Marxist wordt kapitalist in Angola

Nu de ontwikkelingshulp snel opdroogt, vormen Afrikaanse sociale projecten zich steeds vaker om tot commerciële bedrijven. En dat blijkt zo gek nog niet. Neem Angola: daar heeft het succes.

LUANDA - Het tijdperk van de ontwikkelingshulp loopt ten einde, zegt Allan Cain, directeur van de Development Workshop, een particuliere ontwikkelingsorganisatie in Angola. Ook voor ideële clubs als de zijne. 'We maken een gedaanteverwisseling door van sociale werkplaats naar een bedrijf.'


Veel keus heeft de Development Workshop niet: de financiële steun voor sociale projecten, die voor een belangrijk deel uit Nederland kwam, droogt snel op. Ook in andere donorlanden is de trend neerwaarts, zegt Cain, zoals in Canada, zijn geboorteland van waaruit hij 30 jaar geleden naar Angola kwam. ('Ik heb geen Angolese nationaliteit, maar mijn kinderen die hier zijn geboren wel.') De Development Workshop is al lang geleden een Angolese organisatie geworden.


Op zijn oude dag toch nog ondernemer worden, dat had hij ook niet gedacht toen hij als linkse activist de Angolese marxistische revolutie kwam helpen, zegt hij in het met dossierdozen volgepakte kantoor in Luanda. 'Maar eerlijk gezegd bevalt het uitstekend.'


'Onze vrijheid neemt enorm toe. We willen al liever geen schenkingen meer ontvangen, veel liever krediet met rente en aflossing. We stoten de projecten die we op de been helpen zo snel mogelijk af: die moeten als commerciële ondernemingen verder. Wij zijn aandeelhouders en strijken dividend op.' Eigenlijk geeft hem dat meer bevrediging dan als hij vroeger weer subsidie had binnengeloodst.


Het grootste succes tot nu is de verzelfstandiging van een bank die microkredieten verstrekt, Kixi Crédito. Die instelling werd in de jaren negentig opgericht naar het voorbeeld van de Grameen Bank in Bangladesh waar oprichter Mohamed Yunus in 2006 de Nobelprijs voor kreeg. 'Maar door de enorme inflatie in die tijd was werken heel moeilijk.' Donorgeld hield de boel overeind. Na het einde van de burgeroorlog in 2002 kreeg Angola een stabiele groeieconomie.


Cain: 'De vraag naar microkredieten nam enorm toe, omdat veel gevluchte families terugkeren naar hun grond en verlaten bedrijfjes. Kixi Crédito werd vier jaar later een commerciële onderneming, met leningen van de Nederlandse Triodos Bank en andere ideële kredietverstrekkers en soms ook commerciële banken tegen een behoorlijk hoge rente. Dat is niet erg, het dwingt tot scherpte, je kunt niet slordig werken.'


De kredietbank draait al jaren met flinke winst, 13 miljoen dollar in 2012. Er zijn 15 duizend klanten. Cain weet dat omdat zijn organisatie aandeelhouder is en in de raad van toezicht zit. Kleine ondernemers kunnen ook vrijwel nergens anders heen. 'Bij Kixi zijn de leningen gemiddeld 1.000 dollar; bij alle andere banken begint een 'microkrediet' bij 10.000. Dan zijn je klanten niet de armen en dat soort leningen worden meestal voor consumptieartikelen gebruikt.'


'Maar het grootste probleem op de geldmarkt zijn de staatsobligaties: de staat betaalt 20 tot 25 procent rente - geen probleem dankzij de olie-inkomsten van het staatsbedrijf Sonangol. Dus iedereen stopt zijn geld in zulke lucratieve obligaties. De Portugese banken hebben dat ook gedaan - zo hebben ze het hoofd boven water gehouden in de crisis.'


Beginnende ondernemers komen niet van de grond met zulke hoge rentes op hun startleningen en wenden zich tot Kixi Crédito. 'Vlak na het uitbreken van de financiële crisis vijf jaar geleden konden we nergens geld vinden, maar nu is het geen enkel probleem. Amerikaanse fondsen zijn geïnteresseerd en ook Sonangol. Dat heeft de microkredieten ontdekt als succesmodel.'


Als tweede voorbeeld van een sociaal project dat nu een succesvol bedrijf is, noemt Cain de timmerfabriek in de tweede stad Huambo: HabiTec. Vijftien jaar geleden begonnen om werkloze jongeren aan werk te helpen. Gratis hout was er in overvloed van de eucalyptusbomen die ooit als brandstof dienden voor de stoomlocomotieven van de Benguela-spoorlijn. Toen het vrede werd in 2002 groeide het bedrijf enorm door de aanleg van houten bruggen die in de oorlog in de wijde omtrek waren verwoest. Daarna ging HabiTec schoolbankjes maken voor de vele dorpsscholen die weer opengingen.


Nog steeds is het schoolmeubilair het belangrijkste product met de overheid als betrouwbare afnemer, maar HabiTec is naarstig op zoek naar mogelijkheden op de particuliere markt, zegt de directeur in Huambo, Daniel Kubioka. Het bedrijf groeit snel: er werkt nu 31 man personeel en hij heeft 20 nieuwe werknemers nodig.


Kubioka was al ondernemer, maar zijn eigen timmerfabriek was in de opbouwfase failliet gegaan. 'Ik was wat te ambitieus en onbezonnen en het lukte niet genoeg kredieten los te krijgen bij de banken.' Het goede netwerk dat hij als ngo bij gemeente en provincie had opgebouwd helpt hem enorm; met HabiTec kan hij zijn dromen alsnog verwezenlijken. Hij wil meer deuren en raamkozijnen maken voor de florerende bouw in de omgeving - veelal buitenlandse ondernemers met geïmporteerde materialen. 'Een Braziliaans bouwbedrijf laat 600 deuren bij ons maken.' Hij heeft ook tien particuliere klanten die het houtwerk voor hun villa's bij HabiTec hebben besteld. En hij wil ook exporteren. 'Waarom niet, het moet mogelijk zijn.'


De schoolbanken zijn ook voor Angola's buurlanden interessant, als de kwaliteit goed genoeg is. Het jonge eucalyptushout vergt een speciale behandeling - daarvoor heeft HabiTech eigen apparatuur ontwikkeld - maar dan is het ook prachtig materiaal. Uit Zuid-Afrika heeft Kubioka een gepensioneerde adviseur laten komen, Ronnie Fourie.


Fourie is een wat verschrompelde blanke man, die nog wat avontuur in Afrika zoekt, zegt hij. Het viel hem niet mee in Huambo: 'De kwaliteit van de bankjes was matig en de werknemers hebben kennis noch werkdiscipline.' Maar het gaat de goede kant op, zegt Kubioka: 'We hebben nu een ijzeren frame toegevoegd aan de schoolbanken.' Die frames importeert HabiTech uit Zuid-Afrika, in de hoop ze als schoolbanken terug te verkopen.


Dat past niet erg in de oorspronkelijke bedrijfsfilosofie, zegt Sales Duarte van de Development Workshop in Huambo. Maar het is goed: een verzelfstandigd commercieel bedrijf gaat nu eenmaal zijn eigen weg.


Allan Cain


directeur van de particuliere hulporganisatie Development Workshop

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden