Column

Martin Sommer: 'Tijd was altijd een ambtelijke troefkaart, maar die raakt op'

Politici zijn passanten, ambtenaren blijven. De overleden topambtenaar Ronald Gerritse was een spiegel van dertig jaar sociaal-economisch beleid, schrijft Martin Sommer.

Ronald Gerritse Beeld anp

Begin 2009 spookte het zogeheten lijstje-Gerritse over onze Haagse redactie. Omdat de heren Balkenende en Bos het, zoals vaker, niet eens waren, moest een hoge ambtenaar inventariseren waar flink in kon worden gesneden. Zonder taboes. Op het lijstje van Ronald Gerritse stonden hypotheekrenteaftrek, zorg, pensioenen. Kort daarop zei Balkenende dat er aan de hypotheekrenteaftrek natuurlijk niet kon worden getornd. Gerritse zal zijn schouders hebben opgehaald en kijk: vierenhalf jaar later is ook de korting op de hypotheekrenteaftrek een uitgemaakte zaak.

Ronald Gerritse was de hoogste ambtenaar van Financiën maar zeer op de achtergrond. Een grote man met druipsnor, een beetje morsig. Tijdens de bankencrisis werd hij snel een legende. Wouter Bos, toen minister van Financiën, noemde hem 'mijn rechter- en mijn linkerhand'.

Jongensboek
De crisis was een jongensboek van nachtelijk doorhalen, heen en weer reizen naar Brussel en met miljarden smijten om banken te kopen. Gerritse zat met de haute finance aan tafel in zijn rode vakantietrui, omdat hij geen tijd had gehad een pak aan te trekken. Hij hield niet van vergaderen, volgens zijn oud-collega secretaris-generaal Roel Bekker omdat hij dan niet kon roken. Hij sprong in zijn tijd als secretaris van de SER zes jaar lang dagelijks over het toegangspoortje omdat hij een hekel had aan prikklokken.

 
Een grote man met druipsnor, een beetje morsig. Tijdens de bankencrisis werd hij snel een legende.

Ik heb Ronald Gerritse jammer genoeg nooit ontmoet. Maar ik zag van de week een lange reeks overlijdensadvertenties in de krant en dacht: die man was zijn tijd. Dertig jaar sociaal-economisch beleid samengebald in een leven. Politici zijn passanten, ambtenaren blijven. Voor hun rol is meestal niet zoveel aandacht, schrijft Roel Bekker in de inleiding van zijn boek Marathonlopers rond het Binnenhof (2012). Hij profileerde 44 topambtenaren, ook Ronald Gerritse. Gisteren werd Gerritse herdacht in Amsterdam, waar Wouter Bos hem typeerde als een 'stille held van de democratie'.

Spin in het bestuurlijke web
Gerritse moet een trouwe vriend zijn geweest, bijvoorbeeld voor zijn studiegenoten economie aan de VU, onder wie Kees van Dijkhuizen, Henk Brouwer, Gerrit Zalm, allemaal prominent verbonden aan de publieke zaak. Een spin in het bestuurlijke web, ofschoon iedereen die ik sprak zijn bescheidenheid onderstreepte.

In 1983, aan het begin van zijn carrière, 'pionierde' hij met Saskia Stuiveling (nu Algemene Rekenkamer) in de staf van de befaamde RSV-enquête, op zoek naar de verdwenen subsidiemiljoenen in de scheepsbouw. Hij moet er zijn opvattingen over de rol van de staat hebben gescherpt. 'Opgegroeid met het maxime dat de overheid terughoudendheid heeft te betrachten, maat houden...', schreef hij vorig jaar in een speech namens zijn laatste werkgever, de Autoriteit Financiële Markten. Hij begon zijn loopbaan dus bij het slotstuk van het industriebeleid en eindigde als toezichthouder op de financiële wereld.

Hub-met-kater
Een spiegel van de gedaanteverwisseling die Nederland in dertig jaar onderging, van aflopende fabrieksnatie naar financiële hub-met-kater.
Gerritse was zowel kroongetuige als medevormgever van decennia sociaal-economisch beleid. Nooit haantje de voorste, maar over rechtsstaat en democratie had hij stevige opvattingen. Hij had niets van de televisie-economen die ons nu uitleggen hoe het moet, juist omdat hij het taaie ongerief van de politiek-bestuurlijke verhoudingen zag. 'Ronald vloog nooit hoog over', zei Hans Borstlap, in de jaren negentig verbonden aan het ministerie van Sociale Zaken toen Gerritse daar de baas was.

In 1990 noemde premier Lubbers Nederland ziek omdat de miljoenste WAO'er dreigde. Gerritse werkte toen net bij de SER waar hij over dat toegangspoortje sprong. Daar 'pionier-de' hij over de betaalbaarheid van de verzorgingsstaat en de activering van mensen met een uitkering. Wim Kok sprak twee jaar later al van de participatiesamenleving en betaalde daarvoor bij de verkiezingen van 1994 de tol. Maar de hervorming van de WAO ging door, zoals later de bijstand werd beperkt en het huidige kabinet werkt aan een 'participatiewet' voor de zogeheten onderkant van de arbeidsmarkt. Nog altijd langs dezelf-de, begin jaren negentig uitgedachte lijnen van activering. 'De incubatietijd tussen agendering van een maatschappelijk probleem en de bestuurlijke oplossing is ongeveer vijftien à twintig jaar', schat oud-topambtenaar Roel Bekker.

 
Hij begon zijn loopbaan dus bij het slotstuk van het industriebeleid en eindigde als toezichthouder op de financiële wereld.

De tijd raakt op
Dat klinkt geruststellend, zeker in deze dagen van politieke kippendrift voor de deur van het ministerie van Financiën. De molens van de ambtenarij draaien kalmpjes door. De ambtelijke troef was immers de tijd; na deze minister komt er weer een andere. Maar de moeilijkheid is dat de tijd op raakt.

In de jaren negentig groeide de economie flink, waarmee je min of meer pijnloos uit de problemen kon raken. Nu heeft Nederland een bbp dat sinds 2008 hooguit gelijk is gebleven. Terwijl de kosten van zorg en sociale zekerheid sindsdien met eenvijfde zijn gestegen. Ook op de voorzienbare termijn zal de economie nauwelijks groeien. Er is domweg geen twintig jaar meer om te wennen aan ingrijpende bezuinigingen, bijvoorbeeld op de AWBZ. Het moet nu.

Wat zou Ronald Gerritse hebben gevonden? Eerdergenoemde AFM-lezing sloot hij als volgt af. 'Misschien vraagt verstandig beleid ook wat bescheidenheid van de beleidsmaker over wat hij wel of niet vermag. Dat is een noodzakelijk relativerende conclusie. Misschien is het niet een conclusie die een ieder onmiddellijk geruststelt. Maar de wereld is er een van risico's, onzekerheden en onvoorspelbaarheid. Ik kan het ook niet helpen.'

Daarna zal hij een sigaret hebben opgestoken. Gerritse werd 61 jaar.

Martin Sommer is politiek commentator van de Volkskrant.

 
Maar de wereld is er een van risico's, onzekerheden en onvoorspelbaarheid. Ik kan het ook niet helpen
Ronald Gerritse
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden