Masai willen water Kilimanjaro terug

Borrelend en suizend spuit kristalhelder water omhoog tussen de keien aan de voeten van Samuel Maina. De joviale ingenieur van het ministerie van Waterzaken zit op zijn hurken bij de Noolturesh-bron, niet ver van het stadje Loitokitok bij de Tanzaniaanse grens....

Het water wordt beschermd door een bunker van gewapend beton, waarin je alleen via een luik kunt komen. Hier begint dan ook een belangrijke pijpleiding, die het drinkwater 260 kilometer landinwaarts vervoert, tot aan Machakos, een stadje niet ver van Nairobi. ‘Per seconde komt hier 243 liter water uit’, zegt Maina, niet zonder trots. ‘Een kwart gaat naar de oude rivierbedding, de rest stroomt de pijpleiding in.’

Het water, zegt Maina, komt rechtstreeks van de gletsjers van de Kilimanjaro, de slapende vulkaan, die 5895 meter boven Loitokitok uittorent. ‘Dit is smeltwater, aangevuld met regenwater. Het zakt boven op de berg in de grond en komt hier omhoog. Als de gletsjers verdwijnen zoals de wetenschappers zeggen, heeft dat absoluut gevolgen voor de bron en de duizenden gebruikers. We maken ons echt zorgen.’

Op kortere termijn heeft Maina echter andere zorgen. De pijpleiding loopt dwars door het gortdroge gebied van de Masai, het kleurrijke herdervolk dat leeft van melk en vlees. Wie langs de stalen pijp leeft, kan zich ‘abonneren’ op een aftakking, een smalle buis die het water naar een drinkbak vervoert, voor henzelf en hun vee.

Maar van de 78 tappunten die drie jaar geleden in gebruik waren, resteren er nog twintig. ‘De rest is afgesloten’, verklaart Maina. ‘De Masai laten hun rekeningen oplopen tot afbetalen onmogelijk is. Dan draaien we de kraan dicht. Of ze trekken de leiding door naar een tomatenveldje, voor irrigatie. Dat mag niet, dan verdampt te veel water. Dus sluiten we ook af.’

Dat gaat niet zonder slag of stoot. Uit frustratie hakken de afgesloten herders de leiding soms open. Metershoog spuit het kostbare water dan de lucht in. ‘We merken het meteen: de druk valt weg. Twee weken terug moesten we de pijpleiding op drie plekken repareren.’

De daders gaan zelden de cel in. Alles wordt opgelost met praten, na inschakeling van dorpsoudsten. Het water ligt gevoelig: de Masai vinden dat ze recht hebben op ál het water, het ontspringt immers in Masai-gebied. ‘Ik weet dat ze zo redeneren’, zegt Maina zachtjes. ‘Maar dat is egoïstisch. Onze natuurlijke hulpbronnen zijn voor alle Kenianen.’

Het nationale park Amboseli, veertig kilometer verderop, is al even afhankelijk van het water van de Kilimanjaro. Het is een van de populairste bestemmingen voor toeristen in Kenia: waar anders kun je kuddes olifanten en zebra’s langs eeuwenoude acacia’s zien trekken, met de besneeuwde top van de Kilimanjaro op de achtergrond? Het wild komt af op het zoete water, dat hier opborrelt en de moerassen vult.

De goedmoedige ranger John Plimo werkt er nu vijftien jaar. ‘Wij zijn hier direct afhankelijk van de gletsjers’, zegt hij. ‘Vertel ze in Amerika alsjeblieft dat ze meer moeten doen om het broeikaseffect tegen te gaan. Vertel ze dat ze op windenergie moeten overgaan!’

Plimo, die zich om 6 uur ’s ochtends in kreukloos kaki heeft gemeld voor een wildtocht, wijst de weg naar een bron aan de rand van het park, buiten het toeristengebied. Hier komt een deel van het water omhoog, dat de moerassen voedt.

Het is een serie vijvers, omzoomd met idyllisch groene planten, dat scherp afsteekt tegen de gelige savanne van Amboseli. Vogelgeluiden worden er slechts onderbroken door het geproest van een onzichtbaar nijlpaard. In de verte zwerven zebra’s en gnoes.

‘Het verandert hier’, mijmert Plimo. ‘Vorig jaar stonden onze moerassen bijna droog. Je zou denken dat door het smelten van het ijs het water op korte termijn stijgt. Maar het zakt eerder. Dat komt door de verdamping, vrees ik. De temperatuur stijgt voelbaar: tien jaar geleden kon ik hier prima rondlopen, nu vind ik het vaak te heet. Misschien bestaat Amboseli over een eeuw alleen nog in geschiedenisboeken.’

Vlak voor de vijver is de aarde volledig kaal getrapt. ‘Dat komt door de koeien van de Masai, die hier komen drinken’, zegt hij. ‘Zie je die gnoes daar? Zij lopen achter elkaar, in één spoor, net als het andere wild, en maken het gras niet stuk. Alleen koeien doen dat, want die lopen naast elkaar.

De relatie tussen het park en de Masai is lang moeilijk geweest. Voor het park in 1974 ontstond, lieten ze er hun kuddes grazen in de droge tijd. Maar toeristen willen geen koeien zien tussen giraffes en leeuwen. Dus moesten de Masai weg. Om Amboseli staat echter geen hek en het wild zwermt in de regentijd uit over het gebied van de Masai. Zij hadden geen behoefte aan extra grazers en dreven het wild weer terug naar Amboseli, waar te weinig gras was.

Inmiddels is een redelijke verstandhouding ontstaan. De Masai mogen op vaste uren hun kuddes drenken in het park en laten op hun beurt het wild met rust. ‘We moeten de Masai dankbaar zijn, ze zorgen goed voor ons wild’, zegt Plimo. ‘We hebben ook geen last van stropers. Masai jagen niet: als je een wild dier doodt, roept je een vloek over je af, geloven ze.’

Maar niet voor alle Masai heeft hij begrip. ‘Onlangs zijn twee dronken Masai gedood door een olifant. We hadden ze vaak gewaarschuwd ’s avonds niet rond te lopen. ‘Dit is ons land, ik loop waar ik wil’, kreeg je dan te horen. Ze zijn op een solitaire olifantenstier gestuit. Ach, het was vreselijk om te zien. Een van hen was finaal doorboord door een slagtand.’

Dertig kilometer buiten het park ligt de ‘boma', het erf met van takken en koemest gemaakte hutten, van John Ntirraba (50). De trotse veehouder in paarsblauwe doek, met slippers van autobanden, woont er met zijn twee vrouwen en de jongste van zijn negentien kinderen.

Tot twee jaar terug was hij een rijk man, met tweehonderd koeien en tweehonderd geiten. Alle kinderen stuurde hij naar school – op twee dochters na dan, iemand moet toch voor het vee zorgen.

Maar toen kwam de droogte van 2005. Zijn dieren stierven als vliegen, vertelt hij. ‘Uiteindelijk trokken we met het vee naar de Kilimanjaro, hoog de berg op, zoals onze voorvaderen deden.’ Het was te laat: slechts dertig koeien en vijftig geiten overleefden die droogte.

Ntirraba’s lot zou minder zwaar zijn als de pijpleiding met water van de Kilimanjaro was doorgetrokken naar zijn woongebied, zoals de regering ooit had beloofd. ‘Maar de dichtstbijzijnde aftakking ligt ver weg.’

De Masai-volksvertegenwoordigers in de districtsraad in Loitokitok trekken zich het lot van hun volk aan. ‘Ze hebben onze natuurlijke hulpbronnen gestolen’, zegt John Marrinka, lid van de districtsraad, die zijn uitgerekte oorlel om zijn oorschelp heeft geklapt. ‘We zullen het water van de Kilimanjaro terugnemen. Maar dat gaat lang duren: we strijden alleen met democratische middelen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden