Reportage Asielprocedure

Maryam (18), Omar (16) en Maysam (11) voelen zich Nederlands, maar of ze mogen blijven is onzeker

Lili en Howick mogen blijven, maar naar schatting vierhonderd andere asielkinderen verkeren nog in onzekerheid over hun lot. Ze wonen langer dan vijf jaar in Nederland en komen desondanks niet in aanmerking voor het kinderpardon. Het Iraakse gezin Al Neema vecht al tien jaar voor een verblijfsvergunning.

Foto Marcel van den Bergh / de Volkskrant.

‘Ik vind het echt leuk voor Lili en Howick dat ze mogen blijven. Maar ik hoop wel dat ik ook zo’n vergunning krijg voor Nederland’, zegt Maysam Al Neema (11). Ze was nog een baby toen ze tien jaar geleden met haar vader en moeder uit Bagdad naar Nederland kwam, met haar broer Omar, nu 16 jaar oud, en haar zus Maryam, nu 18 jaar. Een verblijfsvergunning heeft het gezin niet.

Maysam houdt van zwemmen, het maken van slijm, dansen en liedjes van Ed Sheeran. Arabisch spreekt ze niet. Ze wil later dokter worden, in Nederland. Maandagmiddag doet ze haar huiswerk aan de tafel in de krappe woonkamer van hun sobere verblijf in het Utrechtse asielzoekerscentrum. Maryam zit naast haar te lezen over tandprotheses, voor haar studie tandtechniek. Ze wil tandarts worden, net als haar vader. Maar hoe, vraagt ze zich weleens af. ‘De mogelijkheid dat wij terug worden gestuurd naar Irak hangt als een donkere wolk boven mijn hoofd.’

De tienerzussen voelen zich Nederlands. ‘Ik leef hier vrij, ik zou me niet meer kunnen aanpassen daar’, zegt Maryam. ‘In Irak zou nu de druk op mijn ouders al worden opgevoerd, dat ik moest gaan trouwen.’ Maysam: ‘Ik ben blij dat door de aandacht voor Lili en Howick meer Nederlanders nu weten hoe asielzoekerskinderen zich voelen.’

In Nederland geworteld

Daarom willen de zussen en hun ouders hun verhaal te vertellen: om te laten zien dat er behalve Lili en Howick nog naar schatting ongeveer vierhonderd asielkinderen langer dan vijf jaar in Nederland zijn. Die toch niet in aanmerking komen voor het kinderpardon; veelal omdat hun ouders volgens de Nederlandse overheid onvoldoende hebben meegewerkt aan uitzetting. Door de aandacht voor Lili en Howick is inmiddels een petitie gestart om voor deze groep in Nederland gewortelde kinderen het kinderpardon te verruimen.

Maryam: ‘Wij zijn geen nummertjes, er zitten mensen met gevoelens achter zo’n getal. Politici moeten beseffen dat de regels die zij maken, gevolgen hebben voor ons.’ Hun broer Omar (16) wil niet meewerken aan het verhaal. Hij denkt dat het toch allemaal niet meer uitmaakt, zegt zijn moeder Aliya Al Neema (48). Volgens haar zijn ze te lang in Nederland om nog te kunnen terugkeren. ‘Mijn kinderen zijn hier geworteld, hun wereld is hier. Nederland is hun thuis. De kinderen zijn niet schuldig aan deze situatie. Het gaat allang niet meer om ons, maar om onze kinderen.’

Het doet moeder Aliya pijn om haar kinderen te zien lijden. Met z’n vijven woonden ze onder meer in Musselkanaal, Delfzijl en Katwijk, vaak met z’n allen op één kamer, en sinds maart dit jaar in Utrecht. Behalve de onzekerheid valt ook het telkens verhuizen de kinderen zwaar. Maysam heeft vaak buikpijn. Maryam voelt steken in haar lichaam. Omar slaapt slecht.

Familie Al Neema uit Irak. Foto Marcel van den Bergh / de Volkskrant.

Steeds onveiliger

‘We zijn geen gelukszoekers’, beklemtoont vader Adel Al Neema (47). ‘Als wij terug hadden kunnen gaan, hadden we dat gedaan.’ In Bagdad had hij een bloeiende tandartspraktijk, zij vrouw heeft biologie gestudeerd. Maar de Iraakse hoofdstad werd steeds onveiliger voor het soennitische middenklassegezin. Hij werd bedreigd, vertelt Adel. ‘Mijn zoon zag als vijfjarige hoe een vriendje van hem werd ontvoerd. Ook was hij in de buurt van een autobomaanslag. Hij heeft er een trauma van.’

Maar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), die asielaanvragen behandelt, zag in hun verhaal onvoldoende grond voor asiel. ‘We hebben eerst twee jaar gewacht op die IND-uitspraak’, vertelt Adel. ‘Daarna gingen we in beroep. De rechtbank gaf ons gelijk. Toen ging de IND daartegen in hoger beroep. Dat verloren wij.’

Ook een volgend asielverzoek van het gezin werd afgewezen. In 2011 deden ze nogmaals een verzoek, zich beroepend op de psychische problemen van hun zoon. Na negen maanden ontvingen ze weer een afwijzing.

Kinderpardon

Daarna vestigden ze hun hoop op het kinderpardon, bedoeld voor asielkinderen die langer dan vijf jaar in Nederland zijn. Voor het eerste voorlopige kinderpardon van begin 2013 kwamen ze net een paar maanden te kort, en voor het definitieve kinderpardon kwamen ze niet in aanmerking. Adel: ‘Het verwijt was dat ik onvoldoende had meegewerkt aan onze uitzetting. Mijn antwoord is dat het te onveilig is in Bagdad.’

Nu wachten ze op de uitkomst van een volgende procedure. Aliya: ‘Wij hebben vanaf de eerste dag onze echte naam gegeven, en alle officiële documenten die we hadden aan de IND overhandigd.’ Ze werkt in de crèche van het asielzoekerscentrum. ‘Hoeveel verdriet wij ook hebben, wij proberen als ouders zo normaal mogelijk door te gaan, voor onze kinderen.’

Foto Marcel van den Bergh / de Volkskrant.

Adel doet als vrijwilliger tandcontroles bij uitgeprocedeerde asielzoekers voor de stichting STIL Utrecht, die zich al meer dan twintig jaar inzet voor illegalen in de stad. Op basis van zijn oordeel worden degenen met ernstige tandproblemen doorgestuurd voor behandeling. Margreet Jenezon, coördinator van STIL, is blij met de hulp van de ervaren tandarts. ‘Wij zien veel afgewezen asielzoekers bij ons uit onder meer Irak, Afghanistan en Sudan, die niet terug durven naar hun land omdat het daar te onveilig is’, zegt Jenezon. ‘Veel mensen procederen door en krijgen dan alsnog een vergunning. Dan kun je het mensen niet kwalijk nemen dat ze blijven procederen.’

Zo gewoon mogelijk

Maysam en Maryam hebben op hun scholen nooit verteld dat ze asielzoekers zijn zonder verblijfsvergunning. ‘Wie weet gaan ze je dan anders behandelen, gaan ze je zielig vinden’, zegt Maysam. ‘Ik heb liever dat ze me zien als persoon. Ik heb nu één vriendin in de klas die het weet, die heeft beloofd het niet door te vertellen. Ik hoop maar dat ze deze krant niet zien.’

‘Ik wil zo gewoon mogelijk een student zijn op de opleiding’, zegt Maryam. ‘Maar daardoor blijven veel contacten oppervlakkig, omdat je bijna niets over jezelf kunt vertellen. Ooit hoop ik dat ik vrienden kan uitnodigen in een echt huis.’

Dubbele gevoelens

‘Niet alle vierhonderd asielkinderen die langer dan vijf jaar in Nederland zijn willen en kunnen zo in de publiciteit als Lili en Howick’, zegt een woordvoerder van kinderrechtenorganisatie Defence for Children. ‘Een aantal dossiers ligt bovendien nog ter beoordeling voor aan de staatssecretaris. Veel kinderen in deze positie zijn erg kwetsbaar door de stress die hun situatie geeft. We zullen ook nooit kinderen pushen om de publiciteit te kiezen zoals deze Armeense kinderen dat hebben gedaan, dat is heel zwaar en belastend.’

Het besluit dit weekend van staatssecretaris Harbers om Lili en Howick alsnog een verblijfsvergunning te geven, roept dubbele gevoelens op, bij onder meer Vluchtelingenwerk. Zij zijn blij voor deze Armeense kinderen, maar ze kennen veel voor het publiek onzichtbare gezinnen met eveneens in Nederland gewortelde kinderen die dreigen te worden uitgezet: naar landen als Afghanistan en Irak, die veel gevaarlijker zijn dan het relatief veilige Armenië. ‘In juli is nog een gezin met kinderen uitgezet naar Afghanistan, en deze week dreigt dat weer te gebeuren, het gezin zit al in vreemdelingendetentie’, zegt woordvoerder Annemiek Bots van Vluchtelingenwerk Nederland. ‘Na Howick en Lili hoop ik dat het Nederlandse publiek en de politiek zich ook om deze kinderen wil bekommeren, en niet zegt: nu is het wel weer klaar.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.