Column

Martin Sommer: hoe ik voorstander van referenda werd

Wurgende consensus kan alleen door referenda worden doorbroken.

De spreekbuis van GeenPeil Jan Roos brengt een stem uit tijdens het referendum over het associatieverdrag van de EU met Oekraine. Beeld anp

Sinds de Brexit en de stemming over het Oekraïne-verdrag is het enthousiasme over het referendum danig gezakt. In Den Haag spreek ik vaak verstandige mensen die hun wenkbrauwen optrekken: jij voor referenda? Dat kun je niet menen. Het referendum bestaat immers alleen uit ja of nee; er is geen oog voor het afwegen van belangen; en minderheden leggen het af. De argumenten kan ik dromen. Voordat de Kamer terugkomt van reces heb ik nog juist tijd om uit te leggen hoe ik voorstander van referenda werd.

Dat kan ik precies dateren, namelijk begin 2008. Toen zat ik een maand op het schellinkje bij de onderwijsenquête van de commissie-Dijsselbloem. Die onderzocht de totstandkoming van een reeks onderwijsvernieuwingen, te weten vmbo, studiehuis en het nieuwe leren. De pijnlijke slotsom was dat het onderwijsniveau niet vooruit was gegaan maar was gedaald. De wetenschappelijke onderbouwing was akelig dun en tegenstemmen werden niet gehoord.

Ouders, leraren, leerlingen en zeker kiezers werden genegeerd, omdat de politiek en 'het veld' elkaar hadden gevonden. Onderwijsvernieuwingen moesten er komen, anders wachtte er zoiets als de apocalyps. Nederland zou geweldig achter raken als het roer niet radicaal om ging - een sentiment op onderwijsgebied dat overigens helemaal terug is. Dat heet in Den Haag urgentie maken.

Politieke partijen, vakbonden, onderwijsorganisaties, schoolbesturen, journalisten, iedereen was het eens. Behalve dan de direct betrokkenen. Staatssecretaris Wallage meende dat leraren met bezwaren last hadden van een 'maandagochtendhumeur', ouders werden 'conservatief' genoemd, scholen die tegenstribbelden waren 'achterlopers' die niks wilden. Kamerlid Ursie Lambrechts (D66) vroeg als enige aan de staatssecretaris: hoe krijgt u die innige overeenstemming voor elkaar, draait u ze de arm om ofzo?

Men sprak destijds van breed draagvlak maar ik noem het een bestuurskartel. Mijn conclusie was dat dit soort wurgende consensus alleen door rechtstreekse invloed van betrokkenen kan worden doorbroken. Een referendum dus. Ander voorbeeld: het Energie-akkoord dat er onder dit kabinet kwam. Ook dat gebeurde onder het beslag van de apocalyps, niet figuurlijk omdat Nederland zo achterloopt (dat ook natuurlijk), maar letterlijk. Zonder maatregelen tegen klimaatopwarming gaan we eraan. Men is nog steeds trots omdat 47 organisaties zich achter het besluit hebben geschaard om het percentage schone energie flink op te schroeven. Overheidsmiljarden gingen stromen en er kwam een procesbewaker in de persoon van Ed Nijpels.

Diederik Samsom: lange adem... Beeld ANP

Breed draagvlak of bestuurskartel? Net zo'n procesbewaker hadden ze indertijd bij de onderwijsvernieuwingen. Nel Ginjaar-Maas heette ze, ook van de VVD, en aan bezwaren had ze 'totaal geen boodschap'. Ook nu is de onderbouwing kwestieus en de feitelijke opbrengst magertjes.

Er is nog een overeenkomst. Het Energie-akkoord is voor tien jaar gesloten, tot 2023. Veel langer dus dan een enkele regeerperiode. Dat moest volgens Diederik Samsom omdat energievoorziening een zaak van lange termijn is. Het politieke gezwalk van vorige kabinetten had ertoe geleid dat Nederland qua schone energie zo'n achterstand heeft opgelopen.

Dat klinkt plausibel, maar nu het volgende. Tijdens de onderwijsenquête vertelde oud-minister Van Kemenade (PvdA) over de kortademigheid van de politiek. Hij vond dat hij meer tijd had moeten hebben om zijn (omstreden) middenschool in te voeren, een jaar of tien, ook als er een ander kabinet zat. Tegelijk zag hij er geen been in de toen kersverse Mammoetwet ingrijpend om te willen ploegen. Het kwam erop neer dat Van Kemenade over zijn graf wilde regeren omdat hij meer gelijk had dan zijn voorgangers of opvolgers.

Zoiets geldt ook voor de makers van het Energie-akkoord die de toekomst vast willen leggen terwijl ze zelf een lange neus trekken naar hun voorgangers. Wie herinnert zich immers de gasrotonde waarmee Nederland nog geen tien jaar geleden à raison van acht miljard heel West-Europa van aardgas zou gaan bedienen?

Gelijk hebben is in een democratie altijd tijdelijk en een hoger gelijk bestaat niet. Dat is de beroemde 'lege plek van de macht', die steeds door een andere regering moet worden bezet. Zodra iemand de macht permanent opeist, wordt het gevaarlijk. Meestal wordt dit argument gebruikt tegen referenda, aangezien daarmee de democratie kan worden afgeschaft. In werkelijkheid hebben we aanzienlijk meer ervaring met bestuurskartels die weten hoe het moet, ook en vooral op de lange termijn.

PvdA-leider Samsom vond de klimaatopwarming de grootste uitdaging waar we voor staan. Het SCP besteedde in zijn laatste kwartaalonderzoek naar burgergevoelens speciale aandacht aan de energietransitie. Dat de klimaatopwarming het allergrootste probleem is, wordt uit zichzelf door 2 procent van de respondenten gezegd. 2 procent! Daar volgt niet uit dat klimaatopwarming niet bestaat. Het laat wel zien hoe groot het gat is dat gaapt tussen bestuurders en bestuurden. Mijn columnistische oud-collega Marcel van Dam vond dat de democratie maar moest worden afgeschaft om het klimaat te redden.

Ik niet. Dat is het verschil.

Marcel van Dam Beeld Freek van Asperen / ANP
Gasrotonde: alweer vergeten.. Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden