Martine is weg

Ze was een knap meisje, een ruitjesbroek aan en plateauzolen onder haar voeten. Rustig zat ze tegenover ons op de bank, wachtend op de vragen die we haar zouden stellen....

FERRY MEEWISSE

In tegenstelling tot de andere vijftien kandidaten kon ik haar 's avonds opbellen met de boodschap dat ze de kamer kreeg. Haar reactie was bijzonder enthousiast. Nog geen twaalf uur later was ze weer bij ons, om de kamer nog eens te bekijken en op te meten. Ze vroeg hoe lang mijn studie zou duren en was blij dat die van haar net zo lang was. Dan hoefde ze tenminste niet meer te verhuizen.

IJverig begon ze haar nieuwe kamer in te richten. Het kale witte gat achter de deur werd volkomen geel gemaakt en volgestopt met haar spullen.

Het eerste jaar van ons samen-zijn kon beginnen. Aan enthousiasme ontbrak het niet. Een nieuwe studie, een nieuw leven, we hadden er alle drie net zoveel zin in.

Het omgaan met de nieuwe bewoonster was in het begin wat onwennig, maar ik vertelde mezelf dat het slechts een kwestie van tijd zou zijn. Als we elkaar eenmaal kenden en het ijs gebroken was, zou het over zijn.

Om de beurt kookten we 's avonds. Tijdens het eten kletsten we wat met elkaar, we waren dan toch samen. Maar verder zagen we elkaar niet veel. Vaak was ze bij haar vriend. Misschien was dat de reden, maar misschien ontliep ze me wel gewoon.

Een jaar nadat ik Martine had verteld dat ze de kamer mocht hebben, kwam ze naar me toe, om te zeggen dat ze de kamer aan het eind van de maand zou verlaten.

Eerst schrok ik. Later bedacht ik dat ik al langer wist dat ze niet voor vijf jaar bij me zou blijven wonen. De relatie tussen Martine en mij, die in dat jaar ontstaan was, is te omschrijven met koud, onwennig en gemaakt. Een hekel hebben we nooit aan elkaar gehad. Vanaf de eerste dag hebben we elkaar vriendelijk begroet en met elkaar gepraat als we samen waren, maar spontaan was het niet. Ik heb mijn best gedaan, maar als je steeds moet zoeken naar iets om te zeggen, ontstaat er geen gezelligheid.

De laatste maand ging bijzonder traag, maar met iedere dag die verstreek keek ik een beetje meer uit naar de dag dat ze niet meer bij ons zou wonen.

Uiteindelijk was die dag dan toch gekomen. Toen ik 's middags thuiskwam waren de dozen, die al een paar dagen klaar stonden, verdwenen. De kamer was leeg. Op tafel lagen een paar sleutels die geen eigenaar meer hadden. Op de kooklijst stond een kruisje, dat betekende dat Martine niet thuis at. Ze had het niet meer hoeven zetten. Ze woonde al niet meer bij ons.

De deur van de kamer stond wijd open. Het geel straalde nog van de muren. Ik kon de kamer ongevraagd binnengaan, maar het had toch iets vreemds. Eigenlijk was het nog steeds Martines kamer.

Ik ging midden in de holklinkende ruimte staan. In de vensterbank stonden twee verdroogde vetplantjes. Ze hield niet van planten. Even overwoog ik de weesjes in mijn verzameling planten op te nemen. Toch deed ik het niet. Ik liet ze staan voor de volgende bewoner.

De volgende dagen liep ik nog een paar keer de lege kamer in. Het werd steeds gemakkelijker. De kamer was leeg, onbewoond, geen privéterrein. Martine was echt weg.

Ferry Meewisse, Wageningen

In NL schrijven lezers over hun huiselijk leven. Dit is aflevering 278.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden