Martin van Amerongen

'Patiënten die alsmaar over hun ziekte kakelen, zijn even onverdraaglijk als jonge moeders.' Met de dood voor ogen schrijft hij boek nummer zoveel....

In het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis hadden ze verzuimd zijn gebit te saneren, alvorens zware metalen door zijn lichaam te jagen. Dat gebeurde na de chemo alsnog, de gevolgen waren hels. Toen de pijn na drie weken eindelijk was uitgeraasd, zei vriendin Irene kordaat: 'En nou gaan we hier meteen weg!' De patiënt, instemmend: 'Ja, we gaan gezéllig naar mijn collega-kankerlijers in het Anthonie van Leeu wenhoekhuis!' Dat betekende afscheid van de rooms-katholieke stagiaire met de behaarde benen die hem had gewaarschuwd: 'Weet u dat u onvruchtbaar wordt van chemo?' Waarop patiënt Van A. reageerde met een spontaan 'Heft aan, mijn luit!' Om na een blik op haar behaarde benen te verhelderen: 'Hendrik Tollens! Negen-tien de-eeuws dichter.'

Om pijnstillers had hij 's nachts vergeefs gesmeekt. Daarvoor moest de olvg-dokter in kwestie toestemming geven, maar die lag op één oor. Je ziet de verpleging ontsporen en je vraagt je af of je in de Derde Wereld bent geparachuteerd. In het Anthonie van Leeuwen-hoekhuis kunnen ze inmiddels niks meer voor Martin van Amerongen doen, maar dat doen ze daar dan ook met liefde. Sinds zijn doodvonnis probeert hij er het beste van te maken. Het horecabezoek is opgevoerd, zijn knuffelgehalte lijkt navenant gestegen en daarmee ook het aantal aanbiedingen om eens lekker voor hem te gaan koken. Of hij nu nog drie maanden te leven heeft, dan wel het maximum van drie jaar haalt: zijn laatste schreden worden omwolkt met de geur van Partagas de Habana (een nette Panatella mag ook) en met klanken van strijkkwartetten en opera's. En zodra de workaholic van vroeger in een bad van gezelligheid is ondergedompeld, kan de Hasseltse ouwe klare doorkomen, ook al heeft hij daar nu juist slokdarmkanker van gekregen.

Zijn 60ste verjaardag in oktober: namens prins Bernhard wordt die ochtend een flesje roze Taittinger-champagne bij de jarige bezorgd. zkh heeft hiertoe opdracht gegeven vanuit zijn ziekbed in Nairobi. Onder de kroonluchters van het Amsterdamse hotel De l'Eu rope zingt 's middags de sopraan Claron McFad den een toepasselijk lied van Debussy: 'Un conseil de goûter le charme d' être au monde.' Collega-publicist Max Pam houdt een feestrede en citeert Seneca: 'Velen zijn reeds dood voordat zij aan het leven beginnen - maar dat geldt niet voor Martin van Amerongen.' Op een verjaardagsfeestje van een ter dood veroordeelde kan het bruisend toegaan.

Als hij op de boekenbeurs in Rotterdam een schrijfster in hotpants vlak voor z'n neus ziet bukken, vraagt hij zich mompelend af: 'Nemen je vleselijke lusten af door chemotherapie? Ach, weten die doktoren veel!' Mor bi de grapjasserij om je lot te verdragen, dat valt niet goed te praten. Hij zegt het zelf. Dan maar een bokbier, vijf over elf in de ochtend in zijn stamcafé. In zijn zak riedelt de gsm uit Bachs Noten büchlein für Anna Mag da lena: hoofdredacteur Martin van Ame ron gen van het weekblad De Groene Amster dam mer in overleg met jeugdige waarnemer. Het blad bestaat in mei 125 jaar, en om dat te vieren verschijnt het een week als dagblad. Bedelbrieven voor het project lijken warm onthaal te vinden. Ook een 'mee-dansversie' van de Matthäus Passion is gepland. Daar verheugt de hoofdredacteur zich zeer op. 'Dus heb ik besloten mijn overlijden nog even uit te stellen.' Hij hoest.

Vijf maanden eerder, een stralende zomerdag. Zodra hij z'n zomerhoed oplicht, roepen omstanders in koor dat hij er zo jong en hip uitziet, maar in de spiegel kijkt een kampbeul hem aan. Verwoest is de Gustav Mahler-dos. De laatste van dertig bestralingen is afgerond, de medische wetenschap is aan het eind van haar Latijn. Nog houdt de tumor zich koest. 'Vanochtend heb ik schaak met hem gespeeld, de partij eindigde onbeslist.' Hij leek onbewogen te blijven onder de koude handen van de verpleegster, onder het sinister gezoem van apparatuur. 'Mijn aan euforie grenzende flinkheid heeft soms een ondertoon van hysterie.'

Niemand vertelt je toch hoe je je laatste fase moet ingaan? Het einde spookt door je hoofd, maar je slaat er niet dolnieuwsgierig een boek of internet op na. Liggend in zijn kist wil hij er straks in elk geval geen getuige van zijn hoe de goegemeente in katzwijm ligt, dus svp geen Kindertotengräberheimweh van Schubert, geen Nachtgesang van Brahms, laat staan Mahlers mastodont Auferstehn, Auf erstehn. Als er dan toch gejankt moet worden, dan jankt hij liever zelf. Het zal wel een transparant Bach-partitaatje worden. Te denken valt ook aan een socialistisch strijdlied, hoewel hij als Heimatlose Linke met tanden en klauwen de beschaving heeft verdedigd tegen cultuurbarbarij en kaalslag van de verzorgingsstaat waarvan de sociaaldemocratie niet vrij te pleiten valt. Dus wordt de hymne 'Kom socialisten, sluit de rijen' aan onze cafétafel getransformeerd tot 'Kom socialisten, eet meer eieren'. Martins boord zwemt om zijn hals, en als hij lacht is dat met de melancholie van een vogeltje dat kwinkeleert bij de laatste zonnestralen.

In het voorjaar moest hij na het kopen van een krant van de stoep worden opgeraapt. Flauwgevallen. Bloedarmoede. Hij woog nog 53 kilo. Maar even aimabel als toen hij na een lezing werd afgescheept met een fles kruidenierswijn. Aandacht streelt, bestendigt een zonnig karakter. 'Alleen ligt nu het gevaar van hospitaliseren op de loer, zodat je alleen nog maar over je ziekte praat. Dat niet dus. Na de onheilstijding heb ik altijd geprobeerd twee uur per dag te werken, mezelf dwingend aan andere dingen te denken. Pa tiënten die aan één stuk door over hun ziekte kakelen, zijn even onverdraaglijk als jonge moeders die maar één gespreksonderwerp kennen: de luier van hun wereldwonder.'

Achter een Campari-jus staat kankerpatiënt Van Amerongen intimi toe z'n stekeltjeskuif te aaien voor de somma van 2,75 gulden per keer. Vriendin Irene kijkt bezorgd. Hij heeft nog niets gegeten. Verdraagt dagen niks dan vloeibaars. Zopas was hij op bezoek bij zijn zus die borstkanker heeft - nee, niet uitgezaaid. Heeft wel haar pasgeboren kleindochter moeten cremeren. Zelden komen rampen eenzaam als verspieders, schreef Shakespeare al. Daar sluit hij de ogen niet voor, hij heet geen Sylvia Millecam. 'Heb je verteld van ons bezoek aan Marie Brand-netel?', vraagt Irene plotseling.

Martin van Amerongen schraapt de keel. 'Nou ja, ik heb inderdaad een kruidenvrouwtje bezocht, maar al haar hocus-pocus was niet tegen mijn scepsis bestand. Wat ik straks in mijn doodsnood doe, weet ik ook niet. Want d t is het echte uur der waarheid. Maar me nú al allerlei alternatieven laten wijsmaken, nee. Ik wacht dus geduldig op het moment dat de tumor zegt: Geachte patiënt, ik ben de baas, nu is het afgelopen!'

Weet je wat pas erg is? Een cd-verkoopster die, je met grote hondenogen aankijkend, de naam Bach als Bag op een bonnetje schrijft. 'Ja, we zouden een hondje moeten nemen', stelt Irene vrolijk voor. De zieke kijkt hulpeloos. 'Zo'n schijtbak die zeker door mij moet worden uitgelaten, en dat in míjn toestand? Trou wens, welke hond is bereid om 's morgens voor dag en dauw de Volkskrant uit de bus te halen?' Met een joyeuze kushand verdwijnt hij richting middagslaap. Kuchend. Bekaf.

In hetzelfde café waren ze elkaar tegengekomen, op net zo'n warme dag. Irene had zelf 'een paar kankers' overleefd. Pas in Amsterdam komen wonen, met haar jongere partner Peter die in de it-wereld zit. En toen kwam er opeens een Dritte im Bunde. Met brilletje, hoed, vest, en een passie voor dooie Duitse dichters & denkers. Het klikte, en het werd lachen, veel lachen. Peter had zich jaren 'het snot voor de ogen gewerkt', weken van tachtig uur. Als manager stevig verdiend, bmw onder de kont, al jong in de subtop van de it-eredivisie. En eenmaal in de tredmolen wil je meer en meer. Je stompt af. Door Mar tin ging hij de memoires van Casanova lezen. Psychologie studeren.

Er gloorde meer achter de kim; als een culturele professor Zonnebloem gidste Martin hen met z'n brommende bariton op ontdekkingsreis van de ene muze naar de andere. Kwam hij een weekendje over in Zuid-Span je, dan werden de golfballetjes opgeborgen. Buddy & Co voor een broodmagere intellectueel die na de dood van zijn vrouw alleen had zitten luisteren naar de dreun van het verkeer verderop. Wiens zoons de katten maar hadden meegenomen omdat die zeker waren verhongerd.

Toen Martin ziek werd, zei Irene: 'Vanaf nu ben je geen avond alleen.' Ze zegde haar baan op, vergezelde hem op ziekenhuisvisites. Moet ze zelf voor controle, dan wijkt Martin niet van haar zijde. Peter regelt verzekeringszaken. Op een zware periode zijn ze voorbereid. Nu is hun motto: 'Pakken wat je pakken kan. Enjoy, enjoy.'

Met een Tiroler jasje staat Martin van Amerongen in De Balie in Amsterdam een nazi uit te beelden. Van papier leest hij zijn rol: Seyss-Inquart, de manke Oostenrijker die als rijkscommissaris bezet Nederland in 1940-'45 voor de groot-Germaanse gedachte moest zien te winnen. 'Je wéét toch', had Martin gezegd, 'dat elke joodse of halfjoodse jongen de onbedwingbare behoefte heeft om één keer in zijn leven een nazi op de planken te zetten?' Het toneelstuk dat hij samen met Philo Bregstein schreef, is de postume afrekening met een alom aanbeden dirigent 'die ze na de oorlog eigenlijk hadden moeten doodschieten': Willem Mengelberg, darling der bruinhemden. Sieg Heil-geroep kon de maes tro niet deren; de zon schijnt voor elk mensenkind, nietwaar. 'Weet u dat ik in Amerika zelfs voor een zaal vol negers heb gedirigeerd?' Die oneliner vervult het schrijversduo met een tsjakka-gevoel. Seyss Inquart is alleen zo slecht verstaanbaar. Of Martin svp net zo duidelijk wil praten als op z'n verjaardag, toen klonk z'n stem immers zo sterk. 'Jaaah, dat komt door de kanker!', is z'n reactie. 'Kan ik mijn beste vrienden aanbevelen.'

Een week later, in De Rode Hoed te Am ster dam. Hij is die oktoberdag voor het eerst van z'n leven tot twaalf uur in bed gebleven. Misselijk. Al tien dagen. Maar wat moet dat moet: muziekavondje rondom lievelingsdichter Heinrich Heine presenteren. Geen componist die niet putte uit Heines collectie nachtegalen en maanovergoten pijnbomen. 'Veelal versmolten ze Heines teksten tot borst plaat en marsepein.' Het publiek heeft er plezier in. De opperspreekstalmeester, bang om te kotsen, ontdekt bijtijds dat de broek van zijn krijt streeppak openstaat. As grauw in een hoekje hoort hij bariton Char les van Tassel zingen: Die ganze Welt des Schmerzen muss ich tragen, Ich trage unerträgliches, und brechen will mir das Herz im Leibe.

Heb je hém weer met z'n eeuwige Heine, z'n Tucholsky, z'n Freud, z'n Von Ossietzky, z'n Kraus, z'n Wagner: de ontlezing woekert epidemisch voort, de tong- en oorlelpiercing grijnst ons tegemoet, en daar is een curieus meneertje in driedelig grijs dat alsmaar boeken blijft kakken over de zielenroerselen van negentiende-eeuwse iconen. Wie d t tegen hem roept, kan het kríjgen ook, Martin van Amerongen klakt strijdvaardig met zijn tong: 'Luister, ik leef in de 21ste eeuw, maar ook in de twee, drie vorige. Ik heb niks te schaften met mensen wier wereldbeeld is versmald tot internet en Big Brother. Toch te dwaas voor woorden dat ze je het kwalijk nemen als je wat anders leest dan boeken van cult-schrijvers die daags na hun debuut in het massagraf van De Slegte worden bijgezet?'

Dat veel van zijn eigen boeken - hij schreef er een kleine dertig - op datzelfde ramsj kerkhof zijn beland, lijkt hem amper te deren. Ommuurd door louter boekenruggen in zijn souterrain zegt hij ironisch: 'De resterende exemplaren staan toch wel bij de juiste mensen. Wie in Nederland geld wil verdienen, moet maar bankdirecteur worden.'

Soms kost het geld, zoals die keer dat hij het opnam voor nazi-jager Simon Wie sen thal en werd beboet wegens belediging van de Oostenrijkse bondskanselier Kreisky. 'De kat trekt zich klaaglijk miauwend terug achter de gordijnen en de melk verzuurt in de koker', oordeelde hij over het optreden van onze eigen oorlogsvorser Dick Verkijk, en Marcel van Dam dichtte hij het gevoelsleven van een Centurion-tank toe. Martin van Amerongen: 'Allemaal terroristische onzin, waar ik allang niet meer achter sta.'

Het wereldbeeld van Pim Fortuyn is, conform Van Amerongens pas verschenen essaybundel Nooit komen rampen, overzichtelijk: 'Hij trekt zich af op jongemannenkontjes en trekt zich op aan zijn professorale status.' 'Gooi een sympathiek bedragje in Fortuyn en er komt onmiddellijk de juiste mening uit.' 'Prins Pim is de stand up comedian van ondernemend Nederland' en 'goeroe van de Elsevier-yup die uitsluitend in beursnotities en xenofobe categorieën denkt'.

Pang. Geen wonder dat Van Amerongen als jongmaatje bij de Friese editie van het sociaal-democratische partijorgaan Het Vrije Volk in rechtbankverslagen blind de kant van de verdachte koos. 'We zijn immers allemaal geneigd tot alle kwaad? Het feit dat jij en ik tot op heden buiten de verdachtenbank zijn gebleven, is puur toeval.'

CHU-baronnen domineerden de magistratuur in de jaren zestig, dus logisch dat de verslaggever 'dit getabberd befgajes' van een overdosis Bij belcitaten voorzag. Hij liet de ijdele dirigent van een lokaal bejaardenkoor oreren over 'mijn collega's Klemperer en Tos ca nini', en was gelukkig, in zijn Leeuwardense jaren. Dat was wel anders bij Vrij Nederland, 'erehemel' van de polderjournalistiek. 'Het weekblad dat pretendeerde niet alleen het beste, maar ook meest democratische van Nederland te zijn, ging aan hoogmoed en gebrek aan democratische mores ten onder. Zei je iets aardigs over een ander blad, werd je aangekeken of je achterlijk was. Verraad jegens het collectief! Bij vn werd ook nooit over een stuk geoordeeld, maar over de auteur. Als die niet in het goeie kamp zat, werd hij doodgezwegen of afgezeken. Daar heb ik jarenlang een trauma aan overgehouden.'

Uit vrees een collega tegen te komen, sluit sterverslaggever Van A. zich gewoon op in zijn kamertje, getroost door getjilp van zijn parkiet Ottoii. Als hij zich die geestelijke marteling realiseert, denkt hij: krijg allemaal de kolere met je geruzie, en neemt ontslag. Binnen een halfjaar verdient hij als freelancer twee ton. 'Ik overdrijf niet als ik zeg dat het onmogelijk was in de buurt van de Raam gracht te komen zonder hartkloppingen te krijgen.' Bij het afscheid van een vn-collega stelt hij jaren later vast: 'Het is nog steeds datzelfde hemeltergend-hooghartige zootje, ze hebben niets geleerd. Ze leven in de waan: we are the best, en wat elders verschijnt is onzin.'

Verdringing blijkt soms een optie; zo herinnert hij weinig van vóór z'n 14de. Maar wél dat hij in de wieg al driedelig grijs droeg, en nooit met geschaafde knieën van straat is geraapt. Mogelijk tussen al die onderduikers in een Gooise boerderij weinig aandacht gekregen. Altijd al een lone wolf, te ongeconcentreerd op school, maar lid van vijf biblio theken. Hij herinnert zich zijn vader als somber, iemand die nooit over de oorlog wilde praten; over het jodendom evenmin. 'Hij was zó door de nazi's en antisemieten geïndoctrineerd, dat hij moet hebben gedacht dat hij inferieur was. Een nare, nurkse, ongelukkige man met onbeheersbare driftbuien. Dat is de reden waarom ik mijzelf op dit gebied optimaal probeer te beteugelen.

'Toen hij op latere leeftijd mijn moeder begon te terroriseren, ging het mis. Hij zat onder de medicijnen, liep zwaaiend met een mes achter haar aan, sloot zichzelf op en riep: "Annelies, nu snij ik mijn polsen door.'' Mijn moeder durfde 's nachts niet te slapen. Ver schrikkelijke psychoterreur.

'De scène naast de kist waar hij was opgebaard, was hartverscheurend. Ze hadden elkaar de laatste jaren van hun leven niet meer gezien. Mijn moeder was op een geheim adres in Ede ondergebracht. De enige die hem opzocht was ik. Tenslotte was ik inmiddels het stamhoofd van de familie. Hij zat in het joodse bejaardentehuis, langer dan drie kwartier hield ik het niet uit, zo verstikkend. Dan had hij braaf een flesje bier en blokjes kaas in huis gehaald. Hij heeft de joodse godsdienst en joodse autoriteiten altijd gehaat, maar toen ze in sjoel bij Beth Shalom een man misten om minjan te maken, zat die ouwe ondanks al z'n diepe hekel aan vroomheid, wél mooi met een keppeltje op te bensjen. Dat vertelde hij me met ironie, een van de schaarse momenten waarop ik iets herkende van de man van vroeger.'

Na de begrafenis nam Martin, zelf weduwnaar, zijn moeder mee naar Wenen. Het weekje opera en dure restaurants bleek te zwaar voor een oude vrouw met een hartkwaal. Het vliegtuig terug was amper opgestegen, of ze hield op met ademen. 'Dat uitje heeft haar ongetwijfeld het leven gekost, maar ik heb er geen slecht gevoel over.' Het klinkt haast even luchthartig als z'n favoriete, klassiek geworden lijfspreuk 'Liever een halfjood dan een lege dop'.

Met liefde vertelt hij hoe zijn niet-joodse moeder verhaal ging halen, wanneer haar kind op school een antisemitische tekst naar het hoofd geslingerd kreeg. Zijn protestantse component ('bioscoop en schouwburg golden in die wereld als oorden des verderfs') heeft evenmin vat op hem gekregen als de bekeringsdrift van een halfgare rabbijn die de mate van andermans joodsheid wel even zal bepalen. Liever op vakantie naar de Velu we dan naar Tel Aviv.

Vredelievende clubs als Een ander joods geluid hebben zijn sympathie, 'maar ik heb die lieve mensen dringend aangeraden ook eens Palestijnse schoolboekjes door te lezen waarin je de sleutel voor terreuraanslagen in Israël vindt. Die opvoeding gaat in de trant van: "Moeder wij gaan marcheren, de dood tegemoet. Dat vinden wij niet erg, want dan worden wij martelaars''.

'Gelukkig mag je in Nederland ongestraft zeggen dat de koningin in haar kersttoespraak "louter wijsheden uit een kanarieboekje voor beginners'' verkoopt. Dat is een verifieerbare waarheid waarvoor de rvd mij niet kan kapittelen. Ik roep toch niet dat ze een hoer is? Of dat ze bezig is de staatskas te plunderen? Trouwens, over dat laatste valt nog te twisten.' En denkt Nederland nou heus een Zuid-Ame rikaans feestbeest als M xima te kunnen opsluiten, de mobilisatie van de publieke opinie ten spijt?

Journalist Van Amerongen weet zeker dat paleis Huis Ten Bosch 'een dag van rouw in acht nam' toen uitlekte dat prominenten om hem heen zich verenigden in Het republikeins genootschap. Hij onderhoudt een hechte vriendschap met bedrijfstycoon Pier re Vinken, de oprichter. 'Driekwart van de mensheid heeft een hekel aan hem, maar ik vind hem aardig. Ook ik ken zijn reputatie qua vrouwen, maar heb jij ooit geleerd met vrouwen om te gaan? Ik in elk geval niet.'

Spijt is er zeker: met de opvoeding van zijn twee zoons heeft hij zich weinig bemoeid. 'Ze zijn niettemin - en misschien wel daardoor - allebei goed terechtgekomen.' De dubbele bodem van die opmerking bevalt hem. En nog zoiets: bij prins Bernhard kan Martin van Amerongen niet meer stuk, 'mijn weerzin jegens de monarchie ten spijt.' zkh had hem op privé-audiëntie in de Olifan ten kamer te Soestdijk gevraagd waarom De Groe ne toch zo lelijk over hem schreef. 'Ik heb hem uitgelegd dat hij het niet goed had gelezen. Ja, hij is twee mensenlevens geleden lid van Hitlers nsdap geweest, net als de rest van de lagere Duitse adel. Op de Lockheed-affaire ligt een dikke laag schimmel, daar ging het ons allemaal niet om. Wel om de afstotelijke wijze waar op een krant als nrc Handelsblad al die affaires goedpraat. Ik ben voor niemand bang, dus ook niet voor de Prins der Ne der landen, ik zei gewoon wat ik op m'n hart had. En de man die door louter hermelijnvlooien wordt omringd, waardeerde dat. Die heeft voor het eerst in zeventig jaar een normaal gesprek gevoerd! Hij is gewoon gevangene van z'n omgeving. Sinds dien bellen we elkaar weleens. Je kunt de prins gewoon bellen, wist je dat?'

Noem Martin van Amerongen een romanticus met een brede horizon. Dus laat hij zich met hetzelfde gemak door wereldcellist Ros tro povitsj in het Concertgebouw kussen, als op een 'alcohol doordesemd circusavondje' fêteren door ex-coureur Tonio Hildebrand, thans rolstoelrijder. In zijn hybride getinte oeuvre staan immers de heren R. Gullit, W.A. Mozart, J. van Nazareth, M. Khadafi, G.J. Dröge, J.W. von Goethe, J. Wolkers, J. Stalin, J. Goebbels, G. Mahler, P. Pilatus en A. Schwarzenegger broederlijk bijeen. En kanker of niet, hij moest en zou de antitabaks lobby onlangs nog even de oren wassen in het boekje Rook doet leven. Liever hedonistisch geleefd, dan fut- en vreugdeloos de 102 gehaald. Straks gaat hij leuk uit lunchen, aan de arm van Irene. Laat ze maar lullen, nieuwsgierig gemompel laat hij als roos langs zijn smalle schouders dwarrelen.

Hij hoeft toch niet de hele dag over Goethes Faust te ouwehoeren? Over de chronische geldproblemen van Nederlands kleinste opinieweekblad? Of over de scalpering van de landelijke dagbladpers? 'Over tien jaar is er naast de De Telegraaf nog maar één alternatief. Gelukkig blijft die ellendeboel mij bespaard, zoals ik het godlof ook niet meer hoef mee te maken dat de pielenmuis-verslaafde pedofiele proleet Joop Schafthuizen straks mét Gerard Reve ook de reputatie van Reve zal begraven. Trouwens, over vijf jaar zal ik zelf ook vergeten zijn.'

Met de dood op de hielen herschrijft biograaf Van Amerongen niettemin 'zijn' Heine, 'zijn' Wagner; die buikspreker van God. Dan dwalen z'n gedachten soms af naar zijn vrouw Anneke, die zelfs met het einde voor ogen aan de visboer vertelde hoe goed het wel met haar ging. 'Tot ze accepteerde dat ze ging sterven, en we eindelijk met elkaar konden praten.

'Nu ik zelf aan de beurt ben, luister ik goed naar de signalen van mijn lichaam. Als ik overdag niet rust, moet ik dat bekopen met een eetstoornis van vele dagen, krijg ik niks naar binnen. Geloof het of niet, maar voor het eerst in zestig jaar staan mijn lichaam en ik met elkaar op goede voet.'

Hij slikt moeilijk. Boven de lunchtafel hangt een mistbank van saxofoongezoef. Met een afwezige glimlach legt Martin van Ame rongen zijn lepel neer. Hij schuift zijn kopje soep door naar Irene.

Het is nog halfvol.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.