede regelingen nodig, thuis en buitenshuis, schrijft ze. Ze noemt het niet, maar als ervaren Opzij-lezeres denk ik hierbij automatisch aan kinderopvang, zorgverloven, en een man die je door kundig onderhandelen hebt gebracht tot meezorgen thuis.

Niets mis mee natuurlijk. Maar over een standaard werkweek van 25 uur voor man en vrouw, indertijd toch een van de doeleinden van de tweede feministische golf en voorwaarde nummer één voor een ontspannen combinatie van werk en ouderschap, hoor je Opzij niet. Waarom eigenlijk niet? Het is mislukt en we moeten er blijkbaar maar niet meer over zeuren. Dresselhuys zei het al een paar jaar geleden in een interview, toen de 25-urige werkweek ter sprake kwam: 'Kijk, als dat allemaal niet lukt, zal je concessies moeten doen, of van kinderen moeten afzien.'

Met een 25-urige werkweek is het voor de meeste mensen mogelijk financieel zelfstandig te worden - zeker voor de hoger opgeleiden voor wie Opzij gemaakt wordt. Toch is het onderwerp afgeserveerd. Hard en lang werken moet kunnen. Of is het: hard en lang werken moet, punt? Niet zo gek voor een blad met een kinderloze hoofdredacteur, maar jammer voor het feminisme, dat toch ook voor moeders was bedacht.

In de brievenrubriek van de gerestylede Opzij vraagt een lezeres waarom neurobioloog Dick Swaab in het oktobernummer een nul kreeg van Dresselhuys op de Feministische Meetlat. Dat had mij ook verbaasd. Ik heb het interview nog even opgezocht. De man werkt te hard, maar dat doen vrijwel alle prominenten die langs de lat gaan. Swaab heeft het echter onomwonden over verschillen tussen mannen- en vrouwenhersenen. 'Vrouwen zijn beter in het combineren van gegevens die ze binnenkrijgen over personen, over situaties, ze kunnen beter associëren door dat grote aantal verbindingen. Mannen zijn meer toegespitst en beperkt wat dat betreft. Dat heeft ook z'n voordelen, zij kunnen op een bepaald terrein dus heel ver komen.'

De enige verklaring voor zijn slechte cijfer is eigenlijk dat biologische, aangeboren verschillen tussen man en vrouw niet mogen van de Opzij-hoofdredacteur. Maar hoe feministisch is dat?

De feministische Amerikaanse biologe Sarah Blaffer Hrdy gaat in haar lijvige werk Moederschap ook uit van aangeboren verschillen, ingesleten door onze verschillende evolutionaire opdrachten. Het mannelijke voortplantingsscenario houdt in dat elke individuele man zoveel mogelijk indruk moet maken, niet alleen op andere mannen maar ook op vrouwen, om zijn kansen op geslaagde bevruchtingen te maximaliseren. Daarom spitst hij zich toe op grote, opvallende prestaties.

Het vrouwelijke scenario daarentegen behelst een complex programma van zorg voor een optimaal - niet maximaal - aantal kinderen, dat de vrouw tot wasdom moet zien te brengen. Daarom zijn vrouwen veel breder geïnteresseerd dan alleen in prestaties en richten ze zich sterk op relaties en processen.

Volgens Hrdy zie je die mannelijke drang tot scoren bij natuurvolkeren, waar de vrouwen het basisvoedsel bijeenbrengen, terwijl de mannen op jacht gaan naar grote prestige-objecten om de blits te maken bij de hele stam.

Volgens mij zie je hem ook in onze door mannen beheerste maatschappij, gericht op maximalisatie van productie, winst en groei. Mannen werken graag hard en lang, ook als ze daarmee hun relaties tekortdoen, omdat ze indruk moeten maken. Vrouwen worden eerder gelukkig als werk en privé-leven in balans zijn, als er harmonie in huis is, volop tijd voor liefde, aandacht en zorg.

Vanuit het evolutionair-biologische perspectief bekeken, is het streven naar topcarrières met weggeregelde kinderen voor mannen en vrouwen volstrekt masculien. Als het feminisme gebaseerd zou zijn op het feminiene model, was zorg niet een zeurderig agendapunt geworden, maar een eerste prioriteit voor iedereen. Dan had geen rechtgeaarde feminist zich neergelegd bij het mislukken van de 25-urige werkweek, maar was die als speerpunt van de beweging gehandhaafd. Met deeltijdwerk voor ouders, bijvoorbeeld gekoppeld aan de leeftijd van de kinderen, net als de kinderbijslag nu.

Feminiene feministen zouden actief en consequent de scoor- en presteer dwang van mannen en vrouwen met kinderen hebben ontmoedigd en afgeremd. Want het gaat in het feminiene systeem niet om zoveel mogelijk (zoveel mogelijk bevruchtingen, zoveel mogelijk spullen, zoveel mogelijk roem) maar om zo gunstig mogelijk, alles in aanmerking genomen - de optimale omstandigheden om een optimaal aantal kinderen veilig groot te brengen.

Feminien feminisme zou overigens ook het feit dat Nederlandse vrouwen zoveel meer voor hun eigen gezin zorgen dan hun buitenlandse soortgenoten en daar carrièrekansen en financiële onafhankelijkheid voor laten lopen, in een ander licht zetten. Het zou daar niet naar kijken als een koe naar het onweer, maar het voortvarend onderzoeken. Hoe ligt het verband met het gegeven dat de Nederlandse maatschappij internationaal gezien betrekkelijk feminien is? Het zou bijvoorbeeld best kunnen dat wij ons relatief nog veel vrouwelijke zorg kunnen permitteren, omdat onze mannen minder macho zijn dan die van andere landen.

Dit soort overwegingen zul je in Opzij echter niet vinden. Dresselhuys maakte in een interview met Stella Braam en Xandra Schutte voor de Groene Amsterdammer enkele jaren geleden al duidelijk hoe zij over vrouwelijkheid in het algemeen denkt: ' ''Getver!'', roept ze, als we haar vragen naar de opwaardering van het vrouwelijke.'

Vandaar misschien dat Helga Ruebsamen in de nieuwe Opzij tegen haar wil in een masculiene triomfatorpose wordt afgebeeld. Vandaar dat een column getiteld 'Kwakdenken' fulmineert tegen het alternatieve gezondheidscircuit en pleit voor afschaffing van vergoedingen voor alternatieve consulten, hoewel bekend is dat veel meer vrouwen dan mannen naar alternatieve genezers gaan. Zouden vrouwen zich met hun brede, procesgerichte denkramen wellicht beter thuisvoelen in disciplines die de mens als geheel zien, dan in de gangbare medische wetenschap die elk onderdeel afzonderlijk behandelt, als ware het lichaam een machine? Onzin, het zijn irrationele keuzes van die vrouwen, foetert de columnist.

En vandaar dat in de vier artikelen over het thema seks, in totaal acht pagina's tekst, niet meer dan twee keer het woord liefde voorkomt: een keer als het gaat over het gebrek aan aandacht en liefde waardoor huwelijken kapotgaan, en een keer zonder speciale betekenis in de term 'de liefde bedrijven'.

Was het niet al heel lang bekend dat vrouwen van huis uit geneigd zijn een koppeling te leggen tussen seks en liefde? Seksuoloog Rik van Lunsen bevestigt dat ook hier weer, als hij stelt: 'Gemiddeld gesproken zijn voor veel vrouwen intimiteitsgevoelens een voorwaarde voor seks, terwijl voor mannen vaak geldt dat zij hun intimiteitsgevoelens uit seks halen.'

De Opzij-auteur gaat er verder niet op in. Een feminien soort feminisme zou die typisch vrouwelijke behoefte aan intimiteitsgevoelens in bed op zijn minst serieus nemen en onderzoeken hoe dat in de praktijk werkt. Hoe kunnen mannen bij het vrijen hun liefde uiten? Weten ze dat zelf wel, kunnen we het ze duidelijk maken, kunnen vaders het hun zonen leren?

Het ligt voor de hand dat het meer met relatie dan met prestatie te maken zal hebben, meer met processen dan met resultaten. Een feminien feminisme zou het niet als vooruitgang beschouwen wanneer vrouwen zich in bed precies zo gaan gedragen als mannen, en uitsluitend op orgasmes gericht raken. 'Misschien wordt het wel tijd voor een nieuwe seksuele revolutie', schrijft Opzij, 'waarin vrouwen eindelijk het juk van zich afwerpen van wat ze allemaal zouden moeten vinden, voelen en doen en de ruimte nemen om te ontdekken wat ze in werkelijkheid willen en voelen.'

Maar hoeveel ruimte is hier voor de liefde? De geïnterviewde deskundigen komen niet verder dan onduidelijk gepraat over al dan niet zin in seks hebben. Het artikel eindigt met de obscure aansporing aan vrouwen wat zachter te worden, waarmee ook weer niet bedoeld wordt dat ze eindelijk hardop over liefde mogen praten - nee, de suggestie is, in flagrante tegenstelling tot de cover, dat ze best wel weer eens tegen hun zin zouden mogen vrijen.

Met zulke feministen heb je geen mannelijke chauvinisten meer nodig, zou je zeggen. Het voert hier te ver het hele nummer langs zo'n feminiene meetlat te leggen. Maar ik maak me sterk dat een vrouwvriendelijk feministisch blad heel wat andere accenten zou leggen. Het boek van Edith Hagenaar bijvoorbeeld, over thuiswerkende moeders, dat nu met een bits commentaartje in een klein hoekje wordt afgehandeld, zou waarschijnlijk juist veel aandacht krijgen. Dit zijn de vrouwen die het door roeien en ruiten lukt: thuis zijn voor de kinderen en bovendien financieel zelfstandig worden. Hoe doen ze het? Welk werk leent zich ervoor, welk niet? Wat zijn de obstakels, wat helpt?

De vernieuwde Opzij gaat gewoon door zoals ze al jaren gaat: veel emotie, weinig zorg. Veel amusement, weinig consistente visie. Of het moest zijn dat vrouwenemancipatie betekent dat je lekker je gang kunt gaan, in een zorg-loos, gedachteloos egoïsme. Enkele jaren geleden culmineerde dat zelfs in een enthousiast artikel over plastische chirurgie: vrouwen konden volgens Opzij helemaal zelf bepalen hoe ze eruit wilden zien en dat was toch een grote verworvenheid. Dat de resultaten van facelifts en dergelijke eerder neigen naar een eenheidsworst in het uiterlijk, en zelden de patiënte een karakteristiek eigen gezicht geven, werd niet eens vermeld, laat staan bekritiseerd.

De boodschap die Opzij als geheel uitdraagt, is dat vrouwen zich moeten aanpassen aan typisch mannelijke verwachtingspatronen. Verf je haar, lak je nagels, zeur niet over kinderen en werk jezelf drie slagen in de rondte, want er moet gescoord en gepresteerd worden. De grote advertentie van de bank die je direct tegenkomt als je Opzij openslaat, met een gretig shoppende vrouw in een dure schoenenwinkel, vat het ongeveer samen: 'Altijd dingen zien die je óók nog wilt [moet kunnen]'.

De boodschap die Opzij als geheel uitdraagt, is dat vrouwen zich moeten aanpassen aan het masculiene patroon van scoren en presteren. Geen wonder dat al die prominente mannen zichzelf maar al te graag langs de meetlat laten leggen. Ze weten zich, met wat voor cijfer ze er ook uitkomen, volkomen veilig in hun op hol geslagen mannenmaatschappij.

Opzij is duidelijk niet van plan de basiswaarden van die maatschappij ter discussie te stellen, laat staan omver te werpen. Als ik Dresselhuys was, zou ik het toch nog eens proberen met die opwaardering van het vrouwelijke. Misschien dat Opzij daarmee aantrekkelijker wordt voor jongere generaties.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden